Krakers, ze blijven de gemoederen bezighouden

 

Wat is de stand van zaken met betrekking tot de (strafrechtelijke) handhaving van het kraakverbod? Begin dit jaar heeft de Minister van Justitie en Veiligheid de kamer daarover bijgepraat en geconcludeerd dat er adequaat wordt gehandhaafd. Het is nog maar de vraag of vastgoedeigenaren die met krakers te maken hebben gehad het eens zijn met die conclusie. Kraken is nog altijd aan de orde van de dag en eigenaren kijken helaas nog te vaak machteloos toe hoe zij als gevolg van kraakincidenten (tijdelijk) de controle verliezen over hun pand en daaraan (in veel gevallen) schade wordt toegebracht.  

 

Betekenis kraakverbod

Op 1 oktober 2010 is de Wet kraken en leegstand in werking getreden. Op grond van deze wet is kraken strafbaar. Een kraker kan op grond van artikel 138a Wetboek van Strafrecht worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van een jaar. Daarnaast heeft de officier van justitie op grond van de wet de bevoegdheid het gekraakte pand te betreden en te ontruimen.

 

Al snel nadat kraken bij wet strafbaar was gesteld, is in de rechtspraak aangenomen dat degene die met uitzetting wordt bedreigd in de gelegenheid moet zijn de zaak aan de rechter voor te leggen, voordat de ontruiming wordt geëffectueerd. Als de kraker die mogelijkheid niet heeft, kan de ontruiming door de officier van justitie in strijd zijn met artikel 8 EVRM. In artikel 8 EVRM is het huisrecht neergelegd dat erop neerkomt dat een ieder recht heeft op respect voor zijn privéleven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie. Als de officier van justitie tot ontruiming van een gekraakt pand wil overgaan, dienen de krakers eerst voldoende gelegenheid te krijgen om daarover een kort geding aanhangig te maken.

 

Het Openbaar Ministerie heeft daarom beleid opgesteld dat gevolgd dient te worden. Dat beleid komt er kort gezegd op neer dat de ontruiming en de ontruimingsdatum schriftelijk dienen te worden aangekondigd en krakers een termijn wordt geboden om een kort geding aanhangig te maken. Uitgangspunt is dat binnen acht weken na de schriftelijke aankondiging tot ontruiming is overgegaan, tenzij de voorzieningenrechter heeft beslist dat ontruiming in dat specifieke geval niet is toegestaan. In geval van bijzondere omstandigheden kan van dit beleid worden afgeweken. Als bijvoorbeeld sprake is van huisvredebreuk waarbij het huisrecht van een ander wordt geschonden of sprake is van een gevaarlijke situatie voor de omgeving kan de officier van justitie besluiten tot een spoedontruiming.

 

Kamerbrief over handhaving kraakverbod

Op 29 januari 2019 heeft de Minister van Justitie en Veiligheid aan de Tweede Kamer laten weten dat het kraakverbod wat hem betreft adequaat wordt gehandhaafd. Volgens de Minister weten krakers dat zij zich schuldig maken aan een strafbaar feit en dat zij rekening moeten houden met (strafrechtelijke) ontruiming. Ook vindt de Minister het positief dat de wettelijke ontruimingsbevoegdheid en het hiervoor benoemde beleid van het OM de afgelopen jaren zowel civiel- als strafrechtelijk overeind zijn gebleven. Wel zal de Minister aandacht blijven vragen voor verbetering van de aanpak van het kraakverbod en een verkorting van de ontruimingstermijn waar dat mogelijk is.

Kortom, de Minister lijkt positief gestemd over de handhaving van het kraakverbod. Dat geldt vermoedelijk niet voor de eigenaar van een gekraakt pand in Amsterdam ten aanzien waarvan de voorzieningenrechter recent heeft geoordeeld dat de krakers (voorlopig) mogen blijven.

 

Voorzieningenrechter verbiedt de Staat tot ontruiming over te gaan

Op 1 april 2019 heeft de voorzieningenrechter in Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak waarin de officier van justitie een gekraakt pand wilde gaan ontruimen. De krakers werden in het gelijk gesteld.

Wat speelde er? Eind 2018 heeft een groep krakers een pand in Amsterdam gekraakt. Op 11 december 2018 is bij de politie aangifte gedaan van kraak. Op 21 februari 2019 heeft de officier van justitie conform beleid het voornemen tot ontruiming van het pand aangekondigd. In de aankondigingsbrief werd vermeld dat de ontruiming zou plaatsvinden binnen acht weken na uitreiking van de brief.

Twee krakers hebben vervolgens een kort geding aanhangig gemaakt tegen de Staat en gevorderd de officier van justitie te verbieden tot ontruiming van het pand over te gaan. De krakers hebben zich met verwijzing naar artikel 8 EVRM beroepen op hun huisrecht. Zij stelden zich op het standpunt dat hun belang zwaarder diende te wegen dan dat van de eigenaar van het pand. De groep krakers betreft enkele jongvolwassenen die werken en/of studeren in Amsterdam en in georganiseerd verband kraken, mede omdat zij (naar eigen zeggen) niet in staat zijn op de huidige Amsterdamse woningmarkt woonruimte te vinden.

De Staat heeft in het kort geding toegelicht dat het pand werd verhuurd aan Hagatex ten behoeve van de opslag van hotel- en bedrijfslinnen. Medio 2018 heeft de verhuurder de huur opgezegd (maar de huur was tijdens de kraak nog niet beëindigd), omdat hij het pand tegen betere voorwaarden wilde gaan verhuren. Door de kraak kan de eigenaar het pand nu niet verhuren. Het pand staat te huur via een makelaar en verschillende geïnteresseerden hebben zich al gemeld. Ook is er, in afwachting van het sluiten van een nieuwe huurovereenkomst, een bruikleenovereenkomst gesloten.

De voorzieningenrechter heeft vooropgesteld dat kraken strafbaar is, maar komt vervolgens tot het oordeel dat strafvorderlijke ontruiming niet kan plaatsvinden. De voorzieningenrechter hecht daarbij waarde aan het feit dat de krakers geen schade toebrengen aan het pand en het gebruik door de krakers niet tot gevaarlijke situaties leidt. Het belang van de eigenaar bij de ontruiming van het pand was volgens de voorzieningenrechter onvoldoende duidelijk. Het pand is in het verleden vaker gekraakt en ondanks de gesloten huurovereenkomst is onvoldoende aangetoond dat het pand in het verleden op reguliere wijze is gebruikt. Dat het pand te huur staat, is volgens de voorzieningenrechter onvoldoende zwaarwegend om thans tot ontruiming over te gaan. Of de eigenaar daadwerkelijk de bedoeling heeft om het pand op korte termijn te verhuren valt te betwijfelen, aldus de voorzieningenrechter. Tot slot heeft de voorzieningenrechter het vermoeden uitgesproken dat de bruikleenovereenkomst mogelijk is gesloten louter om een spoedeisend belang voor het kort geding te creëren. Volgens de voorzieningenrechter is onvoldoende aannemelijk dat de ontruiming niet tot leegstand zal leiden en daarom verbiedt hij de officier van justitie om op strafrechtelijke gronden tot ontruiming over te gaan.

 

Tot slot

Ik ben benieuwd of de Staat in hoger beroep gaat tegen de hiervoor besproken uitspraak van de voorzieningenrechter. In ieder geval lijkt deze tendens in de rechtspraak niet in lijn te zijn met de conclusie van de Minister dat het kraakverbod adequaat wordt gehandhaafd en aandacht zal worden gevraagd voor de verbetering van de handhaving van het kraakverbod.

 Niet uit het oog moet worden verloren dat met kraken een vergaande inbreuk op het eigendomsrecht van de eigenaar van het pand wordt gemaakt. Het eigendomsrecht is het meest omvattende recht dat een persoon op een zaak kan hebben en het staat de eigenaar dan ook met uitsluiting van een ieder vrij om van de zaak gebruik te maken op een wijze die hem goeddunkt. Op grond hiervan heeft de eigenaar de mogelijkheid om zijn eigendom op te eisen van een ieder die haar zonder recht of titel onder zich houdt. Als ontruiming door de officier van justitie niet tot de mogelijkheden behoort en/of dat in verband met een spoedeisende situatie niet kan worden afgewacht (de aanpak van de officier van justitie vergt immers de nodige tijd), kan de eigenaar ook zelf ontruiming van het gekraakte pand vorderen in kort geding. Lees meer daarover in mijn blog ‘Krakers; hoe kom je ervan af?”.

Karima Bol

Advocaat Vastgoed 

 

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.