Opzegging arbeidsovereenkomst na twee jaar ziekte zonder toestemming UWV

Het komt wel eens voor dat werkgevers denken dat de arbeidsovereenkomst (voor onbepaalde tijd) met een zieke werknemer van rechtswege eindigt op het moment dat de werknemer langer dan twee jaar arbeidsongeschikt is en een WIA-uitkering toegekend heeft gekregen. Niets is minder waar. Ook in dat geval dient een werkgever het UWV om toestemming te verzoeken om de arbeidsovereenkomst met de werknemer te beëindigen, dan wel de instemming van de werknemer met de beëindiging te verkrijgen. Bovengenoemde onjuiste aanname van de werkgever was eveneens aan de orde in een recente uitspraak van de Kantonrechter Rotterdam van 22 augustus 2016. Wat was hier aan de hand?

Feiten

De werkneemster in kwestie was werkzaam als verpleegkundige bij Humanitas. Humanitas is in de regio Rotterdam een grote aanbieder van producten en diensten op het gebied van zorg, welzijn, wonen en dienstverlening. Werkneemster heeft zich op 12 mei 2014 ziek gemeld in verband met artritisklachten. Tijdens de periode van re-integratie heeft werkneemster drie keer intern gesolliciteerd op een in haar ogen passende functie. Humanitas heeft die sollicitaties uiteindelijk afgewezen. Op 29 april 2016 heeft Humanitas een brief aan werkneemster gestuurd, waarin zij aangaf van het UWV te hebben vernomen dat werkneemster vanaf 9 mei 2016 een WIA-uitkering zou gaan ontvangen. Tevens heeft Humanitas daarbij kenbaar gemaakt, dat in verband met het feit dat werkneemster vanaf dat moment twee jaar arbeidsongeschikt is geweest en zicht op werkhervatting op korte termijn niet aanwezig is, de arbeidsovereenkomst met ingang van 9 mei 2016 als beëindigd wordt beschouwd. Voor de beëindiging heeft Humanitas geen toestemming gevraagd aan het UWV, noch heeft de werkneemster ingestemd met de beëindiging.

Vordering werkneemster

Werkneemster merkt deze beëindiging aan als opzegging. Zij verzoekt vervolgens niet om de vernietiging van de opzegging, maar in plaats daarvan om betaling van een billijke vergoeding van € 60.000,- bruto. Werkneemster voert hiertoe onder meer aan dat Humanitas de arbeidsovereenkomst in strijd met het bepaalde art. 7:671 BW (namelijk zonder toestemming van het UWV en zonder haar instemming) heeft opgezegd. Gelet hierop is er volgens haar sprake van ernstig verwijtbaar gedrag en heeft zij dus recht op een billijke vergoeding. Humanitas heeft getracht werkneemster ontslagbescherming te ontnemen en wilde daarnaast van meet af aan al van haar af. Werkneemster stelt daarbij dat de billijke vergoeding een punitief karakter heeft.

Verweer Humanitas

Humanitas geeft aan abusievelijk geen toestemming aan het UWV voor het ontslag te hebben gevraagd en zij erkent terzake onjuist te hebben gehandeld. Echter, indien Humanitas wel de vereiste toestemming zou hebben gevraagd, dan zou het UWV die toestemming ongetwijfeld hebben verleend. Er is volgens Humanitas geen sprake van ernstig verwijtbaar handelen.

Oordeel kantonrechter

Tussen partijen staat volgens de kantonrechter vast dat Humanitas de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW. Werkneemster heeft immers niet schriftelijk met de opzegging ingestemd, terwijl Humanitas ook niet beschikte over de vereiste toestemming van het UWV voor de opzegging. Op de voet van het bepaalde in artikel 7:681 BW zou derhalve aanleiding hebben bestaan voor de vernietiging van de opzegging, ware het niet dat werkneemster ervoor gekozen heeft om niet de vernietiging van de opzegging te vragen, maar (enkel) aanspraak te maken op toekenning van een billijke vergoeding. Nu Humanitas heeft opgezegd zonder toestemming van het UWV en de werkneemster ook niet met de opzegging heeft ingestemd, is de ernstige verwijtbaarheid volgens de kantonrechter een gegeven.

Naar het oordeel van de kantonrechter speelt het punitieve karakter bij de billijke vergoeding in onderhavig geval echter veel minder een rol dan bijvoorbeeld bij de ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:671b BW (ontbinding op verzoek van de werkgever). De billijke vergoeding in deze situatie moet vooral gezien worden als alternatief voor de rechtsgevolgen die zouden zijn ingetreden als op verzoek van werkneemster de opzegging van de arbeidsovereenkomst vernietigd zou zijn. Een en ander betekent dat de billijke vergoeding vooral gerelateerd moet worden aan de financiële tegenwaarde die herstel van de arbeidsovereenkomst voor werkneemster zou hebben gehad.

In dat verband staat tussen partijen vast dat een vernietiging van de opzegging niet onmiddellijk een salarisaanspraak zou hebben opgeleverd, omdat werkneemster op 9 mei 2016 immers twee jaar arbeidsongeschikt was (en de loondoorbetalings-verplichting van Humanitas was verstreken). Na een eventuele vernietiging van de opzegging zou Humanitas ongetwijfeld alsnog toestemming aan het UWV hebben verzocht om wegens twee jaar ziekte de arbeidsovereenkomst op te zeggen. In die procedure zou het UWV vervolgens moeten beoordelen of binnen een periode van 26 weken te verwachten valt dat werkneemster weer in staat is om het eigen werk, dan wel aangepaste werkzaamheden bij Humanitas te verrichten of dat zij in een andere passende functie bij Humanitas zou kunnen worden herplaatst. Werkneemster heeft volgens de kantonrechter echter onvoldoende argumenten naar voren gebracht op grond waarvan verwacht mag worden dat het UWV de hiervoor opgeworpen vragen bevestigend zou beantwoorden en zij dus de gevraagde ontslagvergunning zou weigeren.

Op grond hiervan concludeert de kantonrechter dat niet aannemelijk is dat vernietiging van de opzegging zou hebben geleid tot een loonaanspraak van werkneemster, zodat er ook geen aanleiding bestaat haar op dat punt te compenseren en haar een billijke vergoeding toe te kennen. Het verzoek van werkneemster om toekenning van een billijke vergoeding wordt derhalve afgewezen.

mr. Bob de Bruijn, advocaat arbeidsrecht

Jurisprudentie: Kantonrechter Rotterdam 22 augustus 2016 (ECLI:NL:RBROT:2016:6495)

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.