Twee slagen verliezen, maar goede kans om de oorlog te winnen

Ook in zaken waarin zowel de rechtbank als, in hoger beroep, het hof een ongunstig oordeel vellen kan een cassatieberoep uiterst zinvol zijn. Dat bewees de zaak van Parkking Ontwikkeling maar weer eens.

Wat was er aan de hand?

Parkking Ontwikkeling had een overeenkomst gesloten voor de koop van een nog te bouwen parkeergarage. Die overeenkomst bevatte een financieringsvoorbehoud, dat Parkking in een brief van enige tijd later heeft ingeroepen. Samen met de verkopende projectontwikkelaar is Parkking vervolgens in overleg getreden en zijn diverse opties besproken, onder meer dat Parkking huurder van de parkeergarage zou worden en dat partijen samen een belegger zouden zoeken die de parkeergarage zou willen kopen. Partijen hebben daartoe gezamenlijk opdracht gegeven een professionele verkoopprospectus te laten maken. De projectontwikkelaar heeft zich naderhand op het standpunt gesteld dat Parkking geen beroep op het financieringsvoorbehoud heeft gedaan en zij heeft Parkking gesommeerd de overeenkomst na te komen, op straffe van verbeurte van de tussen hen in de overeenkomst afgesproken boete. Parkking dacht daar anders over en zo kwam het tot een rechtszaak.

Het proces

De rechtbank wees de vorderingen van de projectontwikkelaar toe, maar voor de projectontwikkelaar kwam dat vonnis te laat: zij was inmiddels failliet verklaard. Ook in hoger beroep werden de vorderingen van de failliete projectontwikkelaar toegewezen en namens Parkking heb ik cassatieberoep ingesteld.

En met succes: Parkking heeft zich bij de Hoge Raad succesvol beklaagd over de manier waarop het hof de brief waarin het financieringsvoorbehoud werd ingeroepen had uitgelegd. De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte beslissend gewicht heeft toegekend aan de meest voor de hand liggende taalkundige betekenis van de woorden van de brief van Parkking, omdat dat die brief dient te worden uitgelegd aan de hand van de wilsvertrouwensleer, waarbij alle omstandigheden van het geval van belang zijn en dus niet alleen naar de meest voor de hand liggende taalkundige betekenis mag worden gekeken. De tweede klacht dat, zoals het hof had geoordeeld, uit niets zou blijken dat de projectontwikkelaar haar formele positie als verkoper zou hebben willen opgeven slaagde eveneens. Naar het oordeel van de Hoge Raad was het hof er ten onrechte aan voorbijgegaan dat Parkking had gesteld dat andere opties met de projectontwikkelaar waren besproken en dat partijen samen naar een belegger zouden zoeken die de parkeergarage zou kopen en dat daartoe een professionele verkoopprospectus zou worden opgesteld. Ook de laatste klacht van Parkking slaagde: het hof had het aanbod van Parkking om haar stellingen met betrekking tot de verdere besprekingen en de alternatieven voor de koopovereenkomst te bewijzen niet mogen passeren omdat Parkking niet aan haar stelplicht had voldaan, zo oordeelde de Hoge Raad.

Een mooie uitspraak in een zaak die in twee feitelijke instanties werd verloren maar die door de uitspraak van de Hoge Raad zeer goede kansen op succes heeft gekregen.

Caspar Janssens, advocaat bij de Hoge Raad

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.