Is een contractueel verbod van doorverkoop van software zinvol?

De Rechtbank Dordrecht heeft op 11 augustus 2010 (LJN BN3863)  bepaald dat onder licentie verkregen standaardsoftware zonder toestemming van de leverancier zou mogen worden doorverkocht. De verkrijger is dan dus geen licentiefee meer verschuldigd. Het in de praktijk gebruikte contractueel verbod van doorverkoop wordt door de rechter in dit geval  gepasseerd! 

Casus
Dataport is een distributeur van standaardsoftware en heeft begin jaren negentig aan Nelcon een aantal werkstations geleverd waarop de CAD software was geïnstalleerd. Dat is standaardsoftware. De distributeur was ook bevoegd om de op de software rustende auteursrechten te kunnen inroepen tegen inbreukmakers. Nelcon heeft hierop in 2003 onder meer de werkstations met de CAD software, verkocht. Dataport spreekt vervolgens de verkrijger aan en stelt dat ze ook een licentieovereenkomst voor het gebruik van de overgenomen software zouden moeten kopen en dat licentiefee is verschuldigd. De belangrijkste vragen die vervolgens de Rechtbank moest beantwoorden waren: 1) zijn auteursrechten op software volledig uitgeput nadat de software is geleverd en 2) wat daarbij de waarde is van tussen partijen gemaakte contractuele afspraken?

Juridisch kader
In de Auteurswet is bepaald dat er geen sprake is van inbreuk op auteursrecht als software wordt verveelvoudigd door de “rechtmatige verkrijger” van een exemplaar van de software, die noodzakelijk is voor het met software beoogde gebruik (artikel 45j Auteurswet). Deze bepaling is gebaseerd op de Europese softwarerichtlijn (91/250 EG). Er kan slechts met toestemming van de auteursrechthebbende software worden gedistribueerd. Dit geldt ook voor  verhuur. Het recht om toestemming te moeten vragen is uitgeput als een kopie van de software wordt verkocht door de rechthebbende. Deze uitputtingsregel geldt echter niet voor het verder verhuren van de software of een kopie daarvan. Conclusie: het recht op verkoop van de drager kan worden uitgeput; het recht om te verhuren of te sublicentiëren niet.

Vonnis
De Rechtbank Dordrecht oordeelde dat sprake was van een geldige verkoop van de werkstations met de daarop geïnstalleerde software en van een aparte gegevensdrager met daarop de software. De kopieën van de software op de werkstations zijn noodzakelijk voor het met de software beoogde gebruik. Door het installeren van de software op die werkstations zijn de auteursrechten op de exemplaren van de software uitgeput en kan de distributeur zich dus niet verzetten tegen de verdere verspreiding van de software, er hoefde dus geen licentie meer te worden gekocht.

De Rechtbank oordeelt ook dat het in de overeengekomen licentievoorwaarden opgenomen verbod van overdracht niet geldt omdat het beoogde gebruik bestaat uit normale computerhandelingen die op grond van het dwingend recht niet kunnen worden verboden. De Rechtbank concludeert daarop, dat van inbreuk op het auteursrecht geen sprake kan zijn.

De Rechtbank neemt daarbij aan dat de verkrijger niet onrechtmatig heeft geprofiteerd van de wanprestatie van Nelcon. Hiervan is slechts sprake als bijkomende omstandigheden maken dat het profiteren van wanprestatie van een ander onrechtmatig is. Eén van die omstandigheden zou de wetenschap van de wanprestatie kunnen zijn, maar die is niet bewezen.

Wat zijn de gevolgen van de uitspraak?

De uitspraak is gewezen in een zaak waarbij standaardsoftware op een CD-ROM werd geleverd en daarna geïnstalleerd is op werkstations. De uitspraak is dus niet van toepassing op (maatwerk)software die bijvoorbeeld via ASP wordt geleverd of software die van het internet wordt gedownload.

De vraag kan gesteld worden of de Rechtbank niet ten onrechte heeft aangenomen dat sprake is van “koop”, door de verkoop van de hardware en de software onder één noemer te brengen, terwijl de kwalificatie van de verkochte gebruikerslicentie eerder vergelijkbaar is met huur. Bij verhuur van software wordt het recht van de auteursrechthebbende niet uitgeput. Bij software zou het juist niet van belang moeten zijn hoe de software ter beschikking wordt gesteld, ASP of per harde schijf, het gaat om de aard van het auteursrechtelijke werk en niet in welke vorm dit ter beschikking wordt gesteld. Het lijkt echter het verstandigst om van nu af aan alle software alleen maar ASP leveren mèt contractuele overdrachtverboden of gegevensdragers met software slechts ter beschikking te stellen met een eigendomsvoorbehoud. Dit laatste is inmiddels de praktijk geworden in de Verenigde Staten nadat daar al eerder met de hier besproken uitspraak vergelijkbare vonnissen werden gewezen.

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.