Uitzondering ‘Schuttersduin’; gemeenten en vergunninghouders, pas op!

Op 3 augustus 2016 heeft de rechtbank Overijssel een vonnis gewezen over aansprakelijk van de gemeente Wierden. In dit vonnis heeft de rechtbank een uitzondering gemaakt op de regel uit het bekende Hoge Raad-arrest ‘Schuttersduin’, inhoudende dat een vergunninghouder op eigen risico handelt als hij start met bouwen vóór de vergunning onherroepelijk is. Schade veroorzaakt door bouwen zonder onherroepelijke vergunning blijft doorgaans voor eigen rekening via de weg van art. 6:101 BW (eigen schuld).

Wat speelde er in de Overijsselse zaak? Een agrariër wilde op zijn perceel een tweede bedrijfswoning bouwen. Hij verkreeg daarvoor in maart 2009 een bouwvergunning. Hiertegen werd bezwaar gemaakt. De vergunninghouder is hiervan blijkbaar niet op de hoogte gesteld. In ieder geval is hij niet uitgenodigd voor de hoorzitting van de behandeling van het bezwaar. Kort na de hoorzitting is de vergunninghouder begonnen met de sloop- en bouwwerkzaamheden. De bouwinspecteurs van de gemeente hebben tijdens het bezoek bij de aanvang van de werkzaamheden niets gemeld over bezwaar of hoorzitting. De vergunninghouder heeft gesteld dat hij van niets wist, totdat er via een voorlopige voorziening om stillegging van de bouw werd verzocht. Achteraf bleek dat de verleende bouwvergunning geen stand kon houden. Het bezwaar is gegrond verklaard en de vergunning is herroepen.

De agrariër eiste daarop schadevergoeding van de gemeente. De rechtbank achtte én het verlenen van de bouwvergunning én het niet uitnodigen van de vergunninghouder voor de hoorzitting onrechtmatig. Veel schadeposten komen niet voor vergoeding in aanmerking vanwege gebrek aan causaal verband. De gemaakte bouwkosten komen wel deels voor vergoeding in aanmerking. De rechtbank noemt de hoofdregel uit het arrest ‘Schuttersduin’ (HR 29 april 1994, NJ 1997, 396), maar corrigeert die regel. De verplichting voor de bouwer om zelf te informeren naar de onherroepelijkheid van de bouwvergunning wordt afgezwakt, omdat de gemeente niet zelf heeft medegedeeld bij de verschillende contactmomenten met de bouwer dat de vergunning nog niet onherroepelijk was. Uit rechtsoverweging 5.17.2 van het vonnis:

“Waar in het Schuttersduinarrest het starten met de bouw, voordat de vergunning onherroepelijk is, geheel voor risico van de vergunninghouder is gebracht (in de sleutel van artikel 6:101 BW: de schade wordt in zijn geheel toegerekend aan het handelen van de vergunninghouder), moet die verdeling in dit geval daarom anders uitvallen. Het feit dat [eiser] niet zelf actief heeft geïnformeerd bij de gemeente Wierden, maakt dat hij wel een substantieel deel van de schade zelf moet dragen, waarbij de rechtbank aansluit bij de hiervoor besproken strenge jurisprudentie op dit punt, maar het feit dat geen enkele medewerker van de gemeente, bij geen enkele van de vele zich voordoende gelegenheden, heeft medegedeeld dat er een bezwaarschrift was ingediend, maakt dat een deel van de schade mede het gevolg is van omstandigheden die aan de gemeente Wierden kunnen worden toegerekend. Door dat handelen (nalaten) is bij [eiser] immers het vertrouwen bevestigd dat zijn bouwvergunning onherroepelijk was.

De rechtbank komt, alle omstandigheden van het geval afwegende, tot het oordeel dat de verdeling van de toerekening van de ontstane schade, aldus moet zijn dat aan de gemeente Wierden 1/3e deel wordt toegerekend en aan [eiser] 2/3e deel.”

Er geldt dus volgens de Overijsselse rechtbank een uitzondering op de regel van ‘Schuttersduin’, indien de gemeente verzuimt in contactmomenten met de vergunninghouder te melden dat er bezwaar is gemaakt tegen de vergunning. In dit geval leidt dat tot aansprakelijkheid van de gemeente – in billijkheid bepaald – ter hoogte van 1/3 deel van de bouwkosten. Een kleine kanttekening past bij deze kwestie. Dit vonnis is erg casuïstisch; de rechtbank heeft dit billijkheidsoordeel geveld in dit specifieke geval. Het is de vraag of elke rechter er zo over zou oordelen en of er in situaties die hiervan iets verschillen eveneens een uitzondering op ‘Schuttersduin’ moet worden aangenomen. Of de rechtbank Overijssel een trend zet is dus nog even afwachten. Wat in ieder geval kan worden opgemaakt uit dit vonnis is dat van bestuursorganen uiterste zorgvuldigheid wordt verwacht bij de procedures. Vergunninghouders doen er goed aan zich goed te laten informeren als ze hun vergunning willen gaan gebruiken en er onzekerheid over de onherroepelijkheid van een vergunning zou kunnen bestaan. In dit geval moest de vergunninghouder immers nog altijd 2/3 van de schade zelf dragen.

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.