Right to be forgotten met succes ingeroepen door veroordeelde misdadiger

Afgelopen vrijdag heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het recht van een veroordeelde om digitaal vergeten te worden prevaleert boven het publieke belang op informatie. Dit arrest is baanbrekend omdat dit betekent dat iemand die is veroordeeld voor een misdrijf zich (met succes) kan beroepen op zijn recht om vergeten te worden. Aan de privacy van een individu, ook al heeft hij/zij een misdaad begaan, wordt meer waarde gehecht dan aan het recht van de samenleving om over deze misstanden geïnformeerd te worden.

De zaak

SBS6 heeft op 27 mei 2012 een aflevering uitgezonden van het programma “Misdaadverslaggever” van Peter R. de Vries. In deze aflevering werden camerabeelden getoond waarin X met een (vermeende) huurmoordenaar bespreekt hoe deze een concurrent in de escortbranche het beste kan (laten) liquideren. De beeldopnamen zijn door de vermeende huurmoordenaar in het geheim gemaakt met behulp van een balpen waarin een camera zat. X is op 15 augustus 2012 in eerste aanleg veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf wegens poging tot uitlokking van huurmoord. Deze veroordeling was mede gebaseerd op de hiervoor genoemde beeldopnamen van de vermeende huurmoordenaar. X heeft hoger beroep ingesteld. Dit hoger beroep loopt nog.

Deze zaak is uitgebreid in de media verschenen en er is zelfs een boek over geschreven. X wil nu dat Google links uit zoekresultaten die naar deze zaak verwijzen verwijdert. X heeft hiervoor verzoeken bij Google ingediend, maar Google heeft het verzoek geweigerd om het zij van mening is dat het publieke belang op informatie voor het privacy belang van X gaat.

Eerste aanleg en hoger beroep

Google krijgt in eerste aanleg en tevens in hoger beroep gelijk. Kort gezegd zijn de rechtbank en het Hof van mening dat wij zijn billen brandt, ook op de blaren moet zitten. Met andere woorden als je misdaden begaat dan moet je de consequenties, zoals vermelding in de media, ook onder ogen zien. Het recht op privacy en specifiek het recht om vergeten te worden, gaat in zulke gevallen niet op.

Google/Costeja

Echter, de Hoge Raad heeft nu geoordeeld dat de belangenafweging zoals gemaakt door de rechter en het Hof onjuist is. Het recht van het publiek op informatie heeft niet per definitie voorrang op het recht van privacy in zaken zoals onderhavige. De Hoge Raad baseert zich hierbij op het arrest van het HvJEU Google/Costeja van 13 mei 2014. In dit arrest is voor het eerst het ‘recht om vergeten te worden’ toegekend door de hoogste Europese rechterlijke instantie. Sinds dit arrest regent het bij Google om verwijderingsverzoeken. Per geval maakt Google een afweging, waarbij het af en toe tot een gerechtelijke procedure kan leiden.

Recht om vergeten te worden

Zoals hierboven al eerder geschreven was de tendens bij dergelijke verwijderingsverzoeken dat de privacy van het individu niet per definitie zwaarder woog dan het recht op informatie. Integendeel, juist in die zaken waarin sprake was van criminele gedragingen, ging het recht op informatie voor het recht op privacy van het individu. Aan deze belangenafweging heeft de Hoge Raad nu een einde gemaakt door te oordelen dat ook voor criminelen kan gelden dat het recht op privacy voor het recht op informatie gaat.

Uiteraard wil dit nog niet zeggen dat alle veroordeelden nu een carte blanche hebben en dat Google (en de rechterlijke macht) alle verwijderingsverzoeken moet gaan goedkeuren. Per geval zal er een altijd belangenafweging gemaakt moeten worden afhankelijk van de omstandigheden van het geval, maar Google (en ook de rechterlijke macht) zal het recht op privacy in geval van criminele gedragingen niet zomaar naast zich neer mogen leggen.

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.