Nieuwe regels effenen de weg voor kartelschadeclaims

Eindgebruikers en afnemers van een karteldeelnemer kunnen makkelijker aanspraak maken op een schadevergoeding. De Kartelschaderichtlijn, die in de hele EU het recht op schadevergoeding en de nationale regels daarover zoveel mogelijk glad strijkt, is begin 2017 omgezet in Nederlandse regelgeving.

Inleiding

Een kartel wordt vermoed schade te veroorzaken, omdat de prijzen voor goederen en diensten kunstmatig worden hooggehouden waardoor afnemers te veel betalen. Het Hof van Justitie heeft met de arresten Courage and Crehan in 2001 en Manfredi in 2006 de basis gelegd voor het recht op schadevergoeding voor partijen die als gevolg van een overtreding van het mededingingsrecht schade hebben geleden. Hoe gedupeerden die schade vervolgens op de karteldeelnemers moesten verhalen, werd tot voor kort volledig bepaald door de nationale rechtsregels. Er was alleen voorgeschreven dat die nationale rechtsregels het niet onmogelijk of uiterst moeilijk mochten maken dat gedupeerden hun schade op karteldeelnemers konden verhalen.

Het mededingingsrecht wordt beoogd om in de EU inhoudelijk uniform te worden toegepast. Daarnaast wordt het wenselijk en noodzakelijk geacht dat ook de verschillende nationale regels van de EU-lidstaten met betrekking tot het recht op schadevergoeding zo min mogelijk van elkaar zouden afwijken. Het recht op schadevergoeding maakt, naast de handhaving door mededingingsautoriteiten zoals de Commissie en ACM, immers ook deel uit van de handhaving van het mededingingsrecht. Dit wordt ook wel privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht genoemd.

Implementatiewet richtlijn privaatrechtelijke handhaving mededingingsrecht

Op 9 februari 2017 trad de Implementatiewet richtlijn privaatrechtelijke handhaving mededingingsrecht (Implementatiewet) in werking. Deze wet implementeert Richtlijn 2014/104 (Kartelschaderichtlijn). De nieuwe regelgeving maakt het voor gedupeerden van overtredingen van het mededingingsrecht gemakkelijker om een civiele schadeprocedure te starten tegen ondernemingen waarvan een toezichthouder of rechter onherroepelijk heeft vastgesteld dat zij het mededingingsrecht hebben overtreden. Deze regels zijn richtinggevend voor reeds aanhangige kartelschadeclaims en bindend voor nieuwe kartelschadeclaims. 

De Implementatiewet voegt een aantal nieuwe bepalingen toe aan boek 6 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Het betreft de artikelen 6:193k-193t BW. Eén van de belangrijkste bepalingen is dat het oorzakelijk (of causaal) verband tussen een overtreding van het mededingingsrecht en schade wordt vermoed aanwezig te zijn (artikel 6:193l BW). Daarnaast kunnen alle deelnemers afzonderlijk aangesproken worden voor de gehele schade. De hoofdelijke aansprakelijkheid van karteldeelnemers staat in een civiele procedure namelijk bij voorbaat vast (artikel 6:193m lid 1 BW). Hierdoor hoeft een gedupeerde slechts één overtreder aan te spreken voor de geleden schade.

Een overtreder kan wel aanvoeren dat een directe afnemer de meerkosten als gevolg van een kartel heeft doorberekend aan een indirecte afnemer (artikel 6:193p BW). De overtreder moet dit wel aantonen. De indirecte afnemer wordt in zijn bewijsvoering door de wet vervolgens een handje geholpen (artikel 6:193q BW). Zo wordt in een aantal gevallen aangenomen dat de indirecte afnemer voldoende heeft bewezen dat aan hem de meerkosten zijn doorberekend. Wanneer de indirecte afnemer kan aantonen dat hij zich in zo’n situatie bevindt, dan staat vast dat hij schade heeft geleden.

Daarnaast bevat de Implementatiewet aanvullingen of wijzigingen van het procesrecht. Zo kan de civiele rechter bij het bepalen van de omvang van de schade de ACM om bijstand verzoeken (artikel 44a Rv). Verder wordt nu bepaald dat een onherroepelijk boetebesluit van de ACM in een civiele schadeprocedure vaststaand bewijs van een overtreding van het mededingingsrecht oplevert (artikel 161a Rv). Ook is voor gedupeerden de toegang tot stukken in zaken betreffende schending van mededingingsrecht verbeterd (artikelen 844-852 Rv).

Commentaar

Van groot belang is dat door de Implementatiewet veel formele en procedurele drempels om een kartelschadeclaim in te dienen zijn weggenomen. Sommige bepalingen uit de Kartelschaderichtlijn heeft de wetgever niet of niet letterlijk overgenomen in de Implementatiewet. De reden hiervoor is dat de bestaande Nederlandse regels in de visie van de wetgever in overeenstemming zijn met de Kartelschaderichtlijn. Mocht blijken dat het Nederlands recht toch niet helemaal in overeenstemming is met de Kartelschaderichtlijn, dan zal de rechter verplicht zijn om het Nederlandse recht volgens de uitgangspunten van de Kartelschaderichtlijn uit te leggen en toe te passen. In ieder geval zullen partijen er goed aan doen de rechter te wijzen op de verplichting tot richtlijnconforme interpretatie, indien de Kartelschaderichtlijn in hun visie niet goed is geïmplementeerd.

Tenslotte verwijzen zowel de Commissie en ACM in hun persberichten bij boetebesluiten tegenwoordig uitdrukkelijk op de mogelijkheid voor gedupeerden om op basis van het betreffende besluit hun schade op de karteldeelnemers te verhalen. Zie bijvoorbeeld het persbericht bij het boetebesluit inzake het Truckkartel van de Commissie, waarin de Commissie een recordboete van bijna EUR 3 miljard oplegde aan truckfabrikanten voor kartelvorming.

Flip van der Kraan, advocaat mededingingsrecht

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.