Rechtbank Rotterdam bevestigt besluit ACM in het “wasserijkartel”

In een uitspraak van 12 mei 2016 heeft de rechtbank Rotterdam het besluit van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) in het zogenaamde “wasserijkartel” grotendeels bevestigd. Slechts één wasserij ontspringt de dans, omdat de overtreding was verjaard. De overige wasserijen krijgen een kleine korting op de boete vanwege de lange duur van de procedure bij de rechtbank.

Casus

In de periode van 1 januari 1998 tot 1 december 2009 hebben vier wasserijen, CLF, Rentex Floron, Rentex Awé en Rentex Dieben, volgens de ACM binnen hun samenwerkingsverband Rentex de onderlinge concurrentie op de markt voor textielverzorging voor de gezondheidszorg beperkt. De door de wasserijen gemaakte afspraak hield in dat elk van hen een geografisch rayon kreeg toegewezen. Gedurende het eerste deel van de periode, van 1 januari 1998 tot 10 april 2002, hebben de wasserijen onderling zowel de passieve als de actieve acquisitie uitgesloten buiten het eigen rayon. In de periode na 10 april 2002 werd het verbod op passieve acquisitie losgelaten, maar werd het verbod op actieve acquisitie voortgezet. Deze afspraken zijn door de wasserijen gemaakt in het kader van hun franchiserelatie met Rentex Nederland B.V., een gezamenlijke dochteronderneming. Vanwege deze overtreding heeft ACM partijen boetes opgelegd. Nadat de ACM het door de Wasserijen tegen deze boetes gemaakte bezwaar van de hand wees, stelden zij beroep in bij de rechtbank Rotterdam. 

Oordeel van de rechtbank

De door de wasserijen gemaakte rayonverdeling wordt door de rechtbank aangemerkt als een marktverdelingsafspraak. Uit de arresten Toshiba en Solvay Solexis volgt volgens de rechtbank dat marktverdelingsafspraken een zeer zware inbreuk vormen op het kartelverbod en tevens een mededingingsbeperkend doel hebben. Onder verwijzing naar het Groupement des cartes bancaires arrest en een eigen uitspraak van 18 december 2014 overweegt de rechtbank dat slechts nagegaan hoeft te worden of de rayonverdeling als zodanig de mededinging kan beperken. Een onderzoek naar de daadwerkelijke gevolgen kan achterwege blijven.

De rechtbank is het met de ACM eens dat de rayons van de wasserijen elkaar voor een deel overlapten. Als gevolg van de rayonverdeling was de concurrentie in de overlapgebieden uitgesloten. Bovendien traden de wasserijen niet tot elkaars rayon toe. De rayonverdeling was daarom schadelijk voor de concurrentie tussen de wasserijen en beperkte de mededinging merkbaar. Te meer nu de wasserijen op de markt voor textielverzorging in de gezondheidszorg een marktaandeel hadden van bijna 50%.

In de ogen van de Rechtbank heeft de ACM de rayonverdeling terecht aangemerkt als één enkele inbreuk. Dat vanaf 1 april 2002 het verbod op passieve acquisitie werd losgelaten, maakt dat niet anders. Het verbod op actieve acquisitie heeft immers onverkort bijgedragen aan het gemeenschappelijke doel van partijen. Ten aanzien van Rentex Dieben stelt de Rechtbank echter vast dat deze wasserij vanaf 28 augustus 2003 als onderaannemer van CFL optrad en dus niet langer deelnam aan de rayonverdeling.

De wasserijen waren van mening dat de rayonering was vrijgesteld van het kartelverbod, omdat de afspraak in het kader van een franchiseovereenkomst was gemaakt. De rechtbank volgt dit betoog niet. Van een echte franchiseovereenkomst is immers geen sprake. Rentex Nederland B.V., de franchisegever, is niet meer dan een samenwerkingsverband van concurrenten dat niet zelfstandig op de markt actief is.  

Met betrekking tot de boete stelt de rechtbank allereerst vast dat de ACM aan Rentex Dieben geen boete kon opleggen, aangezien die bevoegdheid was vervallen. Rentex Dieben was al op 28 augustus 2003 met de inbreuk gestopt, terwijl de vervolging door de ACM pas op 24 mei 2011 was aangevangen. 

Bij het opleggen van de boete was de ACM uitgegaan van de totale omzet die de wasserijen hadden behaald op de markt voor textielverzorging voor de gezondheidszorg. De wasserijen meenden dat voor de periode na 10 april 2002 uitgegaan moest worden van de omzet behaald met acquisitie behaald in de overlapgebieden. Ook dit verweer slaagt niet. De rayonering beïnvloedde de mededinging op de gehele relevante markt. Voor de wasserijen resteert alleen een "troostprijs". De rechtbank verlaagt de boetes met € 5.000,-- vanwege de onredelijk lang duur van de procedure bij de rechtbank.

Commentaar

Dat marktverdelingsafspraken een ernstige overtreding van het kartelverbod opleveren is niets nieuws. Wat de onderhavige uitspraak interessant maakt is dat de rayonering is afgesproken in het kader van een franchisestelsel. Binnen een dergelijk stelsel zal een franchisegever zijn franchisenemers over het algemeen gebiedsbescherming willen bieden teneinde hen in staat te stellen de fanchiseformule rendabel te kunnen exploiteren. Indien voldaan is aan de voorwaarden gesteld in de Groepsvrijstelling verticale samenwerking is gebiedsbescherming toelaatbaar. De onderhavige uitspraak laat zien dat concurrenten niet onder het "mom" van een franchiseformule de markt kunnen verdelen. De franchisegever moet zelfstandig op de markt actief zijn en echt iets voorstellen.

Een ander opmerkelijk punt is de constatering van de ACM dat de werkgebieden van de wasserijen slechts aan de randen overlapten. De stelling van de wasserijen dat slechts in de overlapgebieden de mededinging kan worden beperkt is dus niet zo vreemd. Toch ging ook deze vlieger niet op: op grond van de rayonafspraak traden partijen namelijk niet tot elkaars markt toe. De vraag is echter of dat überhaupt een reële optie was. Mocht dat niet zo zijn, dan is de niet-toetreding geen gevolg van de marktverdelingsafspraak.

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.