Pacht en melkquotum

Begin 2010 is de Pachtkamer van het Gerechtshof Arnhem ‘om’ gegaan waar het betreft het kunnen vervreemden van melkquotum tijdens de looptijd van de pachtovereenkomst. Waar dat voorheen niet mocht, mag dat volgens de nieuwe jurisprudentie van het Pachthof onder voorwaarden nu wel, mits het met het gepachte samenhangende melkquotum aan het einde van de pacht aan de verpachter wordt opgeleverd. Inmiddels heeft de Pachtkamer een aantal arresten gewezen op grond waarvan deze nieuwe lijn vorm en inhoud heeft gekregen.

Voorheen diende een pachter die los land pachtte waarmee melkquotum samenhing, ervoor te zorgen dat het melkquotum tot aan het einde van de pacht op het gepachte bleef rusten. Enkel met toestemming van de verpachter (als eigenaar van het melkquotum) was het toegestaan het melkquotum aan een ander te verkopen of te verleasen. De pachter die zonder toestemming van de verpachter het melkquotum vervreemdt maakte zich in beginsel schuldig aan wanprestatie die enerzijds ontbinding van de pachtovereenkomst met haar gevolgen rechtvaardigde en anderzijds de pachter jegens verpachter schadeplichtig maakte. Pachter diende 50% van de waarde van het melkquotum (waarde op het moment van vervreemding) te vergoeden.

Het Pachthof heeft zijn opvatting inmiddels gewijzigd en baseert zich daarbij op artikel 6:80 BW. De pachter die het quotum zonder toestemming van de verpachter verkoopt, pleegt geen wanprestatie, zolang hij maar maatregelen heeft getroffen om zeker te stellen dat hij aan het einde van de looptijd van de pachtovereenkomst in staat zal zijn om het met het gepachte samenhangende melkquotum aan de verpachter op te leveren. Wat zijn nu die maatregelen? Uit de vier uitspraken die het Pachthof inmiddels heeft gedaan, is het volgende af te leiden.

1. Het opleveren van het melkquotum aan het einde van de pacht is voldoende gewaarborgd, als degene aan wie de pachter zijn melkquotum heeft geleverd, verklaart dat hij dit melkquotum weer aan de pachter ter beschikking zou stellen (uitspraak 9 februari 2010)

2. Het opleveren van het melkquotum aan het einde van de pacht is eveneens gewaarborgd als het melkquotum is overgedragen aan een vennootschap onder firma waarvan de pachter (mede)vennoot is en de andere vennoten medepachters zijn geworden. Voldoende lijkt op grond van dit arrest ook te zijn dat de pachter bij de overdracht van het genot en het gebruik van het gepachte in de vennootschap zich alle rechten heeft voorbehouden op het gepachte evenals de gehele zeggenschap over het gepachte (uitspraak 20 april 2010).

3. Niet voldoende gewaarborgd is de enkele betwisting van de stelling van verpachter dat het niet zeker is dat aan het einde van de pacht het melkquotum correct zal worden opgeleverd. Anders gezegd: pachter moet zijn stelling dat hij het melkquotum zal opleveren een duidelijke basis geven. De enkele stelling dat de twijfel van verpachter niet terecht is, is onvoldoende (uitspraak 9 november 2010).

4. Correcte oplevering is tot slot ook gewaarborgd als de pachter tijdens de procedure die strekt tot ontbinding van de pachtovereenkomst in verband met het vervreemden van het melkquotum, het betreffende melkquotum weer in zijn bezit krijgt. In dit geval heeft de pachter nadat hij was gedagvaard een vervreemding aan een derde ongedaan gemaakt (uitspraak 29 november 2010).

Uit deze uitspraken kan worden afgeleid dat het uiteraard pachter is die in geval van vervreemding van het melkquotum zal moeten bewijzen dat hij in staat is het met het gepachte samenhangende melkquotum aan het einde van de pacht aan de verpachter op te leveren. Duidelijk moet nog worden of het pachter ook toegestaan is ander melkquotum dan het (oorspronkelijk) met het gepachte samenhangende melkquotum ter beschikking te stellen. Het Pachthof heeft daarover nog geen standpunt ingenomen.

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.