Kan een dwangsom in hoger beroep in stand blijven indien de grondslag van de veroordeling wijzigt?

Basil, een bedrijf dat accessoires voor fietsen op de markt brengt, ontdekte dat een ander bedrijf dezelfde fietsmand op de markt bracht. Dat liet zij niet op zich zitten en Basil startte een kort geding waarin zij onder meer een inbreukverbod, met oplegging van een dwangsom, vorderde.

De voorzieningenrechter wees de vorderingen van Basil toe omdat hij oordeelde dat de fietsmanden van de concurrent inbreuk maakten op het auteursrecht van Basil. Hij verbood verdere inbreuk en legde de concurrent onder meer de verplichting op de inbreuk makende fietsmanden terug te roepen, onder verbeurte van een dwangsom. Ook in hoger beroep oordeelde het hof dat er sprake was van inbreuk, niet op het auteursrecht van Basil maar op het niet-ingeschreven gemeenschapsmodel. Het hof liet de veroordeling tot het terugroepen van de inbreuk makende fietsmanden en de door de voorzieningenrechter opgelegde dwangsom in stand.

In cassatie stelde de concurrent aan de orde dat een dwangsom niet met terugwerkende kracht kan worden opgelegd en dat het hof, nu het een andere grondslag voor inbreuk had aangenomen, de dwangsomveroordeling niet in stand kon laten. De Hoge Raad oordeelde dat het de hoger beroeprechter vrij staat een in eerste aanleg uitgesproken veroordeling te vervangen door eenzelfde veroordeling op een andere rechtsgrond en daarbij de ingangsdatum van de dwangsom in stand te laten. Voorwaarde is wel dat de veroordeling op de nieuwe rechtsgrond niet meer of andere gedragingen bestrijkt dan de eerdere veroordeling, omdat in dat geval de in hoger beroep uitgesproken veroordeling geen andere handelingen betreft dan die in eerste aanleg al onrechtmatig waren geoordeeld.

Bekijk hier het arrest

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.