Nieuwe Verordening Wederzijdse Erkenning in werking getreden

Het beginsel van wederzijdse erkenning houdt in dat goederen die in een lidstaat van de Europese Unie (“EU”) rechtmatig in de handel zijn gebracht, ook in andere Europese lidstaten verhandeld mogen worden. In de praktijk blijkt echter dat dit beginsel weinig bekendheid geniet en dat het zelden wordt toegepast. De op 19 april 2020 in werking getreden Verordening (EU) 2019/515 betreffende de wederzijdse erkenning beoogt hier verandering in te brengen.

Achtergrond

Op 19 april 2020 is Verordening (EU) 2019/515 in werking getreden die ziet op de wederzijdse erkenning van goederen die in een andere lidstaat rechtmatig in de handel zijn gebracht. Het beginsel van wederzijdse erkenning vloeit voort uit de rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU en houdt in dat goederen die in een lidstaat van de EU rechtmatig in de handel zijn gebracht, ook in andere Europese lidstaten verhandeld mogen worden. Aan dit beginsel werd voorheen invulling gegeven door Verordening (EG) nr. 764/2008. In deze verordening ontbraken echter de voorwaarden waaronder lidstaten goederen mochten weigeren en de verkoop van de goederen mochten staken. Hierdoor bleek in de praktijk dat bedrijven moeite hadden (en hebben) met markttoegang in andere lidstaten. De nieuwe verordening poogt hier verandering in te brengen. Doel is een betere toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning en het wegnemen van ongerechtvaardigde handelsbelemmeringen om zo de Europese interne markt te versterken. De belangrijkste punten uit de nieuwe verordening worden hieronder besproken.

Toepassingsgebied

Het verdient allereerst opmerking dat de nieuwe verordening, evenals haar voorganger, slechts van toepassing is op goederen of aspecten van goederen waarvoor geen harmonisering op Unieniveau geldt. Zuivelproducten (als onderdeel van een geharmoniseerde markt) mogen bijvoorbeeld overal worden verhandeld en behoeven niet wederzijds te worden erkend. De verordening geldt vervolgens voor elk administratief besluit op grond waarvan het product niet of slechts in beperkte mate mag worden verhandeld op de markt van de lidstaat van bestemming.

Vrijwillige Verklaring van Wederzijdse Erkenning

Indien partijen hun product in een andere lidstaat willen verhandelen, dienen zij te bewijzen dat hun product rechtmatig in de handel is gebracht. De nieuwe verordening introduceert de Vrijwillige Verklaring van Wederzijdse Erkenning (“VVWE”), die daartoe het bewijs kan leveren. De VVWE wordt opgesteld door de producent van de goederen en bevat een verklaring van de relevante nationale voorschrift(en) van het land waarin de goederen rechtmatig in de handel zijn gebracht, waaraan de goederen voldoen. Er is een model voor deze verklaring opgenomen in de bijlage bij de verordening en de VVWE dient deze structuur te volgen.

Nieuwe procedureregels

Het beschikbaar hebben van een VVWE betekent niet dat de lidstaat van bestemming een goed de toegang tot de markt niet meer kan ontzeggen. Lidstaten behoeven niet aan het beginsel van wederzijdse erkenning te voldoen, wanneer zij aantonen dat het product niet mag worden verhandeld op hun grondgebied op grond van artikel 36 VWEU of een dwingende reden van openbaar belang. De nieuwe verordening poogt – door het invoeren van nieuwe procedureregels – voor de beoordeling die al dan niet leidt tot een ontzegging, kaders te bieden.

Zo dient de lidstaat van bestemming de marktdeelnemer op de hoogte te stellen, indien zij een beoordeling wenst uit te voeren op de goederen. Indien de nationale autoriteit uiteindelijk besluit dat de markttoegang wordt beperkt, dan moet dit zogeheten belemmeringsbesluit voldoen aan de vereisten van de nieuwe verordening. Deze vereisten zijn opgenomen in artikel 5 en vereisen in ieder geval dat de nationale technische regel waarop het besluit is gebaseerd kenbaar wordt gemaakt, alsmede dat afdoende bewijs wordt geleverd dat aantoont dat het besluit proportioneel is.

Tot slot geldt dat een marktdeelnemer het product in principe mag blijven aanbieden, terwijl de beoordeling loopt. De nieuwe verordening maakt het echter mogelijk dat een lidstaat de aanbieding van het product tijdelijk kan opschorten, indien het product een ernstig risico vormt voor de veiligheid of gezondheid van mens of milieu en daarvoor snel ingrijpen vereist is.

SOLVIT

De nieuwe verordening promoot het gebruik van SOLVIT (Internal Market Solving System), om zo dure en lange procedures bij de rechter te voorkomen. SOLVIT is een reeds bestaande, door de nationale overheid in elke lidstaat aangeboden dienst waar bedrijven kosteloos terecht kunnen, wanneer hun rechten zijn geschonden door overheidsinstanties in een andere lidstaat. In de verordening is een procedure vastgelegd waarmee het SOLVIT-centrum in een concrete zaak om het niet-bindende advies van de Europese Commissie kan vragen.

Productcontactpunten

Verder verplicht de verordening de lidstaten om productcontactpunten op hun grondgebied aan te wijzen. Deze productcontactpunten moeten kosteloos via hun website een redelijk niveau van informatie verstekken, onder andere over het beginsel van wederzijdse erkenning, de contactgegevens van de bevoegde autoriteiten en over de rechtsmiddelen en procedures die gebruikt kunnen worden bij een geschil.

Samenwerking

Een laatste belangrijk punt is dat de Europese Commissie moet zorgen voor efficiënte samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten en de productcontactpunten van de lidstaten, zodat het beginsel van wederzijdse erkenning juist en efficiënt zal worden toegepast. Hiervoor ontwikkelt de Commissie een algemeen informatie- en communicatiesysteem. Dit systeem dient ook te worden gebruikt in de procedures voor de beperking of ontzegging van de markttoegang van goederen.

Conclusie

De nieuwe verordening beschrijft de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit het beginsel van wederzijdse erkenning, zowel voor marktdeelnemers als voor de nationale autoriteiten. Het is voor bedrijven die op een internationale markt opereren belangrijk om bekend te zijn met dit beginsel en daar, waar nodig, een beroep op te doen. Met de nieuwe verordening doet de Europese Commissie een goede poging het beginsel van wederzijdse erkenning een nieuw leven in te blazen. De praktijk zal de komende jaren uitwijzen of het gewenste effect op deze manier wel wordt bereikt.

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.