Valkuilen van online verkopen aan buitenlandse consumenten

Tijdens de coronacrisis is online producten kopen nog populairder geworden dan het al was. Dat blijkt uit cijfers van het CBS. Veelal gebeurt dat online kopen bij bedrijven die buiten de landsgrenzen zijn gevestigd. Dat geldt voor Nederlandse consumenten, maar uiteraard ook voor consumenten elders in Europa. We noemen die vorm van online kopen ook wel grensoverschrijdende consumentenkoop. Door de stijging in het aantal online aankopen, is de kans op geschillen over die aankopen ook groter. Het liefst lossen Nederlandse ondernemers een dergelijk geschil natuurlijk op voor een Nederlandse rechter en met toepassing van Nederlands recht. Echter, het is belangrijk voor Nederlandse ondernemers om te beseffen dat consumenten in een contractuele relatie veelal als de zwakkere partij worden aangemerkt en daarom meer bescherming krijgen. Dit is ook zichtbaar in de (Europese) regelgeving. Een voorbeeld hiervan is de Brussel I bis-Verordening, die speciale regels geeft over de rechterlijke bevoegdheid bij consumentenovereenkomsten. In de praktijk zal dit er vaak toe leiden dat een buitenlandse consument het dichter bij huis kan zoeken en het geschil voor een gerecht in zijn land kan voorleggen. Hieronder wordt nader uitgewerkt hoe dit precies zit en hoe dit eventueel is op te lossen.

Forumkeuze vooraf vastgelegd?

Als een koopovereenkomst wordt gesloten met een consument over de grens, zal er in de algemene voorwaarden vaak zijn opgenomen dat het Nederlandse recht toepasselijk is (een rechtskeuze) en de Nederlandse rechter bevoegd is (een forumkeuze). Als er vervolgens een geschil tussen partijen ontstaat dat wordt voorgelegd aan een rechter, bepaalt de rechter eerst of hij wel bevoegd is om over de zaak te oordelen. Normaal gesproken gaat de rechter dan na of partijen een forumkeuze hebben gemaakt, oftewel hebben zij gezamenlijk voor een bepaalde rechter gekozen op grond van artikel 25 Brussel I bis? Ingeval van een grensoverschrijdende consumentenkoop is echter niet in alle gevallen de contractuele forumkeuze als bedoeld in artikel 25 Brussel I bis doorslaggevend. Er geldt ingevolge de artikelen 17-19 daarvan een uitzondering voor het geval de Nederlandse leverancier zijn commerciële of beroepsactiviteiten richt/ontplooit in de lidstaat waar de consument woont en de gesloten overeenkomst onder dergelijke activiteiten valt. De vraag is echter wanneer een ondernemer zijn commerciële of beroepsactiviteiten richt op een lidstaat waar de consument woont. Hierover is in de jurisprudentie meer duidelijkheid gegeven.

Vermeldenswaardig is een aan het bouwrecht gerelateerde zaak, gewezen door het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin is geoordeeld dat van dergelijke grensoverschrijdende activiteiten sprake is als er een Nederlandse website is, waarop bovendien meerdere malen wordt verwezen naar projecten in verschillende landen (in dat geval Nederland en België). In dit specifieke geval viel ook het verbouwen van een woning onder de commerciële activiteit van een aannemer.

In een eerdere zaak, het Alpenhof-arrest, heeft het Hof van Justitie van de EU ook al nader toegelicht wanneer sprake is van dergelijke grensoverschrijdende activiteiten door een onderneming. Omstandigheden waarmee het richten van activiteiten op een bepaalde lidstaat kunnen worden aangetoond zijn onder meer: het aanbieden van goederen of diensten in die lidstaat, het vermelden van een internationaal kengetal bij het telefoonnummer, het internationale karakter van de dienst van de ondernemer (bijvoorbeeld toerisme) en het betalen voor een zoekmachineadvertentiedienst om de consumenten in verschillende lidstaten eenvoudiger toegang tot de website van de ondernemer te verschaffen. De op de website gebruikte taal en de munteenheid waarin betaald moet worden spelen echter geen rol.

Artikel 19 Brussel I bis bepaalt dat een contractuele forumkeuze voor de Nederlandse rechter in dergelijke grensoverschrijdende gevallen alleen rechtsgeldig is als hiervoor wordt gekozen ná het ontstaan van het geschil. Een keuze vooraf in de algemene voorwaarden is dan dus niet rechtsgeldig. De achterliggende gedachte is de bescherming van de consument. Indien de forumkeuze “slechts” van tevoren is vastgelegd in algemene voorwaarden, kan de buitenlandse consument gewoon een rechtsvordering tegen een Nederlandse leverancier instellen bij een gerecht in de lidstaat waar de consument woont. Concreet betekent dit dat als een Franse consument online een product koopt van een Nederlandse ondernemer en dit bij hem wordt geleverd in Frankrijk, deze consument op basis van Brussel I bis ervoor kan kiezen om een geschil dat is ontstaan aan de Franse rechter voor te leggen.

Rechtskeuze vooraf vastgelegd?

In een forumkeuzeclausule wordt vaak ook meteen een rechtskeuze gemaakt. Als algemene voorwaarden de Nederlandse rechtbank als bevoegd aanwijzen, wordt doorgaans ook direct het Nederlandse recht van toepassing verklaard. Hierbij is artikel 6 van de Rome I-Verordening van belang. Die verordening bepaalt dat een contract, gesloten door een consument, beheerst wordt door het recht van het land waar de consument zijn gewone verblijfplaats heeft mits de verkoper zijn activiteiten in dat land ontplooit. Hierbij is wederom het begrip ‘het richten van commerciële of beroepsactiviteiten op het land waar de consument zijn woonplaats heeft’ (artikel 6 lid 1 Rome I) van belang. Voor de uitleg van dit begrip dient aansluiting te worden gezocht bij het eerdergenoemde Alpenhof-arrest. Als een Nederlands bedrijf zijn commerciële of beroepsactiviteiten richt op bijvoorbeeld Frankrijk en er een geschil ontstaat met betrekking tot de koop van een product, kan een Franse consument het Franse recht inroepen, waar een Nederlandse ondernemer over het algemeen niet bekend mee zal zijn en dat ook nog eens voor een Frans gerecht.

Daarnaast is in overweging 24 bij de Rome I-Verordening opgenomen dat er sprake is van ‘activiteiten richten op een lidstaat waar de consument zijn woonplaats heeft’, als de consument, bijvoorbeeld op een website, wordt gevraagd overeenkomsten op afstand te sluiten en er in het kader van die activiteiten ook daadwerkelijk een overeenkomst tot stand komt.

Partijen kunnen ook in een consumentenovereenkomst een rechtskeuze maken (artikel 6 lid 2 Rome I). Van belang is echter dat de rechtskeuze er niet toe mag leiden dat de consument de bescherming verliest die het recht van de woonplaats van de consument geeft als dit recht conform artikel 6 lid 1 Rome I (richten van activiteiten op een lidstaat) zou moeten worden vastgesteld. Dit houdt in dat bij een rechtskeuze in de zin van artikel 6 lid 2 Rome I ook moet worden beoordeeld of aan artikel 6 lid 1 Rome I is voldaan (onder andere de vraag of het bedrijf zijn activiteiten richt op een andere lidstaat). Als dat niet het geval is bindt de rechtskeuze die vooraf is neergelegd partijen onverkort (artikel 3 lid 1 Rome I).

Buitenlandse transacties: wees gewaarschuwd

Vaak hebben bedrijven in hun algemene voorwaarden een clausule staan waarin een forum- en rechtskeuze is opgenomen. Het blijkt dat dit bij geschillen die zien op een consumentenkoop binnen Europa niet altijd het gewenste effect heeft. Sterker nog, in de meerderheid van die gevallen kan de consument de kwestie voorleggen aan een rechter in zijn eigen land en naar het recht van zijn eigen land beslechten. Dit betekent dat een Nederlandse ondernemer door een consument voor een buitenlandse rechtbank kan worden gedaagd en hij zich ook nog naar buitenlands recht moet verweren. Het moge duidelijk zijn dat dit gepaard gaat met grote onzekerheden over het verloop van de procedure, te beginnen met de keuze van een buitenlandse advocaat. Het is belangrijk om je als ondernemer bewust te zijn van deze mogelijke valkuilen.

Een oplossing kan zijn om direct nadat het geschil is ontstaan een forumkeuze voor Nederlands recht en de Nederlandse rechter vast te leggen. Of de betreffende buitenlandse consument daarmee zal instemmen is de vraag.

Veel draait om de vraag wanneer nu sprake is van het ‘richten van activiteiten op een lidstaat’ en of de bedrijfsvoering zo is in te richten dat daarvan geen sprake is. Hierbij kunt u zaken als de levering van producten aan/in het buitenland, het sluiten van overeenkomsten op afstand en het refereren aan projecten in het buitenland eens onder de loep te nemen. Dit kan allemaal van invloed zijn op het uiteindelijk bevoegde gerecht en het toepasselijke recht. Uiteraard kunnen de advocaten van het team Internationale handel & Logistiek u hierbij behulpzaam zijn. In voorkomende gevallen kunnen wij u ook doorverwijzen naar een van de buitenlandse advocaten uit ons internationale netwerk Parlex.

 

Dit artikel is geschreven door Jord Sanders en Indra Dielissen.

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.