Matiging NVWA boetes vanwege meerdaadse samenloop

Als aan een bedrijf meerdere boetes zijn opgelegd en die boetes gebaseerd zijn op samenhangende feiten, dan kan sprake zijn van een bijzondere omstandigheid die ertoe leidt dat het totaal van de opgelegde boetes moet worden gematigd. Volgens rechtbank Rotterdam was in de zaak die aan de orde was in de uitspraak van 5 januari 2017, gepubliceerd op 26 januari 2017, sprake van een meerdaadse samenloop ten aanzien van drie van de vier door de NVWA opgelegde boetes. De rechtbank stelde zelf een lager boetebedrag vast.

Overtredingen

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Ministerie SZW) had naar aanleiding van een controle van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) aan een levensmiddelenbedrijf vier boetes opgelegd. Het levensmiddelenbedrijf zou namelijk een aantal overtredingen hebben begaan:

  • de bedrijfsruimten waren niet schoon en niet goed onderhouden;
  • artikelen, uitrustingsstukken en apparatuur die met voedsel in aanraking kwamen, waren niet afdoende schoongemaakt;
  • indeling, ontwerp, constructie, de ligging en de afmeting van de ruimtes voor levensmiddelen was niet zodanig dat goede hygiënische praktijken mogelijk waren;
  • er waren geen adequate maatregelen getroffen om ongedierte te bestrijden.

Dit levert een overtreding op van verschillende voorschriften die zijn vastgelegd in Verordening (EG) nr. 852/2004 (Hygiëneverordening). In het Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen is bepaald dat het is verboden om in strijd met deze voorschriften te handelen.

Handhaving

Als sprake is van een overtreding van voorschriften uit (bijvoorbeeld) de Hygiëneverordening dan kan daartegen handhavend worden opgetreden. Vaak wordt dan een boete opgelegd. Maar er kan bijvoorbeeld ook worden besloten tot het (tijdelijk) sluiten van bedrijfsruimten en/of het opleggen van een last onder dwangsom.

Wanneer in een korte tijd meerdere boetes aan een levensmiddelenbedrijf worden opgelegd, kan dat voor de NVWA aanleiding zijn om een bedrijf – soms zelfs ten onrechte – als ‘notoire overtreder’ aan te merken. Het bedrijf komt dan onder verscherpt toezicht te staan, met alle (mogelijke) gevolgen van dien. Alleen dat kan soms al reden zijn om een door de NVWA c.q. het Ministerie VWS opgelegde boete ter discussie te stellen.

Meerdaadse samenloop

In de uitspraak van rechtbank Rotterdam van 5 januari 2017 ging het om vier boetes die waren opgelegd aan een levensmiddelenbedrijf. Het bedrijf heeft tegen de vier boetes bezwaar en vervolgens beroep ingediend. Volgens het bedrijf waren de opgelegde boetes onevenredig hoog.

Uit de wet volgt dat als de hoogte van een bestuurlijke boete bij wettelijk voorschrift is bepaald – zoals dat het geval is bij boetes in het kader van de levensmiddelenwetgeving – het bevoegd gezag toch een lagere bestuurlijke boete oplegt als de overtreder aannemelijk maakt dat de vastgestelde bestuurlijke boete vanwege bijzondere omstandigheden te hoog is.

Naar het oordeel van de rechtbank is de omstandigheid dat drie van de vier boetes zijn gebaseerd op samenhangende feiten in dit geval een bijzondere omstandigheid die ertoe leidt dat het totaal van de opgelegde boetes moet worden gematigd. De NVWA heeft naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende rekening gehouden met deze samenhang in de feiten. De rechtbank heeft de boete daarom zelf lager vastgesteld.

In de praktijk komt het regelmatig voor dat dezelfde feiten tot een overtreding van meerdere voorschriften leiden. Voor iedere overtreding kan een boete worden opgelegd. Uit deze uitspraak volgt duidelijk dat het desondanks goed is om te beoordelen of de NVWA de hoogte van bestuurlijke boetes – zoals die bij wettelijk voorschrift zijn vastgesteld – niet had moeten matigen.

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.