Mag het OM zomaar informatie verstrekken aan andere toezichthoudende autoriteiten?

Gedurende een strafrechtelijk onderzoek naar een onderneming is het Openbaar Ministerie (OM) in bepaalde gevallen bevoegd om telefoongesprekken af te tappen. Hierbij kan het voorkomen dat uit die telefoontaps informatie wordt verkregen omtrent een mogelijke overtreding van het (bestuurlijk gehandhaafde) kartelverbod. De vraag is dan of het OM deze informatie mag verstrekken aan andere toezichthoudende autoriteiten zoals de NMa of de ACM. Recentelijk heeft de rechtbank Rotterdam in twee vergelijkbare zaken, op 13 juni en 11 juli 2013, een antwoord gegeven op deze vraag. 

In het vonnis van juni 2013 (LJN: CA3079) de ‘Limburgse Fraudezaak’, had het OM een strafrechtelijk onderzoek ingesteld naar ambtelijke corruptie in Zuid Limburg. In het vonnis van juli 2013 (LJN: 5042) betrof het een onderzoek naar mogelijke overtredingen van de Wet milieubeheer door verschillende ondernemingen welke werkzaam zijn op het gebied van inzameling van zeeschepenafval. In het kader van deze strafrechtelijke onderzoeken had het OM telefoongesprekken van ondernemingen afgeluisterd. Uit deze telefoontaps was het vermoeden gerezen dat er prijsafspraken bestonden tussen verschillende ondernemingen. Het OM had naar aanleiding van dit vermoeden de telefoontaps aan de NMa (tegenwoordig: ACM) ter beschikking gesteld. In beide zaken heeft de mededingingsautoriteit, op grond van de van het OM verkregen telefoontaps, een onderzoek ingesteld en is de NMA tot de conclusie gekomen dat ondernemingen in strijd met artikel 6 van de Mededingingswet (Mw.) hebben gehandeld. Dit resulteerde in oplegging van boetes aan de ondernemingen.  

De ondernemingen zijn vervolgens een procedure gestart bij de rechtbank Rotterdam en stelden dat de verstrekking van de telefoontaps door het OM aan de NMa onrechtmatig was en dat dit onrechtmatig overgedragen bewijs niet mocht worden gebruikt.

De rechtbank oordeelde in beide zaken als volgt. Op grond van artikel 39f van de Wet justitiële strafvorderlijke gegevens (Wjsg) mag het OM alleen strafvorderlijke gegevens verstrekken aan derden voor buiten de strafrechtspleging gelegen doeleinden indien en voor zover dit noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend algemeen belang. Op grond van een uitspraak uit 1996 (NJ 1996,687) kunnen telefoontaps worden aangemerkt als strafvorderlijke gegevens in de zin van artikel 1 onder b Wjsg. Daarnaast oordeelt de rechtbank op grond artikel 8 lid 1 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) waarin het privacy-beginsel is neergelegd, dat het begrip ‘zwaarwegend algemeen belang’ kan worden uitgelegd als het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land. In onderhavige zaken wordt aangenomen dat inbreuk op artikel 6 Mw. onder omstandigheden een zwaarwegend algemeen belang zou kunnen zijn dat onder artikel 39f Wjsg valt.

Naast de hiervoor omschreven vereisten dient er tot slot sprake zijn van een kenbare, voor de rechter toetsbare afweging van de officier van justitie zelf, die heeft geleid tot de conclusie dat er sprake is van noodzaak tot het verstrekken van de telefoontaps vanwege een zwaarwegend algemeen belang. In onderhavige zaken heeft die toetsing niet plaatsgevonden, waardoor de rechtbank van oordeel is dat het OM de telefoontaps in strijd de Nederlandse regelgeving ter beschikking heeft gesteld. De NMa mag onder deze omstandigheden de telefoontaps niet als bewijs gebruiken, omdat in dit geval niet kan worden nagegaan waarom de inbreuk op privacy gerechtvaardigd is. De bewijsvoering bestond in beide zaken grotendeels uit de verslagen van de telefoontaps. Gezien het feit dat het NMa dit bewijs niet had mogen gebruiken, acht de rechtbank de overtredingen van de ondernemingen onvoldoende bewezen, waardoor de NMa niet bevoegd was om de boetes op te leggen en aldus de boetebesluiten worden vernietigd.

Hoewel dus in de recente uitspraken van de rechtbank Rotterdam wordt geoordeeld dat het OM de telefoontaps niet zonder een separate toetsing aan de noodzakelijkheid  vanwege een zwaarwegend algemeen belang ter beschikking had mogen stellen, dient u als bedrijf er toch op bedacht te zijn dat gegevens die door het OM langs de strafvorderlijke weg zijn verkregen, mogelijk ook door andere toezichthoudende autoriteiten kunnen worden gebruikt. Dit is echter alleen toegestaan wanneer de verstrekking het algemeen belang dient, zodanig zwaarwegend dat de privé-belangen van de betrokkenen daarvoor moeten wijken, en wanneer die toetsing ook daadwerkelijk door de officier van justitie is gedaan.

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.