Staatssteun en DAEB: de Commissie licht de DAEB Kaderregeling toe

Bij brief van 6 juni 2013 heeft de Europese Commissie (Commissie) een toelichting gegeven op de DAEB Kaderregeling. De brief past in het DAEB-pakket, het pakket aan regels geïntroduceerd voor staatssteun ten behoeve van diensten van algemeen economisch belang (DAEB). Met de brief wil de Commissie de lidstaten bewuster maken van de belangrijkste noviteiten die met de Kaderregeling zijn ingevoerd en zo vertraging van de meldingsprocedure voorkomen.

Het DAEB-pakket

Vorig jaar heeft de Europese Commissie (Commissie) een nieuw pakket ook wel aangeduid als het. Het pakket bestaat uit vier instrumenten die gelden voor alle (nationale, regionale, lokale) overheden die compensatie verlenen voor het verrichten van diensten van algemeen economisch belang (DAEB’s): het DAEB Vrijstellingsbesluit, de DAEB de minimis verordening, de DAEB Mededeling, en de DAEB Kaderregeling. Meer over het DAEB- pakket in de blog: Nieuwe de minimis voor steun in geval van DAEB.

De brief van de Commissie

De Kaderregeling is bedoeld voor DAEB-steun die bij de Commissie wordt gemeld. Dat wil zeggen DAEB steun die niet op grond van het Vrijstellingsbesluit of de DAEB de minimis verordening van melding is vrijgesteld. Na melding beoordeelt de Commissie aan de hand van de Kaderregeling of de DAEB steun toelaatbaar is. In de brief van 6 juni wijst de Commissie op 8 punten waar de lidstaten bij het aanmelden van hun DAEB steun rekening mee moeten houden.

  1. Op grond van punt 14 van de Kaderregeling dienen de lidstaten aan te tonen dat zij de behoeften aan een openbare dienst goed hebben onderzocht. In de brief van 6 juni beklemtoont de Commissie dat de lidstaten in dit kader dienen aan te tonen dat het gaat om een reële openbare dienst.
  2. Punt 19 van de Kaderregeling schrijft voor dat lidstaten bij het opdragen van een DAEB de regels op het gebied van overheidsopdrachten in acht moet nemen. Deze regels zijn in Nederland vastgelegd in de Aanbestedingswet. Volgens de brief van 6 juni betekent dit dat elke DAEB waarvoor een lidstaat compensatie wil verlenen overeenkomstig de regels op het gebied van overheidsopdrachten aan de dienstverlener moet worden toevertrouwd.
  3. Indien de DAEB aan meerdere ondernemingen wordt toevertrouwd, moet voor al deze ondernemingen de compensatie op dezelfde wijze worden berekend.
  4. De berekening van de nettokosten die nodig zijn, of die naar verwachting nodig zijn, om de DAEB  uit te voeren, dient plaats te vinden aan de hand van de Net Avoided Cost (NAC)-methode. Volgens punt 25 van de Kaderregeling gaat het hierbij om het verschil tussen de nettokosten voor de dienstverrichter die de DAEB uitvoert, en zijn nettokosten of -winst indien hij zonder DAEB-verplichting had moeten opereren. De brief van 6 juni maakt duidelijk dat slechts van de NAC-methode kan worden afgeweken als de lidstaat aantoont dat deze methode niet kan worden toegepast.
  5. In de brief van 6 juni wijst de Commissie erop dat in de compensatiemethode prikkels moeten worden opgenomen die ervoor moeten zorgen dat de DAEB doelmatig en tegen een hoge kwaliteit wordt verricht. Als geen doelmatigheidsprikkels zijn opgenomen, moet de lidstaat aantonen dat het niet mogelijk is dergelijke prikkels op te nemen.
  6. De lidstaten zijn volgens de brief van 6 juni verplicht na te gaan of de aangemelde DAEB steun geen aanleiding geeft tot zware concurrentieverstoringen.
  7. Groot belang hecht de Commissie blijkens de brief van 6 juni ook aan in punt 60 van de Kaderregeling opgenomen transparantieverplichting. Ten aanzien van aangemelde DAEB steun moeten lidstaten op internet namelijk bepaalde informatie openbaar maken.
  8. Tot slot verlangt de Commissie dat de DAEB opdracht adequaat en op volledige wijze wordt vastgelegd vóórdat een aanvang wordt gemaakt met de uitvoering van de DAEB. In dit kader moet in ieder geval de in punt 16 van de Kaderregeling genoemde punten in de opdracht worden beschreven.

Slot

De brief van 6 juni 2013 laat zien welke punten de Commissie van belang acht bij het beoordelen van DAEB steun. De brief is echter niet uitputtend. De Commissie roept de lidstaten op tijdig, dat wil zeggen vóórafgaand aan de melding, informeel met de Commissie in overleg te treden. Dit moet de betreffende lidstaat en de Commissie in staat stellen eventuele moeilijkheden op te sporen en te verhelpen. Hiermee wil de Commissie ongetwijfeld voorkomen dat de uiteindelijke melding vertraging oploopt.

Eric Janssen, Advocaat staatssteunrecht

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.