Maatschappelijke opvatting grondslag voor wijzigen bonusregeling?

Maatschappelijke opvatting grondslag voor wijzigen bonusregeling?

In onderhavige zaak staat de vraag centraal of het een werkgever is toegestaan een bonusregeling te wijzigen ex artikel 7:611 BW. Werkgever verwijst naar het maatschappelijke beeld over het bestaan van bonussen. Werknemer verzet zich tegen de eenzijdige wijziging van zijn arbeidsvoorwaarden. De kantonrechter van de rechtbank Noord-Nederland gaat hierin mee en overweegt dat voorgenoemde als goed werkgever geen aanleiding heeft gehad om tot wijziging van de arbeidsvoorwaarden over te gaan.

Feiten
Werkgever (een publiekrechtelijke rechtspersoon) heeft werknemer over de jaren 2001 tot en met 2010 een variabele bonus (tussen de € 5.000,- en € 13.000,- bruto) toegekend met uitzondering van het jaar 2009. In april 2011 besluit werkgever de variabele beloning af te schaffen.

Geschil tussen partijen
Werkgever geeft aan dat werknemer in aanmerking komt voor een overgangsmaatregel met betrekking tot de afbouw van de variabele beloning. Op grond daarvan wordt de variabele beloning in drie jaar afgebouwd. Werknemer maakt vervolgens bezwaar tegen de eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarden bestaande uit de afschaffing van de overeengekomen bonusregeling en de voorwaardelijke afbouw hiervan. Als reactie hierop stelt werkgever dat zij in redelijkheid de arbeidsvoorwaarden van werknemer eenzijdig mocht wijzigen ex artikel 7:611 BW, te meer omdat de OR vooraf zijn instemming (onder voorwaarden) heeft verleend. Werkgever voert aan dat zij wil komen tot een vereenvoudigd, rechtvaardig en consistent arbeidsvoorwaardenbeleid. Voorts benadrukt werkgever de maatschappelijke opvatting over de hoogte van beloningen. De huidige bonusregeling acht zij niet (meer) passend en gewenst. Werkgever trekt zich, onder verwijzing naar de Wet normering topinkomens (WNT), het beeld over het bestaan van bonussen in de publieke- en semipublieke sector zeer aan. Ondanks het feit dat werknemer geen topfunctionaris is (waarop de WNT van toepassing is), stelt werkgever dat de wet doorwerkt in haar hele organisatie. Voorts stelt werkgever dat het mogelijk blijft om voor een bijzondere prestatie achteraf beloond te worden met een bedrag van maximaal twee bruto maandsalarissen.

Beoordeling Kantonrechter Groningen, LJN BZ1095
De kantonrechter overweegt dat bij het ontbreken van een wijzigingsbeding een werknemer in beginsel niet is gehouden voorstellen tot wijziging van de arbeidsvoorwaarden te aanvaarden en verwijst naar het arrest Stoof/Mammoet van de Hoge Raad JAR 2008/204. De kantonrechter acht het voorstelbaar dat een werkgever de voorkeur geeft aan een uniform beloningssysteem met gelijke arbeidsvoorwaarden. In onderhavige kwestie valt echter niet in te zien dat dit belang voldoende gewicht in de schaal legt om de bonusregeling te wijzigen. Daarbij is het nog maar de vraag of het door werkgever aangevoerde maatschappelijke beeld over bonussen ziet op de situatie van werknemer. En zelfs wanneer dit het geval zou zijn, dan zou werkgever alsnog geen voldoende, gerechtvaardigde aanleiding hebben om de bonusregeling te wijzigen. Hierbij overweegt de kantonrechter dat het gaat om een arbeidsvoorwaarde op basis waarvan werknemer jarenlang een bonus ontvangt. Het feit dat de OR onder voorwaarden heeft ingestemd met het besluit doet hieraan geen afbreuk.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in OpMaat Arbeidsrecht (2013/83) op 15 februari 2013.

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.