Kamer wil dat ACM aandacht besteedt aan inkoopmacht supermarkten

Op 24 mei 2016 heeft de Tweede Kamer een motie van Kamerlid Van Gerven aangenomen. In deze motie wordt de regering verzocht met de Autoriteit Consument en Markt (ACM) te overleggen hoe gevallen van misbruik van inkoopmacht door supermarkten effectiever opgespoord en bestreden kunnen worden.

Motie 174

Tijdens een op 20 april 2016 gehouden debat over de “Toekomst van de intensieve veehouderij”, heeft Kamerlid Van Gerven aandacht gevraagd voor de gevolgen die de inkoopmacht van supermarkten heeft voor het inkomen van producenten van primaire landbouwproducten. In verband hiermee heeft op 24 mei 2016 een motie ingediend. In deze motie wordt overwogen “dat supermarkten met enige regelmaat eenzijdig prijsverlagingen aan producenten opleggen”. Gelet hierop wordt geconstateerd “dat inkoopmacht ook marktmacht is”. Vanuit de gedachte “dat misbruik van inkoopmacht effectiever aangepakt moet worden”, wordt de regering verzocht met de ACM “te overleggen hoe gevallen van misbruik van inkoopmacht actiever opgespoord en bestreden kunnen worden en daarbij specifiek aandacht te besteden aan de inkoopmacht van supermarktformules”. De motie werd door de Tweede Kamer met grote meerderheid aangenomen.

Kamerbrief

In een Kamerbrief van 12 mei 2016 laat minister Kamp als reactie op de motie weten dat het niet noodzakelijk is om inkoopmacht als marktmacht aan te merken. Dit volgt uit de wet. De ACM is een onafhankelijke toezichthouder die toezicht houdt op economische machtsposities en signalen over misbruik hiervan serieus neemt. Verder hebben de pilots met de ‘Gedragscode eerlijke handelsprakijken’ volgens minister Kamp geen klachten opgeleverd over eenzijdige prijsverlagingen. Met betrekking tot de  versterking van de inkomenspositie van agrariërs, verwijst minister Kamp tot slot naar de ‘Agricultural Market Task Force’ (AMTF), die in het najaar van 2016 zal rapporteren aan de ‘Landbouwraad’.

Inkoopmacht als marktmacht

Er bestaat inderdaad geen enkele noodzaak om te constateren dat inkoopmacht is aan te merken als marktmacht. Op grond van zowel artikel 102 VWEU en artikel 24 Mededingingswet (Mw) is het ondernemingen die beschikken over een economische machtspositie niet toegestaan misbruik te maken van deze positie. Niet alleen aan de verkoopkant kan sprake zijn van een economische machtspositie, maar ook aan de inkoopkant. Dit blijkt bijvoorbeeld uit zowel het in 2004 door de ACM gepubliceerde ‘Visiedocument inkoopmacht’ als het in 2008 door de OECD gepubliceerde ronde-tafel-rapport ‘Monopsony and Buyer Power’. Van een economische machtspositie is, gelet op artikel 1 sub (i) MW en het United Brand arrest‚ sprake als ondernemingen in staat zijn “zich in belangrijke mate onafhankelijk van hun concurrenten, hun leveranciers, hun afnemers of de eindgebruikers te gedragen”. Overigens is het beschikken over een economische machtspositie niet verboden. Er mag alleen geen misbruik van worden gemaakt.

Onderzoek ACM naar misbruik van marktmacht

Producenten van primaire landbouwproducten vormen in zekere zin de zwakste schakel in de zogenaamde ‘food supply chain’. Recent is dit nog bevestigd door de AMTF: “It was underlined that the market sets the price and therefore what can be done to improve farmers' position is limited by the market situation”.

Deze ongelijkheid vormt voor de ACM echter geen reden om op te treden tegen supermarkten die gebruik maken van hun marktmacht, mits de voordelen maar worden doorgegeven aan de consumenten. Zo maakte de ACM in onder andere het Visiedocument Inkoopmacht duidelijk dat de “mededingingsrechtelijke toets is of er voor de consument een voordeel resulteert”.

Op 19 december 2014 heeft de ACM het rapport ‘Prijsvorming van voedsel’ gepubliceerd. Op basis van dit rapport concludeerde de voorganger van staatssecretaris Van Dam in een Kamerbrief van 18 december 2014 dat “er geen sprake [lijkt] te zijn van bepaalde schakels in de keten die onevenredig veel winst boeken”. Evenmin kan het rapport “het idee dat het zwaartepunt van agrifoodketens richting supermarkt verschuift […] zonder meer onderschrijven”. Zo bezien ligt het niet voor de hand dat de ACM op korte termijn actie gaat ondernemen tegen supermarkten die gebruik maken van hun inkoopmacht.

Conclusie

De motie van Kamerlid Van Gerven lijkt als een soort zeepbel uit elkaar gespat te zijn en dat is heel jammer. De motie gaat over een heel serieuze kwestie die al jaren onderwerp van discussie is. Zolang de ACM eenzijdig kijkt naar consumentenwelvaart op de korte termijn, gaat er aan de mededingingskant waarschijnlijk niet veel veranderen. En dan de AMTF. Het is van harte te hopen dat deze commissie met oplossingen komt. Er is wel twijfel. Eigenlijk is de beste oplossing: regulering en bundeling van het aanbod alsmede gezamenlijke afzet. Dat kan nu al, mits gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden die Vo 1308/2013 biedt. Hier staat tegenover dat de recente uitspraak van het CBB in het zogenaamde ‘Zilveruienkartel’ laat zien dat de ruimte voor productieregulering en –bundeling, alsmede prijsafstemming buiten de door Vo 1308/2013 geboden mogelijkheden gering is.

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.