Somalische piraten en het Wetsvoorstel ter Bescherming Koopvaardij

Vanaf 2011 namen de problemen door piraterij af als gevolg van marinepatrouilles en veiligheidsmaatregelen van de rederijen zelf, maar een recent incident laat zien dat piraterij een blijvend probleem is. Nederland is echter nog altijd de enige van de maritieme landen van betekenis in Europa die private beveiligers aan boord van zeeschepen niet toestaat, waardoor Nederlandse rederijen in een lastig parket zitten. Waarom lukt het ons land maar niet om dit grote probleem voor de Nederlandse koopvaardij op te lossen?

Feiten

Op maandag 13 maart jl. zond de olietanker de ‘Aris’, varend in de Golf van Aden, een noodsignaal uit, schakelde zijn elektronische volgsysteem uit en veranderde van koers. De Europese antipiraterijmissie (EU NavFor) meldde later dat het schip was geënterd door twee vissersboten met 25 piraten aan boord, het schip naar de haven van Alula, Somalië, werd gebracht, de bemanning werd vastgehouden en er losgeld werd geëist. Hoewel de problemen vanaf 2011 afnamen, liggen piraten nog altijd op de loer. Die afname was met name te danken aan marinepatrouilles en veiligheidsmaatregelen van de rederijen zelf.

Ten aanzien van de zelf te nemen maatregelen zijn de Nederlandse rederijen toegewezen op Vessel Protection Detachments (VPD’s) via de overheid en mogen zij geen gewapende private beveiligers inhuren. VPD’s zijn echter niet altijd een mogelijkheid, zijn duur en resulteren er vaak in dat van de route moet worden afgeweken. Hierdoor verslechtert de concurrentiepositie van redererijen met koopvaardijschepen varend onder de Koninkrijksvlag en hebben sommige rederijen zelfs hun schepen uitgevlagd. Dat heeft zijn weerslag op de zeevaartsector en aanzienlijke economische consequenties voor Nederland. Het is, sinds 2006, al drie regeringen op rij niet gelukt dit probleem op te lossen.

In 2011 verscheen het rapport “Geweldsmonopolie en piraterij” van de adviescommissie De Wijkerslooth. De commissie adviseerde in dat rapport de regering om over te gaan tot een hoger niveau van bescherming van onder Koninkrijksvlag varende koopvaardijschepen. Het kabinet gaf daarop aan dat zij een besluit zou nemen over het al dan niet mogelijk maken van de inzet van particuliere beveiligers. Hoewel er veel complicaties werden voorzien en er met name veel weerstand was om aan het geweldsmonopolie van de Nederlandse staat te tornen, verscheen eind 2015 het nieuwe “Beleidsstandpunt bescherming Nederlandse schepen tegen piraterij”, welke als uitgangspunt diende voor de bijzondere wetgeving op grond waarvan inzet van gewapende private beveiligers op Nederlandse koopvaardijschepen toch mogelijk moest worden. 

In september 2016 werd het Initiatiefvoorstel Wet ter Bescherming Koopvaardij ingediend. Daar plaatste de Afdeling Advisering van de Raad van State kritische kanttekeningen bij aangezien door de voorwaarden uit de wet het geweldsmonopolie onder druk zou komen te staan. Daarop is het voorstel aangepast en op 15 februari jl. werd het definitieve wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd. Toch zijn er nog altijd grote zorgen dat het wetsvoorstel zou breken met het geweldsmonopolie.

Juridisch kader

Wat is de verhouding tussen het geweldsmonopolie van de Nederlandse staat enerzijds en de bevoegdheid tot gebruik van geweld door particulieren anderzijds? Geeft de overheid haar monopolie niet simpelweg uit handen?

De commissie De Wijkerslooth gaf in 2011 al aan dat indien het geweldsmonopolie zou inhouden dat de overheid het alleenrecht heeft op het gebruik van geweld, het inzetten van gewapende particuliere beveiligers als zodanig al een doorbreking van het geweldsmonopolie zou vormen, maar dat een meer moderne kijk op het geweldsmonopolie er in resulteert dat individuen en organisaties alleen legitiem geweld mogen gebruiken voor zover dat door de staat is toegestaan. Vanuit die moderne optiek hoeft het toelaten van bewapende particuliere beveiligers op koopvaardijschepen niet noodzakelijk als een doorbreking van het overheidsmonopolie op geweld te worden gezien, aldus de commissie. De staat bepaalt wie onder welke voorwaarden geweld mag gebruiken, hetgeen betekent dat het als uitgangspunt voor koopvaardijschepen verboden is particulier gewapend personeel aan boord te hebben, maar dat niettemin mogelijk gemaakt zou kunnen worden indien voldoende rechtstatelijke waarborgen worden aangebracht in de vorm van regulering en toezicht.

Er moest een constructie gevonden worden waarbij het geweldsmonopolie bij de overheid blijft, maar het tevens toegestaan wordt dat private partijen en individuen legitiem geweld mogen gebruiken. Dat is alleen mogelijk als de door de commissie De Wijkerslooth toegelichte moderne kijk op het geweldmonopolie het uitgangspunt is. En dat is het geval, zo zegt initiatiefnemer Han ten Broeke (VVD): “Het Ministerie van Veiligheid en Justitie en het Openbaar Ministerie hebben ons geadviseerd in de geweldsinstructie voor de private beveiligers aan boord. ook moeten de beveiligingsbedrijven voldoen aan de strenge ISO-certificering op dit gebied. De Raad van State was kritisch, maar ook daar hebben we naar geluisterd. De zwaardmacht ligt nog steeds bij de Nederlandse overheid, wij zijn virtueel aanwezig, maar de uitvoering ligt bij private partijen.”

Aanbevelingen voor de praktijk

Het definitieve wetsvoorstel is nog voor de parlementsverkiezingen van 15 maart jl. ingediend, zodat de Tweede Kamer in de nieuwe samenstelling meteen kan beginnen met de behandeling van het voorstel. Ten Broeke en collega initiatiefnemer Raymond Knops (CDA) verwachten zeker steun te vinden voor deze wet. Er zijn wel nog altijd kritische vragen vanuit de Tweede Kamer over de inzet van gewapende private beveiligers en niet alleen met betrekking tot het geweldsmonopolie. Ik noem er een aantal:

  • Hoe wordt beoordeeld of geweldsgebruik proportioneel was of niet?
  • Hoeveel beveiligingsorganisaties komen in aanmerking voor een vergunning?
  • Mogen particuliere beveiligers dezelfde geweldsmiddelen toepassen als VPD’s?
  • Wat is de positie van de kapitein van het schip als er gebruik wordt gemaakt van particuliere beveiliging? Hoe wordt de aansprakelijkheid van de kapitein geregeld in geval van geweldgebruik door private beveiligers? Wie mag geweld bevelen? Is de kapitein ook aansprakelijk voor geweld dat is begonnen door de beveiligers? Is het uitgesloten dat als bijvoorbeeld een onschuldige visser in zijn been wordt geschoten de kapitein daar aansprakelijk voor is?
  • Hoe zullen de particuliere beveiligingsorganisaties concreet aan wapens komen?
  • Hoe verhoudt zich de bepaling dat het gebruik van geweld met dodelijk letsel als gevolg niet is toegestaan met een mogelijk beroep op noodweer door een private beveiliger, al dan niet als privépersoon?

Er dienen nog behoorlijk wat vragen beantwoord te worden alvorens de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie (belast met het voorbereidend onderzoek) de openbare behandeling van het wetsvoorstel genoegzaam voorbereid acht. Dan moet er nog gestemd worden en moet het wetsvoorstel nog naar de Eerste Kamer. Dat neemt niet weg dat te verwachten is dat de inzet van private gewapende beveiligers ook voor Nederlandse rederijen mogelijk zal worden.

Een tot nu toe onderbelicht punt is welke verzekeringen er dan worden voorgeschreven. De mogelijkheden in dat verband zijn wel een punt dat (voor zover dat nog niet het geval was) op de agenda kan bij verzekeraars, verzekeringsmakelaars en risicoadviseurs.

Christopher van Wulfften Palthe, advocaat Handel, Industrie & Logistiek

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.