Schadevergoeding voor waardevermindering van uw aandelen?

Als een bestuurder onrechtmatige handelingen verricht die de waarde van de vennootschap doen dalen, heeft normaal gesproken alleen de vennootschap een vordering op die bestuurder. Het vermogen van de vennootschap is door dat onrechtmatig handelen gedaald. Daarom heeft in principe alleen de vennootschap een vordering. Dat als gevolg daarvan een aandeelhouder ook de waarde van zijn aandelen ziet dalen, noemt men ‘afgeleide schade’. Een aandeelhouder heeft in beginsel geen vordering op de bestuurder. De gedachte daar achter is dat de vennootschap haar schade kan verhalen, waardoor het vermogen van de vennootschap wordt ‘hersteld’. Daardoor zal ook de waarde van de aandelen weer op peil zijn en is er dus geen schade meer.

Eigen vordering van de aandeelhouder

Een aandeelhouder heeft echter wél zelf een vordering op de bestuurder als die bestuurder een specifieke zorgvuldigheidsnorm heeft geschonden, die hij ten aanzien van de aandeelhouder in acht had moeten nemen. Dit is een zeer uitzonderlijke situatie. In de rechtspraak is nog maar een enkele keer een rechtstreekse vordering tot vergoeding van afgeleide schade toegewezen.

Afgeleide schade via de zijdeur?

In het vennootschapsrecht kan je als aandeelhouder van je medeaandeelhouders vorderen dat zij je aandelen overnemen tegen een door de rechtbank te bepalen prijs, als van jou niet langer kan worden verwacht dat je met die anderen aandeelhouder blijft van dezelfde vennootschap. Dat is de geschillenregeling. Als benadeelde aandeelhouder kan je de rechtbank dan ook vragen dat bij het vaststellen van de prijs een ‘billijke verhoging’ wordt toegepast in verband met de gedragingen van je medeaandeelhouders of van andere betrokkenen, zoals bestuurders. De rechter kan daartoe overgaan als aannemelijk is dat de gedragingen van je medeaandeelhouders (of bestuurders) hebben geleid tot vermindering van de waarde van je over te dragen aandelen. Je moet het dus ‘aannemelijk maken’, wat makkelijker is dan onomstotelijk bewijzen. Feitelijk is er sprake van vergoeding van afgeleide schade, als de vordering tot een billijke verhoging wordt toegewezen.

Een andere mogelijke procedure waarbij, bij de vaststelling van de prijs van de aandelen, het mogelijk lijkt dat er rekening wordt gehouden met afgeleide schade, is de zogenaamde uitkoopprocedure. In die procedure kan een aandeelhouder die 95% of meer van de aandelen en het stemrecht bezit van de andere aandeelhouders vorderen dat zij hun aandelen overdragen. De prijs van de over te dragen aandelen wordt dan vastgesteld door de rechter, nadat een deskundige daarover heeft geadviseerd. In een uitspraak van de Ondernemingskamer werd bepaald dat de deskundige bij het vaststellen van de prijs van de aandelen rekening moest houden met het onrechtmatige handelen van de bestuurder van de vennootschap. Het zou volgens de rechter naar maatstaven van redelijkheid & billijkheid onaanvaardbaar zijn als de minderheidsaandeelhouder zijn aandelen moest verkopen tegen een prijs die in sterke mate is beïnvloed door de benadelende handelingen van de bestuurder. Deze benadering bespaart de minderheidsaandeelhouder een lange procedure tegen die bestuurder, waarbij het ook nog maar de vraag zou zijn of die vordering zou slagen, gezien de beperkte mogelijkheden om afgeleide schade te verhalen.

Commentaar

De diverse uitspraken en procedures lijken de weg naar vergoeding van afgeleide schade steeds minder ontoegankelijk te maken. Het is echter nog steeds een ‘bumpy road’. Want wat opvalt, is dat er sprake moet zijn van uitzonderlijke situaties wil er een kans van slagen zijn.

Evert-Karel Ditvoorst, advocaat Corporate Litigation

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.