Justitie treedt op tegen 10.000 liter nep-verf

We weten allemaal dat er veel namaak producten op de markt worden gebracht. Namaak wijn, nep medicijnen en kleding, maar blijkbaar ook nep verf. In sommige gevallen neemt de houder van het intellectueel eigendomsrecht die het èchte product op de markt brengt, zelf actie.

Waar gaat dit over?

De merkhouder stelt douane-maatregelen in of start een civiele procedure tegen de boefjes. Handelen in namaak is daarnaast ook strafbaar, zo volgt o.a. uit art. 337 Sr. Maar Justitie stelt zelden vervolging in vanwege haar beleid gebaseerd op de ‘Aanwijzing intellectuele-eigendomsfraude’. In een (zeldzame) zaak waarin het OM wèl tot vervolging over te gaan, zijn op 9 maart jl. vier mannen veroordeeld met gevangenisstraffen tussen de 8 en 2 maanden. Interessant om te zien hoe de rechter oordeelt over de Aanwijzing intellectuele-eigendomsfraude (de Aanwijzing) en de daarin genoemde uitzonderingen op het terughoudende opsporingsbeleid.

Wat waren de feiten?

In deze zaak werd uit o.a. uit telefoontaps en huiszoekingen duidelijk dat er door vier mannen Sigma verf werd aangeboden wat geen èchte Sigma verf bleek te zijn. Zo wat het etiket op de emmers geplakt terwijl op de èchte Sigma verf het etiket direct op de emmers werd geprint. Een getuige verklaarde verf te hebben verkocht aan verdachten maar bevestigt dat dit verf was van het merk Ralston. Uit verklaringen bleek het te gaan om in totaal 436 emmers verf met een totale inhoud van 10.000 liter. En dat mag dus niet: verf verkopen onder een ander merk. Op grond van artikel 2.20 lid 1 onder (a) BVIE mag een derde zonder toestemming geen identiek merk gebruiken, zeker niet op een product dat niet het origineel is.

.

Verdachten probeerde hun straf te ontlopen door bij de rechter te klagen over het feit dat het OM, haaks op genoemde Aanwijzing, vervolging tegen hen had ingesteld. De rechter maakte daar korte metten mee. De Aanwijzing bevat welk degelijk uitzonderingen op grond waarvan het OM, ook bij een inbreuk op intellectuele eigendomsrechten, over kan gaan tot vervolgen. Bijvoorbeeld in geval van bedreiging van de volksgezondheid, grootschalige namaak en aanwijzingen van betrokkenheid bij een criminele organisatie. In het onderhavige geval meende de rechter dat vanwege de grote schaal van vervalste emmers merkverf het algemeen belang in het geding was. Het OM was dus in redelijkheid tot vervolging overgegaan.

Commentaar

De ervaring leert dat de het met de uitleg van de Aanwijzing niet altijd zo goed afloopt. Zo is in december 2012 door de rechter geoordeeld dat, ondanks het feit dat de verdachte nalatig en onverantwoord had gehandeld, er geen sprake was van oplichting. Het betrof hier de grootschalig in het nieuws gerapporteerde 'Kantoor voor Klanten’ oplichting waarbij zeer veel bedrijven een aanschrijving met acceptgiro ontvingen betreffende ‘bijdrage KvKhandelsregister.nl 2009’. De rechter lijkt meegeteld te hebben dat er reeds civiele rechtszaken liepen, ingesteld door de Kamer van Koophandel, op het moment dat het OM tot vervolging over ging. In dat geval zou op grond van de Aanwijzing strafrechtelijke vervolging in beginsel achterwege kunnen blijven tenzij het algemeen belang in het geding is. In de hier besproken Sigma zaak lijkt de merkhouder zelf geen actie te hebben ondernomen. Misschien wist de merkhouder hier helemaal niet van en kon het OM mede daardoor gerust tot vervolging overgaan. Maar betekent dit dat een merkhouder, of houder van een ander intellectueel eigendomsrecht, indirect gestraft wordt als hij wel zelf actie onderneemt? Vanuit de bescherming van het IE-recht is het belangrijk zo snel mogelijk actie te nemen en dat is civielrechtelijk makkelijk. Wel jammer dat boefjes dan hun (gevangenis)straf eerder zullen ontlopen.

Thera Adam-van Straaten, advocaat Intellectuele Eigendomsrechten

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.