Mag u zomaar een ontwerp gebruiken? De mythe van de zeven verschillen

Dit artikel verscheen ook in Texpress 9 - 25 september 2015.

Misschien gelooft u er heilig in of heeft u er wel eens van gehoord: de mythe van de zeven verschillen. Als er maar zeven verschillen zijn, dan mag je het ontwerp van een ander toch gebruiken? U zult het al raden: dit is niet zo! Deze mythe zal dan ook voorgoed naar het rijk der fabelen moeten worden verwezen.

Stel, uw concurrent heeft een mooi, origineel jasje ontworpen en op de markt gebracht. Het jasje slaat goed aan en half modeminnend Nederland loopt erin rond. U wilt een graantje meepikken van dit succes, en besluit om een gelijkend jasje op de markt te brengen. Of u heeft, na wekenlang met het ontwerpteam om de tafel te hebben gezeten, een nieuw jurkje in uw collectie opgenomen. Een maand later komt u erachter dat uw concurrent een jurk op de markt brengt die wel heel erg lijkt op uw ontwerp. Mag dit allemaal zomaar? Kunt u zich hiertegen verzetten en waar liggen de grenzen?

Auteursrechten

Bij textiel speelt het auteursrecht vaak een belangrijke rol. De maatstaf voor auteursrechtelijke bescherming is dat het betreffende ontwerp origineel moet zijn. In de wettelijke terminologie spreken we van een ‘oorspronkelijk’ ontwerp dat een ‘eigen karakter’ moet hebben. Als dat het geval is, kan de eigenaar van het ontwerp zich verzetten tegen verveelvoudiging en bewerking van zijn ontwerp. In het geval dat een concurrent een gelijkend ontwerp op de markt brengt, moet dus worden beoordeeld of dit gelijkend ontwerp een ‘verveelvoudiging’ of ‘bewerking’ is van het originele ontwerp. Voordat aan die vergelijking wordt toegekomen moet er beoordeeld worden of er elementen in het ontwerp voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komen. Zo zijn er in textielproducten bijvoorbeeld vaak functionele elementen verwerkt, zoals de ritssluiting van een broek en de knoopsluiting van een jurk. Zulke technische of functionele elementen worden door het auteursrecht niet beschermd. Ook zijn er in textielproducten vaak stijl- of banale elementen verwerkt. Denk bijvoorbeeld aan streep- en stipmotieven. Zulke elementen zijn eveneens uitgesloten van auteursrechtelijke bescherming. Ze zijn immers niet ‘oorspronkelijk’. Het gevolg is dat deze elementen bij de vergelijking slechts een zeer ondergeschikte rol spelen. Of vervolgens het ene ontwerp inbreuk maakt op het andere wordt beslist door de vergelijking van de twee ontwerpen waarbij de vraag gesteld wordt of hier sprake is van een overeenstemmende totaalindruk waarbij aan die auteursrechtelijke beschermde elementen meer betekenis toekomt dan aan de onbeschermde elementen. Dit noemen we het ‘totaalindrukkencriterium’.

Uit de praktijk

Anders dan de mythe veronderstelt, is het dus niet zo dat er sprake zal zijn van inbreuk als er minimaal zeven verschillen zijn aangebracht. In het geval van het hiervoor genoemde jasje bent u dus niet per se veilig als u twintig verschillen aanbrengt. Zo ook het jurkje: uw concurrent kan één verschil hebben aangebracht, en toch hoeft er geen sprake te zijn van inbreuk. Hoe dit kan? Door het totaalindrukkencriterium! Bij dit criterium kijkt de rechter of de totaalindrukken van de ontwerpen overeenkomen. Er is pas sprake van inbreuk als de totaalindrukken van de ontwerpen vereenstemmen. Een aantal voorbeelden uit de praktijk:

De ‘Dutchy Dress’ van SuperTrash (links) werd in 2010 wereldberoemd door de ophef rondom de arrestatie van drie vrouwen tijdens het WK-duel Nederland- Denemarken. Het jurkje werd verspreid door biermerk Bavaria en de aanwezigheid ervan tijdens wedstrijden werd door WK-sponsor Budweiser niet op prijs gesteld. Waarschijnlijk mede vanwege de enorme media-aandacht voor het jurkje, besloot Blokker in 2012 een soortgelijk jurkje (rechts) op de markt te brengen. SuperTrash als auteursrechthebbende op de Dutchy Dress, kon dit niet waarderen en stapte naar de rechter. Blokker verwees naar acht verschillen in haar eigen jurkje. Dit mocht niet baten. De jurken hadden volgens de rechter dezelfde totaalindruk en Blokker moest de verkoop van het jurkje dan ook onmiddellijk staken en de advocaatkosten van SuperTrash volledig vergoeden.

Ook van deze jassen vond de rechter dat ze dezelfde totaalindruk hadden. De jas links (van O’Neill) maakt inbreuk op de jas rechts (van L-Fashion). In deze zaak wist men zelfs negen verschillen op te noemen, maar het oordeel van de rechter was onverbiddelijk: de jas links maakt inbreuk maakt op die van L-Fashion. Een ander voorbeeld uit de praktijk is de strijd tussen lingeriegiganten Marlies Dekkers en Sapph. In één en dezelfde procedure die was aangespannen door Marlies Dekkers, heeft de rechter zich over verschillende ontwerpen moeten buigen. Dat de mythe van de zeven verschillen in de praktijk niet opgaat, blijkt wel duidelijk uit de uitkomst van deze rechtszaak:

Conclusie

Al deze voorbeelden laten zien dat u niet zomaar kunt volstaan met het aanwijzen van zeven (of meer of minder) verschillen. Integendeel, het zal telkens gaan om de totaalindruk die de ontwerpen maken. Als bijvoorbeeld slechts op 1 essentieel punt een belangrijke wijziging in het ontwerp is aangebracht en die wijziging geeft het ontwerp een andere totaalindruk, dan kan dat ene verschil al voldoende zijn. Het omgekeerde is natuurlijk ook het geval. Als er veel ondergeschikte verschillen in het ontwerp zijn aangebracht en die wijzigingen geven het ontwerp geen andere totaalindruk, kunnen al die verschillen alsnog onvoldoende zijn. Ons advies is dus: neem geen genoegen met het tellen van de verschillen, maar kijk vooral naar het geheel!

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.