Pas nou toch op met die hennepkwekerij!

Het gebeurt eigenlijk veel te vaak: de eigenaar van een bedrijfspand verhuurt een ruimte aan een op zich goedwillende huurder, hij laat het toezicht op het pand een beetje sloffen (want dat doet de huurder vast wel zelf), en enkele maanden later heeft een kwaadwillende derde een serieuze hennepkwekerij aangelegd. Die hennepkwekerij is natuurlijk al een ding, maar de exploitant is in de regel ook niet van plan om de energierekening te betalen. De stroom wordt met een houtje-touwtje verbinding van de hoofdaansluiting afgetapt, het systeem raakt gaandeweg overbelast en uiteindelijk breekt brand uit met alle schade van dien.

Situatie

Zo lagen de feiten in een recente uitspraak van 1 maart 2017 van de rechtbank Rotterdam. De eigenaar van het pand zag zich geconfronteerd met een forse bedrijfsschade, en hij ging voor twee ankers liggen. Enerzijds maakte hij aanspraak op vergoeding van de schade onder zijn bedrijfsschadepolis, anderzijds vorderde hij de eventueel niet-gedekte schade van zijn huurder.

In de procedure wees de verzekeraar iedere dekking van de hand met een beroep op de polisvoorwaarden, meer in het bijzonder artikel 12 (geen dekking in geval van aanwezigheid van een hennepkwekerij) en artikel 8.11 (geen dekking indien de wijziging in het gebruik van het bedrijfspand niet binnen 60 dagen aan de verzekeraar wordt gemeld). De verzekerde stelde zich evenwel op het standpunt dat de verzekeraar hem na het voorval te kennen had gegeven dat zij de schade (enkel) op grond van artikel 8.11 zou afwijzen, en dat zij zich om die reden vervolgens niet achteraf ook nog eens op de uitsluiting van artikel 12 mocht beroepen.

Oordeel van de Rechtbank

De rechtbank ging er niet in mee. Het is op zich juist dat een verzekeraar, die een specifieke reden voor de afwijzing geeft, daar in het licht van de redelijkheid en billijkheid later niet zomaar op terug mag komen als die reden kennelijk niet meer voldoet (Hoge Raad, 3 februari 1989). Voor het antwoord op de vraag of de verzekerde op die reden mocht vertrouwen, is dan telkens van belang

  • hoe specifiek die reden was
  • hoe stellig die reden werd gebracht
  • wat de rol van de verzekerde zelf hierin is geweest.

In deze zaak had de verzekeraar weliswaar meteen al duidelijk gemaakt dat de hennepkwekerij tot een afwijzing zou leiden, maar had hij zijn afwijzing nooit concreet gemaakt. Daar kon de verzekeraar overigens zelf ook niet zo heel veel aan doen; de verzekerde had hem namelijk zelf gevraagd nog even te wachten met het definitieve standpunt.  De verzekeraar had zijn handen dus nog steeds vrij, had geen verweren prijsgegeven en zijn beroep op artikel 12 werd door de rechtbank gehonoreerd.

Slot

Uiteindelijk liep het toch nog redelijk goed af voor de eigenaar van het pand: zijn vordering op de huurder werd namelijk wel grotendeels toegewezen. De huurder had weliswaar zelf niets verkeerd gedaan, maar hij is op de voet van artikel 7:219 BW wel degelijk aansprakelijk voor het handelen van derden in het door hem gehuurde pand. Zijn aansprakelijkheid bleef echter beperkt tot 80% van de geleden schade. De overige 20% bleef voor rekening van de eigenaar nu hij de schade met iets meer toezicht wellicht had kunnen voorkomen.

Michiel Spanjaart, advocaat verzekeringsrecht

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.