Studiekostenbeding en terugbetalingsregeling

Een werkgever kan in de arbeidsovereenkomst een opleidings- of studiekostenbeding opnemen, op basis waarvan de werknemer bij uit dienst treden onder bepaalde voorwaarden de studiekosten (deels) moet terug betalen. Ook als zo’n beding aan de voorwaarden voldoet is het opletten voor de werkgever.  De rechter kan het beding matigen of teniet doen als de terugbetalingsverplichting naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar geacht wordt.

Een opleidings- of studiekostenbeding is een beding waarbij de werkgever en de werknemer overeenkomen dat de werknemer (meestal) bij het einde van de arbeidsovereenkomst (een deel van de) studiekosten aan de werkgever terugbetaalt. De werknemer zal dan veelal bedingen dat hij enkel onder bepaalde voorwaarden de studiekosten dient terug te betalen, bijvoorbeeld wanneer hij op eigen initiatief bij de werkgever uit dienst treedt.

Voorwaarden

Partijen zijn in beginsel vrij overeen te komen wat zij willen. Er zijn geen specifieke wettelijke regels van toepassing op het studiekostenbeding. In 1983 heeft de Hoge Raad in een arrest voorwaarden gesteld waaraan het studiekostenbeding zou moeten voldoen. In het arrest noemde de Hoge Raad de volgende voorwaarden:

  • vaststelling van de periode waarin de werkgever geacht wordt baat te hebben bij de door de studie opgedane kennis en vaardigheden;
  • (uitdrukkelijke) vaststelling van de verplichting van de werknemer om, indien de arbeidsovereenkomst tijdens of onmiddellijk na afloop van de studieperiode eindigt, het loon over die periode aan de werkgever terug te betalen;
  • de terugbetalingsverplichting moet tijdens de vastgestelde periode evenredig afnemen (dus een glijdende schaal bevatten);
  • bijzondere wettelijke regels kunnen grenzen stellen aan hetgeen partijen kunnen overeenkomen, bijvoorbeeld de WMM;
  • een studiekostenbeding heeft voor de werknemer zulke ernstige gevolgen dat dit duidelijk aan hem uiteengezet moet zijn;
  • het initiatief voor het ontslag ligt niet bij de werkgever.

Case

In de praktijk blijkt dat rechters in het kader van ‘goed werkgeverschap’ (art. 7:611 BW) of de ‘redelijk en billijkheid’ (art. 6:248 lid 2 BW) veelal de bedingen matigen of tenietdoen. In een recente uitspraak van de Kantonrechter Arnhem wordt de vordering van de werkgever op de terugbetalingsverplichting uit het studiekostenbeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar geacht en zodoende afgewezen. De werknemer in deze zaak is van april 2011 tot april 2012 bij werkgever in dienst geweest in de functie van junior planeconoom tegen een salaris van € 2.075 bruto. Partijen zijn twee tijdelijke arbeidsovereenkomsten van ieder zes maanden aangegaan.

Arbeidsovereenkomst

In de in april 2011 door partijen ondertekende arbeidsovereenkomst is onder meer bepaald dat werknemer gedurende vierentwintig maanden zal deelnemen aan het opleidingsprogramma. Werkgever is bereid tenminste dit bedrag aan werknemer te besteden, indien zij ervan kan uitgaan dat werknemer gedurende tenminste enkele jaren bij werkgever werkzaam zal zijn. In de door beide partijen ondertekende terugbetalingsovereenkomst studiekosten is onder meer bepaald dat de kosten van het opleidingsprogramma voor deze twaalf maanden € 15.000 bedragen en door werkgever worden voldaan. Indien de werknemer binnen zes maanden na aanvangsdatum van de arbeidsovereenkomst het initiatief neemt om bij werkgever uit dienst te treden, moeten alle opleidingskosten door de werknemer worden betaald. Indien de werknemer binnen 6 tot 24 maanden na aanvangsdatum van de arbeidsovereenkomst bij werkgever vertrekt, zullen de opleidingskosten naar rato door werknemer moeten worden betaald.

Beëindiging van rechtswege

In maart 2012 heeft de werknemer te kennen gegeven dat hij zijn arbeidsovereenkomst niet wenste te verlengen. De werkgever vordert vervolgens op basis van de overeengekomen studieovereenkomst een bedrag van € 7.500 ter zake van studiekosten.  De werknemer is het hier niet mee eens en legt de zaak voor aan de kantonrechter.

Terugbetalingsovereenkomst

Bij de kantonrechter voert hij primair aan dat hij op grond van de terugbetalingsovereenkomst enkel gehouden is de studiekosten terug te betalen in het geval dat hij de arbeidsovereenkomst zelf zou hebben opgezegd. Nu de arbeidsovereenkomst van rechtswege is geëindigd, is geen sprake van een opzegging, zodat hij niet op grond van de terugbetalingsovereenkomst verplicht kan worden de studiekosten terug te betalen. De kantonrechter volgt dit verweer van werknemer niet. Uit de terugbetalingsovereenkomst volgt naar het oordeel van de kantonrechter dat de verplichting tot terugbetaling ook bestaat wanneer de werknemer de arbeidsovereenkomst niet wenst te verlengen. In die overeenkomst is immers vermeld dat de werknemer studiekosten moet terugbetalen indien hij ’vertrekt‘. Hieronder kan naar het oordeel van de kantonrechter mede worden verstaan het van rechtswege eindigen van de arbeidsovereenkomst in verband met het feit dat de werknemer een andere baan heeft geaccepteerd. Voorts is in het rekenvoorbeeld opgenomen dat studiekosten worden verrekend wanneer de werknemer ’het contract niet wenst te verlengen‘. Hieruit volgt eveneens dat de terugbetalingsregeling in het onderhavige geval van toepassing is.

Goed werkgeverschap

De kantonrechter volgt het verweer van werknemer wel ten aanzien van zijn standpunt dat het beroep van werkgever op de terugbetalingsregeling in strijd is met de eisen van goed werkgeverschap en daarmee in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Vaststaat dat werknemer geen opleiding heeft gevolgd aan een onafhankelijke onderwijsinstelling, maar enkel intern is opgeleid. Hij heeft geen diploma ontvangen dat hij aan potentiële nieuwe werkgevers zou kunnen tonen als bewijs van opgedane kennis en verworven vaardigheden. Daarnaast heeft de werknemer onweersproken aangevoerd dat hij zelf het opleidingsprogramma heeft aangepast, omdat er naar zijn mening sprake was van een overlap met de leerstof die hem aan de universiteit is aangeboden. Naar het oordeel van de kantonrechter behoren de inspanningen die de werkgever in het onderhavige geval heeft geleverd om de werknemer binnen de onderneming op te leiden tot planeconoom tot de normale investeringen die een werkgever als goed werkgever in zijn werknemers behoort te doen. Deze investering komt mede tot uitdrukking in het relatief lage salaris dat de werkgever aan de werknemer heeft betaald. Voorts is van belang dat de opleiding volgens de werkgever een duur heeft van 24 maanden, terwijl de werkgever – volgens haar eigen stellingen – drie arbeidsovereenkomsten van zes maanden heeft aangeboden aan werknemer. De aangeboden overeenkomsten waren aldus van kortere duur dan de opleiding. Bovendien houdt de terugbetalingsovereenkomst in dat hoe korter de werknemer werkzaam is bij werkgever, hoe meer hij moet terugbetalen, terwijl de opleiding eerst na 24 maanden is afgerond. De investeringen van werkgever in de opleiding zijn dus eerst na 24 maanden volledig op het niveau van € 15.000. Hiermee valt zonder nadere toelichting, welke ontbreekt, niet te rijmen dat werknemer na een dienstverband van twaalf maanden meer moet terugbetalen dan na een dienstverband van achttien maanden.

De werkgever voert nog aan dat de werknemer bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst voldoende is geïnformeerd over de terugbetalingsregeling en wist waarvoor hij tekende. Dit doet naar het oordeel van de kantonrechter echter niet af aan hetgeen hiervoor is overwogen, aangezien werknemer, indien hij in dienst wilde treden bij werkgever, geen andere keuze had dan akkoord te gaan met de terugbetalingsovereenkomst.

Conclusie

Het is dus niet zo eenvoudig om als werkgever de gemaakte studiekosten terug te vorderen. Niet alleen aan de in dit artikel genoemde voorwaarden moet worden voldaan, ook dient rekening gehouden te worden met een redelijke toepassing van met name de terugbetalingsregeling voor de werknemer. Zorgvuldigheid is dus geboden. In dat kader blijft het raadzaam om als werkgever zorgvuldig te zijn in het opstellen van een studiekostenbeding en zo nodig juridische bijstand in te schakelen.

 

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.