Staatssteun voor de instandhouding van zeldzame schapenrassen: het blijft lastig

Het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB) heeft in een uitspraak van 4 augustus 2016 vragen gesteld aan de Europese Commissie over een onderdeel van de Regeling LNV-subsidies, te weten subsidies voor “gescheperde schaapskuddes met zeldzame rassen”.

De casus

Staatssecretaris Bleeker van Economische Zaken introduceerde in 2012 in de Regeling LNV-subsidies een subsidie voor gescheperde schaapskuddes met zeldzame rassen. Drie schapenhouderijen met elk een schaapskudde bestaande uit meer dan 100 ooien van het ras Kempisch heideschaap, vroegen subsidie aan. De staatssecretaris verleende op 20 februari 2013 aan elk van de schapenhouderijen een subsidie van maximaal € 11.397,56. De subsidie werd verleend onder de uitdrukkelijk voorwaarde van goedkeuring door de Europese Commissie, omdat de subsidie in de visie van  de staatssecretaris staatssteun vormde. De schapenhouderijen zouden de subsidie ontvangen zodra de Europese Commissie de subsidieregeling zou hebben goedgekeurd.

Op 16 oktober 2013 kregen de schapenhouderijen van de staatssecretaris te horen dat de Europese Commissie de subsidieregeling niet had goedgekeurd. Daarom had de staatsecretaris besloten de verleende subsidie voor elk van de schapenhouderijen te verlagen tot € 7.500,- over een periode van drie jaar. Hierdoor voldeed de subsidie aan De-minimis verordening en was voorafgaande goedkeuring van de Europese Commissie niet nodig.

Het bezwaar van de schapenhouderijen tegen de verlaging van de toegekende subsidie werd door de staatssecretaris op 1 mei 2014 ongegrond verklaard. Hierop gingen de schapenhouderijen in beroep bij het CBB.

De uitspraak van het CBB

Na partijen te hebben gehoord, bleef het CBB met een aantal – deels juridische, deels feitelijke - vragen zitten die partijen niet wilden of konden beantwoorden. Daarom besloot het CBB onder verwijzing naar de Mededeling van de Commissie over de handhaving van de staatssteunregels door de nationale rechterlijke instanties de vragen voor te leggen aan de Europese Commissie.

  1. Is de subsidieregeling voor het behoud van gescheperde schaapskuddes als Nederlands cultuurhistorisch erfgoed naar het oordeel van de Europese Commissie een steunmaatregel die valt onder de werking van de staatssteunregels?
  2. Wanneer heeft de Europese Commissie de aanmelding van de subsidieregeling door Nederland ontvangen?
  3. Hoe luidt de beschikking van de Europese Commissie over de door Nederland aangemelde subsidieregeling? Wanneer heeft de Europese Commissie deze beschikking genomen en bekendgemaakt? Op welke wijze is deze beschikking bekendgemaakt?

Commentaar

Een maatregel kwalificeert als staatssteun indien deze maatregel (i) een of meer ondernemingen een (ii) door de staat of met staatsmiddelen gefinancierd (iii) selectief voordeel verschaft waardoor (iv) de mededinging wordt vervalst of dreigt te worden vervalst en (v) de handel tussen de lidstaten ongunstig kan worden beïnvloed. De eerste vraag van het CBB lijkt voornamelijk gericht te zijn op de laatste twee criteria. In de brief aan de Europese Commissie stelt het CBB namelijk dat in de subsidieregeling noch in de subsidiebesluiten zichtbaar is stilgestaan bij de vraag of de subsidieregeling de mededinging vervalst of dreigt te vervalsen en het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig kan beïnvloeden. Aan beide criteria wordt, zeker met betrekking tot steun voor ondernemingen die actief zijn in de landbouw, over het algemeen vrij snel voldaan. In een besluit van 4 maart 2010 (steun voor onder andere de bevordering van extensieve schapenhouderij in Aragon) doet de Europese Commissie de beoordeling af in één zin: “As trade in agricultural products within the EU is extensive and highly competitive9 , the measure distorts or threatens to distort10 competition and affects trade between Member States.” Het ligt voor de hand dat de Europese Commissie de eerste vraag van het CBB gelijkluidend beantwoordt.

Het is vervolgens de vraag of de subsidieregeling daadwerkelijk is gemeld. In de praktijk is het niet ongebruikelijk dat er tussen de lidstaat en de Europese Commissie eerst vooroverleg plaatsvindt. De subsidieregeling zou al in een dergelijk vooroverleg gestrand kunnen zijn. Mocht de subsidieregeling zijn gemeld, dan ligt het niet voor de hand dat de Europese Commissie een formeel besluit heeft genomen. De Europese Commissie pleegt alle staatssteunbesluiten in het staatssteunregister te publiceren. Dit register bevat geen besluit met betrekking tot de onderhavige subsidieregeling. Indien gemeld, heeft de staatssecretaris de melding naar verwachting ingetrokken.

Uit de uitspraak van het CBB wordt niet duidelijk waarom de staatssecretaris alleen het subsidiebedrag heeft verlaagd en niet de subsidieregeling zelf heeft aangepast zodat deze wel zou voldoen aan de Richtsnoeren voor staatssteun in de land- en bosbouwsector. Het hiervoor reeds genoemde besluit van 4 maart 2010 laat immers zien dat extensieve schapenhouderij best staatssteunproof gesubsidieerd had kunnen worden om op die manier speciale schapenrassen in stand te kunnen houden.

Wat de zaak voor de schapenhouderijen zuur maakt is dat anderhalve maand nadat de staatssecretaris hun bezwaar ongegrond verklaarde, de Europese Commissie een nieuwe De-minimis verordering publiceerde. Door middel van deze verordening werd de maximale de-minimis-steun verhoogd van € 7.500,-- naar € 15.000,--. Onder de nieuwe regeling had de staatssecretaris dus probleemloos alle drie de schapenhouderijen elk een subsidie van € 11.397,56 kunnen toekennen.

Eric Janssen, advocaat staatssteunrecht

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.