Twee keer schadevergoeding voor dezelfde schade (7.14 Waterwet). Hoe kan dat?

Een wat ongelukkige samenloop van omstandigheden maakt dat het Wetterskip Fryslan twee keer schadevergoeding moet betalen voor het opleggen van een gedoogplicht op grond van artikel 5.24 Waterwet. In een uitspraak van 1 maart 2017 oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over een aantal besluiten van dit waterschap.

Feiten

Eerst kort de feiten. In 2013 sluit het waterschap met een eigenaar van een woning een gebruiks- en schadevergoedingsovereenkomst. Als gevolg van een projectplan zal van deze eigenaar 2,89% van zijn eigendom gebruikt moeten worden. Een waterloop moet namelijk worden verbreed. Waterschap en eigenaar komen overeen dat het waterschap de werkzaamheden mag uitvoeren en de eigenaar daarvoor een bedrag van EUR 25.000,00 krijgt. De eigenaar krijgt ook de verplichting om jegens een eventuele nieuwe eigenaar te bedingen dat deze nieuwe eigenaar het gebruik door het waterschap zal gedogen en dat deze (dus) ook af zal zien van een schadevergoeding vanwege dit gebruik. 

De eigenaar met wie de overeenkomst is gesloten geeft geen gevolg aan dit kettingbeding. Hij verkoopt in 2014 zonder dit kettingbeding zijn woning met de daarbij behorende grond, waaronder het nog niet afgegraven gedeelte. Het waterschap meldt zich intussen nog wel bij de notaris door de nieuwe eigenaar voorafgaand aan levering in kennis te stellen van de gebruiks- en schadevergoedingsovereenkomst.

Met de nieuwe eigenaar blijkt het moeilijk eieren eten. De nieuwe eigenaar acht zich niet gebonden aan de gebruiks- en schadevergoedingsovereenkomst en weigert toestemming te geven aan het waterschap om de werkzaamheden uit te voeren. Het waterschap heeft daarmee geen andere mogelijkheid om een gedoogplicht op te leggen. De nieuwe eigenaar meldt zich tevens om schadevergoeding op grond van artikel 7.14 Waterwet te krijgen. Het waterschap wijst dat verzoek af. Reden: er is al betaald, zie de schadevergoedingsovereenkomst en bij de oude eigenaar is voor de volledigheid nagegaan of de schadevergoeding is verdisconteerd in de koopprijs (lees: met het schadevergoedingsbedrag is verlaagd). Die heeft daarop bevestigend geantwoord. De schadevergoeding is dus anderszins verzekerd, aldus het waterschap.

Oordeel Raad van State

De Afdeling passeert die redenering. De nieuwe eigenaar is niet als partij betrokken bij de gebruiks- en schadevergoedingsovereenkomst. Hij hoeft zich dus niets gelegen te laten liggen aan die overeenkomst. Dat de oude eigenaar stelt dat de schadevergoeding is verdisconteerd, is slechts de stelling van de oude eigenaar en is verder ook uit niets gebleken, aldus de Afdeling. Dat dit dus betekent dat het waterschap dubbel betaalt, is niet een reden om de nieuwe eigenaar schadevergoeding te ontzeggen. Het is aan het waterschap om te bezien of het vanwege de tekortkoming in de nakoming van de gebruiks- en schadevergoedingsovereenkomst jegens de oude eigenaar mogelijkheden heeft om het al betaalde bedrag terug te halen. 

Aan voorzienbaarheid van het intreden van de schade (zoals de rechtbank nog had geoordeeld), komt de Afdeling niet toe. De Afdeling besteedt daaraan geen overwegingen, maar het heeft alles van doen met de aard van de gedoogplicht. Vanwege het permanent moeten afgraven van een stuk van de eigendom, bestaat er een recht op een volledige schadeloosstelling. De Afdeling heeft dat eerder geoordeeld en baseert zich daarbij op de wetsgeschiedenis. Bij een dergelijke volledige schadeloosstelling als uitgangspunt past niet de toepassing van het beginsel van actieve risicoaanvaarding. Toepassing van dat beginsel betekent immers dat schade al dan niet geheel voor eigen rekening moet blijven en dat blijft er geen volledige schadeloosstelling over. 

Hoe verder?

Deze uitspraak geeft waterschappen het nodig om te overdenken. Waterschappen willen uiteraard zoveel mogelijk van dit soort gebruiks- en schadevergoedingsovereenkomsten sluiten. Het voorkomt dat zij gedoogplichten moeten opleggen met alle administratieve rompslomp van dien en niet te vergeten: open eindes vanwege het feit dat er dan nog schadevergoedingsprocedures volgen. Als waterschappen deze praktijk willen voortzetten, zullen zij erop bedacht moeten zijn dat zij achteraf geld moeten gaan terughalen bij degenen die verzuimen kettingbedingen, als hiervoor besproken, door te leggen, met alle incassorisico's van dien. De enige mogelijkheid om dit alles te voorkomen is de overeenkomsten te beperken tot schadevergoedingsovereenkomsten en voor het gebruik altijd een gedoogplicht op te leggen en daarbij te bedingen dat de eigenaar geen rechtsmiddelen zal aanwenden tegen het opleggen van de gedoogplicht. Ook bij deze toepassing zijn nog wel de nodige kanttekeningen te plaatsen, zoals de beperkingen die gelden bij het wegcontracteren van de mogelijkheid rechtsmiddelen aan te wenden. Die beperkingen lossen zich echter eenvoudiger op dan achteraf geld terughalen bij eigenaren die zich weinig gelegen laten liggen aan een kettingbeding. 

Wij adviseren u graag verder over deze mogelijkheid.

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.