Mediation en verjaring, ofwel een half ei is beter dan een lege dop

Verjaring is altijd een ‘eerste zorg’ in de haven en handel praktijk, want de reguliere termijnen zijn veelal kort. Wat een stuitende rechtshandeling is en hoe die in te kleden, is in de logistieke wereld meestentijds wel bekend. Niet heel bekend is hoe het overeenkomen en starten van een Mediation zich wat dat betreft verhoudt tot het instellen van een procedure voor de overheidsrechter of een Arbitrage. De Hoge Raad in zijn arrest van 19 februari 2021 ECLI:NL:HR:2021:274 geeft richting. Weliswaar is de context van het door de Hoge Raad gewezen arrest niet een logistieke, maar het belang van de uitspraak is er niet minder om. De aanvang van een Mediation in een grensoverschrijdend geschil (een internationale Mediation) dient volgens de Hoge Raad op één lijn te worden gesteld met de stuitingshandelingen genoemd in artikel 3:316 BW. Een andere opvatting zou tot resultaat kunnen hebben dat een rechtsvordering verjaart tijdens Mediation en is in strijd met de ratio van richtlijn 2008/52/EG (Mediationrichtlijn) en artikel 6 lid 1 Implementatiewet.

De wetgever heeft de regelgeving van richtlijn nr. 2008/52/EG niet willen verwerken in art. 3:316-3:317 BW. Voor een wetsvoorstel tot aanpassing van artikel 3:316 BW was destijds, blijkens de Memorie van Toelichting, onvoldoende draagvlak. Reden hiervoor was dat dit verwarrend zou zijn omdat de stuitende werking van Mediation alleen geacht werd van toepassing te zijn op grensoverschrijdende gevallen, waar de overige inhoud van artikel 3:316 BW op nationale zaken van toepassing zou zijn. Daarom is gekozen de Europese richtlijn in een afzonderlijke wet te implementeren.

Of Mediation stuitende werking heeft is nu voor het eerst bij de Hoge Raad aan de orde gekomen[1]. Partijen kunnen, althans indien één van de betrokken partijen in het buitenland gevestigd is en de vordering uit dien hoofde een internationaal karakter draagt, een Mediation procedure doorlopen zonder risico op verjaring van de onderliggende rechtsvordering. Een uitspraak met belang voor de internationale haven en handel praktijk, waarin Mediation allengs ook gebruikelijker wordt. Voor een Mediation tussen twee Nederlandse partijen lijkt de uitspraak van de Hoge Raad enerzijds voor het moment van weinig invloed, omdat de mogelijkheid van stuitende werking in gevallen met een louter nationaal karakter uitdrukkelijk niet in de wet is opgenomen. Anderzijds is dat een moeilijk te billijken rechtsongelijkheid, waar hetzij de wetgever, hetzij de rechtspraak een oplossing dient te bieden. Dat de ogen, ondanks het eerdere onvoldoende draagvlak daarvoor, daarbij primair op de wetgever dienen te zijn gericht behoeft geen betoog. En ondertussen kent een logistiek dispuut vaker wel dat internationale karakter dan niet.

 

Marc Padberg/Thijs Verwoerd

[1] Hierbij wordt volledigheidshalve opgemerkt dat de discussie bij de Hoge Raad op dit punt in belangrijke mate procestechnisch was. De Implementatiewet is op het punt van de stuitende werking van het aanvangen van een grensoverschrijdende (internationale) Mediation glashelder.

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.