Is de realisatie en exploitatie van windturbines onrechtmatig?

Delta Park Neeltje Jans doet er alles aan om te voorkomen dat er pal naast haar park twee grote windturbines worden gerealiseerd. Door de uitspraak van de kantonrechter in Den Haag van begin dit jaar leek het erop dat deze windturbines er vooralsnog niet zouden komen, maar de rechtbank Midden-Nederland oordeelde recent anders in deze kwestie.

Wat speelt er in deze kwestie?

Delta Park Neeltje Jans (hierna: Neeltje Jans) huurt van de Staat een deel van het voormalig werkeiland Neetje Jans in de Oosterschelde. Windpark OSK wil op het eiland een windpark met negen windturbines realiseren. De Staat heeft daarvoor toestemming verleend in zijn hoedanigheid van eigenaar van het eiland.

Twee van de windturbines, waarvan de toppen van de rotors een hoogte van 175 meter zullen bereiken, worden in de plannen van Windpark OSK zeer dicht bij het themapark Neeltje Jans geplaatst. Neeltje Jans vreest veel hinder te gaan ondervinden van deze twee windturbines, waardoor onder meer bezoekersaantallen zouden kunnen teruglopen. De windturbines zouden volgens Neeltje Jans rumoer, geluidshinder en slagschaduw veroorzaken, licht wegnemen en gevoel van onveiligheid, intimidatie en onbehaaglijkheid creëren. Kleine kinderen die het park van Neeltje Jans bezoeken, zouden geconfronteerd kunnen worden met vogelsterfte. Ook maakt Neeltje Jans zich zorgen om het mogelijke gevaar als gevolg van de aanwezigheid van de twee betreffende windturbines. Volgens Neeltje Jans moet rekening worden gehouden met brand, mastbreuk, breuk van een rotorblad of ijsafwerping.

Met de verlening van alle vergunningen leek de weg vrij voor Windpark OSK. Neeltje Jans geeft zich echter niet zomaar gewonnen en probeert nu langs civielrechtelijke weg de komst van de windturbines te voorkomen.

Procedure bij de kantonrechter

Neeltje Jans heeft zich onder meer tot de kantonrechter gewend. De Staat zou als verhuurder van het terrein inbreuk maken op het huurgenot van Neeltje Jans door toestemming te geven aan Windpark OSK om de turbines te plaatsen.

De kantonrechter was het met Neeltje Jans eens. De kantonrechter heeft op 17 januari 2017 geoordeeld dat sprake is van een ernstige inbreuk op het huurgenot van Neeltje Jans omdat de uitstraling van het attractiepark wordt aangetast als gevolg van het profiel en het formaat van de turbines en het feit dat de rotors van de windturbines bij bepaalde windrichtingen boven het terrein van Neeltje Jans en dus ook boven de hoofden van de bezoekers zullen draaien. De Staat is vervolgens veroordeeld tot intrekking van de privaatrechtelijke toestemming met betrekking tot de twee betreffende windturbines.

Eerder dit jaar heeft Michiel de Groote deze uitspraak besproken in het licht van de verhouding tussen privaatrechtelijke bevoegdheden van overheden als eigenaar van grond. In mijn eerdere blog over deze zaak heb ik besproken in hoeverre van een verhuurder kan worden verlangd op te treden tegen hinder veroorzaakt door derden.

Verbod tot bouwen van de windturbines

Ook Windpark OSK zelf wordt door Neeltje Jans aangepakt. Neeltje Jans heeft Windpark OSK in rechte betrokken en onder meer een verbod tot het bouwen en exploiteren van de twee windturbines gevorderd.

Neeltje Jans meent dat de realisatie en exploitatie van het windpark door Windpark OSK onrechtmatig jegens haar is, omdat sprake zal zijn van onrechtmatige hinder en gevaarzetting en omdat haar bedrijfsvoering op onaanvaardbare wijze zal worden belemmerd. Dat Windpark OSK over alle bestuursrechtelijke toestemmingen en vergunningen beschikt, betekent volgens Neeltje Jans nog niet dat Windpark OSK daarmee is ontslagen van haar privaatrechtelijke verplichtingen jegens Neeltje Jans. De rechtbank Midden-Nederland heeft Neeltje Jans op 14 juni 2017 in het ongelijk gesteld.

De rechtbank heeft allereerst opgemerkt dat het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning formele rechtskracht hebben gekregen. Dat betekent dat de rechtmatigheid van de besluiten in de civiele procedure niet meer ter discussie kan worden gesteld. Ook niet met argumenten die in de bestuursrechtelijke procedures thuishoorden, maar daar (om welke reden dan ook) niet aan de orde zijn gesteld door Neeltje Jans.

Windpark OSK mag er dus in beginsel van uitgaan dat zij rechtmatig handelt als zij gebruik maakt van de afgegeven omgevingsvergunning. Echter, een onherroepelijke vergunning vrijwaart niet zonder meer tegen civielrechtelijke aansprakelijkheid jegens derden indien gebruikmaking van die vergunning bij die derde tot schade leidt. Of Windpark OSK niettemin aansprakelijk is jegens Neeltje Jans hangt volgens vaste jurisprudentie af van de aard van de vergunning en het belang dat wordt nagestreefd met de regeling waarop de vergunning berust.

De rechtbank heeft vervolgens in lijn met vaste rechtspraak (Hoge Raad 21 oktober 2005) onderzocht of het bestemmingsplan ‘Neeltje Jans’ aanwijzingen bevat die de conclusie rechtvaardigen dat de bouwplannen van Windpark OSK naar maatschappelijke opvattingen niet als onrechtmatige hinder zijn te beschouwen. Dat was het geval. Het onderzoek naar de rechtmatigheid van het bestemmingsplan ‘Neeltje Jans’ (dat speciaal voor ontwikkeling van dit windpark is ontworpen) heeft zich naar het oordeel van de rechtbank uitgestrekt over vrijwel alle door Neeltje Jans in de civiele procedure aangedragen aspecten. Bij dit onderzoek zijn de belangen van derden zoals Neeltje Jans uitvoerig betrokken.

Op grond hiervan heeft de rechtbank als uitgangspunt genomen dat het bouwen op grond van dit bestemmingsplan naar maatschappelijke opvattingen in beginsel niet als onrechtmatige hinder is te beschouwen. Omdat verder de concretisering van het bouwplan niet tot een andere conclusie kon leiden en van dreigende overtreding van voorschriften van de vergunning dan wel van andere algemene regels geen sprake is, kwam de rechtbank uiteindelijk tot het oordeel dat niet is gebleken van (dreigend) onrechtmatig handelen vanwege hinder of gevaarzetting door de oprichting van de windturbines. De rechtbank heeft de vorderingen van Neeltje Jans afgewezen.

Opmerkelijk

Opvallend is tot slot overweging 4.26 van het vonnis. Daarin ging het over de stelling van Neeltje Jans dat de twee windturbines een inbreuk maken op haar rechten als huurder. De rechtbank is van oordeel dat van een inbreuk op het huurgenot geen sprake is, omdat de windturbines niet zullen worden geplaatst op gronden waarop Neeltje Jans exclusieve rechten heeft. Als gevolg hiervan ontstaat een bijzondere situatie. De kantonrechter in Den Haag is, zoals hiervoor besproken, namelijk van oordeel dat de aanwezigheid van twee windturbines vlak naast het park van Neeltje Jans wel degelijk een inbreuk op het huurgenot van Neeltje Jans oplevert. Ik vermoed dat het laatste woord nog niet is gezegd over deze windturbines.

Karima Bol, advocaat huurrecht

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.