US & EU Sancties en Embargo’s tegen Iran en Rusland

De geopolitieke verhoudingen zijn - dat laat de voor velen niet voor mogelijk gehouden uitslag van de Amerikaanse presidentsverkiezingen wel zien - inmiddels net zo veranderlijk als het weer. Die veranderingen hebben veelal tot resultaat dat staten anders ten opzichte van elkaar komen te staan, met evenzovele veranderingen in sanctieregimes tot gevolg. Bekend is dat de aanstaande president van de Verenigde Staten Donald Trump niet alleen een verklaard tegenstander is van internationale handelsverdragen (‘TTIP’), maar bijvoorbeeld ook van het JCPOA (‘Joint Comprehensive Plan of Action’, d.w.z. het actieplan dat er voor dient te zorgen dat het nucleaire programma van Iran louter voor vreedzame doeleinden wordt ingezet). De in dat kader gemaakte afspraken zullen niet eenvoudig kunnen worden teruggedraaid, maar dat is niet onmogelijk. Onzekerheid is troef. Iran is de tweede economie van het Midden Oosten en van belang voor ‘Nederland handelsland’. De sancties jegens Iran worden in dit artikel onder de loep genomen. De verhouding tot Rusland lijkt gezien de voorgestelde benoeming van Rex Tillerson tot Minister van Buitenlandse zaken en diens verstandhouding met president Poetin eveneens een verandering te ondergaan. Toenadering tot de Verenigde Staten is inmiddels goed voorstelbaar. Rusland is voor Nederland een belangrijke markt. Ook op de sancties tegen Rusland wordt ingegaan. En dan is er nog het verschil tussen de Amerikaanse sanctieregelgeving en die in Europa. Ook dat komt aan de orde. Lastige materie, maar noodzakelijk om kennis van te hebben. De consequenties van het overtreden van sanctieregelgeving zijn potentieel enorm, commercieel én persoonlijk. Het artikel dat eerder op 2 december 2016 in Juridisch Up To Date werd gepubliceerd  is bedoeld om awareness te (blijven) creëren.

US Sancties

De arm van de Verenigde Staten is lang en presenteert zich meestentijds in de hoedanigheid van het ‘Office of Foreign Assets Control’ (‘OFAC’) van het ‘US Treasury Department’, het ‘Bureau of Industry and Security’ (‘BIS’) van het ‘US Commerce Department’, het ‘Directorate of Defense Trade Controls’ (‘DDTC’) van het ‘US State Department’ of het ‘US Justice Department’. Jurisdictie wordt aangenomen in geval van overtreding van de sanctieregelgeving door ‘US persons’ (en soms ook door dezen gecontroleerde buitenlandse zuster- of dochtervennootschappen), als de goederen geheel of ten dele een Amerikaanse origine hebben en in geval van een aantal specifieke overtredingen zelfs ook als die begaan zijn door niet ‘US persons’ (bijv. facilitering van Iran gerelateerde transacties door niet ‘US persons’. Zie daarover de volgende paragraaf). ‘US persons’ zijn; Amerikaanse entiteiten inclusief hun buitenlandse branches, werknemers daarvan irrelevant hun nationaliteit (!), Amerikaans staatsburgers, houders van een permanente verblijfsvergunning (‘Green Card´) en tenslotte iedereen die zich al dan niet tijdelijk in de Verenigde Staten bevindt. Een e-mail versturen over een onderwerp dat een overtreding van US sancties oplevert (zelfs als dat vanuit EU perspectief niet zo is), terwijl met het gezin in de Verenigde Staten Disneyland bezoekend, labelt die persoon als ‘US person’ en is dus geen goed idee. Voor Iran geldt dan bovendien dat deze sancties ook van toepassing zijn op niet Amerikaanse entiteiten als de eigendom of controle bij een ‘US person’ berust (zuster- respectievelijk dochtervennootschappen bijvoorbeeld). Ook indirecte facilitering is verboden, daaronder onder meer ook te verstaan contractonderhandelingen, het concipiëren van contractvoorwaarden en juridisch advies (m.u.v. op het vlak van compliance met de sanctieregelgeving). Een waarschuwing voor zeker ook de jurist is op zijn plaats!

Iran; wat is er niet veranderd na ‘implementation day’? Natuurlijk is het sanctieregime verlicht, maar de belangrijkste uitgangspunten van het US embargo (‘Iranian Transactions and Sanctions Regime’; ‘ITSR’) zijn niettemin nog gewoon van kracht. Nagenoeg iedere transactie waarbij Iran, de Iraanse overheid  en ‘Sanction Designated Nationals‘ (‘SDN’s) is respectievelijk zijn betrokken is nog steeds verboden, behoudens een algemene of bijzondere OFAC vergunning. Verkoop, export, investeringen, handel in goederen met een Iraanse origine etc. vallen daar gewoon onder. Facilitering van Iran gerelateerde transacties door niet ‘US persons’ is verboden en idem dollar transacties (giraal dollarverkeer tussen banken loopt voor ‘clearance’ altijd met een u-bocht via de Verenigde Staten!). Antiterrorisme en mensenrechten gerelateerde sanctieprogramma’s gericht op specifieke Iraanse entiteiten zijn onverminderd van kracht, idem in overwegende mate de ingevolge ‘Section 219’ van de ‘Iran Threat Reduction Act’ verplichte melding van Iran gerelateerde activiteiten aan de ‘Securities and Exchange Commission’ (‘SEC’). Die meldplicht betreft transacties met de Iraanse overheid in al zijn geledingen, de Iraanse Centrale Bank, activiteiten in de olie-industrie, alsook met de Iraanse Revolutionaire Garde (die nadrukkelijk in de Iraanse economie aanwezig is) en ‘SDN’’s betrokken bij terrorisme en/of de proliferatie  van wapens. Aangegeven werd al dat de jurisdictie van de Amerikaanse autoriteiten zich niet tot ’US persons’ beperkt, maar zich mede uitstrekt tot de buitenlandse entiteiten (zuster- respectievelijk dochtervennootschappen) die deze ‘US persons’ bezitten of controleren. Ingeval er buiten het concernverband geen US betrokkenheid bij de Iran gerelateerde activiteiten van de buitenlandse  zuster- respectievelijk dochtervennootschap is zijn er niettemin inmiddels onder de zgn. ’General License H’ wel mogelijkheden, maar de voorwaarden waaraan dient te worden voldaan zijn legio. De meest belangrijke is vanzelfsprekend dat de activiteiten niet mogen strijden met doel en strekking van het JCPOA, maar ook export vanuit de VS dan wel heruitvoer uit derde landen van goederen (geheel of ten dele) van Amerikaanse oorsprong, technologie en diensten mag nog immer niet.

Iran; wat is er wel veranderd na ‘implementation day’? Voor Europese zakenlieden van het allergrootste gewicht is het terugdraaien van de extraterritoriale zgn. ‘secondary sanctions’, gericht tegen activiteiten van niet Amerikaanse entiteiten ’not otherwise subject to United States jurisdiction’ (zie voor jurisdictie de vorige paragraaf) in specifieke sectoren van de Iraanse economie. Het gaat daarbij onder meer om financiële dienstverlening, verzekeringen, energie en petrochemische industrie, scheepvaart, software en automotive. Voorts zijn er meer dan 400 Iraniërs van de ‘SDN’ lijst gehaald (maar voor ’US persons’ levert dat niets op; deze ex-‘SDN’s blijven natuurlijk gelieerd aan de Iraanse overheid en daarmee zaken doen mag dan nog steeds niet), zijn (zoals hiervoor al even aangestipt) de regels voor buitenlandse zuster- respectievelijk dochtervennootschappen in bezit bij ‘US persons’ of door hen gecontroleerd versoepeld en zijn er als gevolg van het JCPOA nieuwe (maar beperkte) algemene vergunningen en gunstiger vergunningsvoorwaarden voor commerciële passagiersvliegtuigen, onderdelen en service. Tot slot; Iraanse voedingswaren en tapijten mogen inmiddels ook onder een algemene vergunning de Verenigde Staten in. Het is maar dat u ook dat weet.

Rusland; het Krim respectievelijk Sebastopol embargo is alomvattend (investeringen, import/export, financiële dienstverlening etc.), maar niet in alle opzichten totaal. Voor bepaalde agrarische producten, medicijnen en medische benodigdheden is er een algemene vrijstelling. Tot slot geeft OFAC op ad hoc basis in voorkomend geval individuele vergunningen af. Zie hier voor een volledig beeld. Verboden leveringen op de Krim en in Sebastopol door niet Amerikaanse zuster- respectievelijk dochtervennootschappen worden niet als een schending gezien, tenzij (ook hier) de beslissing om te leveren door een ‘US person’ is gegeven, dan wel het product onderworpen is aan US export controle (bijv. dual use goederen). Er is vanzelfsprekend ook hier een ‘SDN’ lijst van gesanctioneerde entiteiten (o.a. tegen Gazprom, Lukoil, Rosneft) en personen (veelal oligarchen), de zgn. ‘blocking sanctions’. Voorts zijn er sectorale sancties (‘sectoral sanctions’), waarbij meer in het bijzonder van direct algemeen handelsbelang zijn het embargo jegens de ‘SDN’ gesanctioneerde entiteiten en personen met betrekking tot willekeurig welk goed, welke niet-financiële dienstverlening of technologie, bestemd voor de exploratie of productie van diepzee, Arctische off shore en schalieprojecten die de potentie hebben olie te produceren. Tot slot zijn er export restricties (als er US jurisdictie is) met betrekking tot bepaalde eindgebruikers (recentelijk het Yuzhno Kirinskoye veld van Gazprom op het Russische eiland Sakhalin), militaire eindgebruikers/militair eindgebruik, bepaalde goederen (waaronder eenvoudige IT items) bestemd voor eindgebruik in de Russische olie-industrie (olie én gas) en is er een policy negatief te beslissen op vergunningaanvragen als het om de export van ‘high tech’ gaat. 

EU Sancties

Vergeleken met de soms wel heel draconische en ingewikkelde Amerikaanse sanctieregelgeving is die van de EU vanouds iets milder en overzichtelijker. Desalniettemin zitten ook daarin de nodige valkuilen.

Iran; de situatie ten aanzien van Iran was voor 16 januari 2016 als volgt (Verordening 267/2012); verboden was de verkoop, levering, overdracht of uitvoer (inclusief het verlenen van technische bijstand, tussenhandeldiensten, financiering en financiële dienstverlening) met betrekking tot de in bijlage I en II bij de Verordening genoemde goederen en technologieën. Daarbij ging het om militaire goederen en technologie (vaak op basis van nationale regelgeving, in Nederland artikel 4 van de Sanctieregeling Iran 2012, zie echter ook de gemeenschappelijke EU lijst van militaire goederen) en technische bijstand in dat verband, nagenoeg alle als dual use gedefinieerde goederen (bijlage I bij de Verordening resp. Verordening 428/2009), diverse andere goederen die een bijdrage kunnen leveren aan de nucleaire industrie (verrijking, opwerking, zwaar water en overbrengingssystemen voor nucleaire wapens) niet voorkomend op de dual use lijst (bijlage II), essentiële uitrusting en technologie voor aardolie- en aardgasexploratie respectievelijk winning, respectievelijk productie van olie, gas en petrochemische producten (bijlagen VI en VI a), invoer, aankoop, vervoer, financiering, financiële dienstverlening, verzekering etc. van Iraanse olie en aardolieproducten (bijlage IV), gas (bijlage IV a) en petrochemische producten (bijlage V). Idem voor petrochemische producten afkomstig uit Iran, goud, andere edelmetalen, diamanten (bijlage VII) en door de centrale bank van Iran uitgegeven geld. Essentiële uitrusting voor de Iraanse marine was in de ban (bijlage VI b), bepaalde industriële software (bijlage VII a), diverse niet edele metalen, grafiet en aluminium (bijlage VII b), schepen voor het vervoer van olie en petrochemische producten en diensten in verband met die scheepvaart (art. 37 b Verordening 267/2012) en tenslotte transacties met op de sanctielijst voorkomende entiteiten en personen (bijlagen VIII en IX). Daarnaast golden vergunningsvereisten voor sommige van de goederen genoemd in bijlage III (die van deel A (goederen) in verband met bijlage III b) en voor anderen een resoluut verbod (die van deel A in verband met bijlage II b) en waren er tenslotte beperkingen aan het bankverkeer gesteld (meld- en vergunningplicht boven bepaalde bedragen).

Hoe is het nu? Opgeheven is het verbod op de handel in dual use goederen van bijlage I, het export verbod voor sleuteluitrusting voor de olie, gas en petrochemische industrie (bijlagen VI, VII a), het export verbod voor edelmetalen en diamanten, het export verbod voor sleuteluitrusting voor de Iraanse marine en dat voor schepen bestemd voor het vervoer van olie en petrochemische producten en diensten in verband daarmee, alsook het import verbod met betrekking tot Iraanse olie en gas respectievelijk petrochemische producten (bijlagen IV, IV a en V). Het verbod op transacties met op de sanctielijst geplaatste entiteiten en personen is afgezwakt om de simpele reden dat deze lijst ruwweg 50% in omvang teruggebracht is (in het bijzonder waar het bijlage IX betreft). De aan het bankverkeer gestelde beperkingen (meld- en vergunningsplicht boven bepaalde bedragen) zouden verdwenen moeten zijn, maar er blijken verschillen tussen de praktijk in diverse landen (in Nederland, het VK wel nog een meld- respectievelijk vergunningplicht, in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland niet). Van de in de vorige alinea genoemde beperkingen zijn er per saldo maar vijf echte verboden overgebleven (wapens, ‘Missile Technology Control Regime’ (‘MTCR’) goederen (ook bijlage III), voor repressiedoeleinden bestemde zaken, interceptie en monitoring middelen, alsmede transacties met op de sanctielijst voorkomende entiteiten en personen). De overige verboden zijn in een vergunningsplicht omgezet. Wederom gaat het daarbij niet alleen om de goederen zelf, maar ook om technische bijstand, tussenhandel, financiering en financiële dienstverlening.

Rusland; voor de export van sommige goederen (wederom, althans als het een verbod betreft, inclusief financiering, technische bijstand en dergelijke) gelden beperkingen. Meestal op grond van Verordening 833/2014, maar soms, voor militaire goederen en technologie, ook op basis van nationale wetgeving. Voor Nederland is dat de ‘Sanctieregeling Territoriale Integriteit Oekraïne 2014’. Voor die militaire goederen en technologie geldt een verbod. Voor dual use goederen als bedoeld in de Dual Use Verordening (Verordening 428/2009) geldt als uitgangspunt een vergunningplicht. Het is echter verboden dual use goederen, direct of indirect, te verkopen, te leveren of over te dragen aan respectievelijk te exporteren naar natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen in Rusland of bestemd voor gebruik in Rusland, indien deze goederen geheel of gedeeltelijk bedoeld zijn of kunnen zijn voor militair gebruik of voor een militaire eindgebruiker. Het is verder verboden dual use goederen te verkopen, leveren of over te dragen aan de  entiteiten en personen genoemd in de als bijlage IV bij Verordening 833/2014 gevoegde lijst. De Dual Use Verordening kent een ‘catch all’ voorziening voor niet op de lijst geplaatste dual use goederen die toch een potentieel gevaar (b)lijken te vormen. Die kunnen alsnog vergunningplichtig worden gemaakt, dan wel de export daarvan kan worden verboden in geval van een mogelijke militaire eindgebruiker of mogelijk militair eindgebruik. Als het goed voorkomt op de als bijlage II bij Verordening 833/2014 gevoegde lijst is er een vergunningsplicht, tenzij er redelijke grond is om te veronderstellen dat het goed bestemd is voor oliewinning in de diepzee, de Arctische wateren, dan wel voor schalieoliewinning. Dan geldt een verbod, althans vindt vergunningverlening niet plaats. Idem voor diensten die daarmee in verband staan. Voor goederen en technologieën in de sectoren transport, telecommunicatie, energie en exploratie van olie, gas en mineralen geldt eveneens een exportverbod naar de Krim en Sebastopol (Verordening 692/2014). Er geldt een importverbod voor willekeurig welk goed als dat van de Krim of uit Sebastopol komt. De toeristische sector aldaar is logischerwijze eveneens in de ban (cruiseschepen mogen de Krim niet aandoen), evenzo bouw- en ingenieursdiensten in verband met infrastructurele projecten aldaar. Er geldt een verbod op de handel in overdraagbare effecten (aandelen en obligaties) en geldmarktinstrumenten met een looptijd van > 30/90 dagen afkomstig van staatbanken als in bijlage III, entiteiten in de defensie industrie (bijlage V) en van staatsoliebedrijven (bijlage VI). Tot slot mag er uiteraard geen handel worden gedaan met of geïnvesteerd in entiteiten of personen die op de sanctielijst staan (bijlage IV).

Slot

Het is altijd prettig als een artikel als een roman leest. Bij een onderwerp als Sancties & Embargo’s is het een illusie te denken dat dat lukt. Het onderwerp is niettemin van belang, want, zoals ook in de inleiding al aangegeven, de negatieve consequenties van een overtreding kunnen enorm zijn, zowel commercieel (boetes, reputatieschade, verlies van vertrouwen, verlies van vergunningen etc.) als persoonlijk (boetes, celstraf, arbeidsrechtelijke repercussies etc.). Temeer ook gezien de veranderlijkheid van de sanctieregelgeving is er alle reden het onderwerp blijvend op het netvlies te hebben.

Auteur: mr. M.A.R.C. Padberg, Kneppelhout & Korthals N.V., Rotterdam

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.