Voergeldovereenkomst kan papieren werkelijkheid zijn

Dit artikel verscheen oorspronkelijk in Varkensbedrijf Magazine Nr. 7 / Juli 2016


Het komt regelmatig voor dat een varkenshouder ervoor kiest vleesvarkens niet op zijn eigen bedrijf af te mesten; maar ze tegen een bepaalde vergoeding af te laten mesten op het bedrijf van een ander. Om dat vast te leggen wordt meestal een van de volgende overeenkomsten gebruikt: het sluiten van een voergeldovereenkomst of het sluiten van een pachtovereenkomst voor het gebruik van de stal.

Voergeldovereenkomst

Bij een voergeldovereenkomst huisvest en verzorgt de staleigenaar tegen een bepaalde vergoeding de vleesvarkens van een ander. De varkenshouder die zijn biggen ter verzorging afstaat, betaalt het voer en draagt het marktrisico van de vetgemeste dieren. In dit geval dient de staleigenaar de dieren te verzorgen en is ervoor verantwoordelijk dat er voldoende dierrechten aanwezig zijn, de dieren in zijn Gecombineerde opgave worden opgegeven, er een mestboekhouding wordt bijgehouden en er voldoende mest wordt afgevoerd.

Pachtovereenkomst

Het tegen betaling in gebruik geven van een stal valt onder de pachtregelgeving, waardoor dwingende regels van toepassing zijn. Zolang (waar mogelijk) niet van die dwingende regels wordt afgeweken, gelden er vergaande regels, zoals vaste duur van een overeenkomst, pachtprijsbeheersing, mogelijkheden tot verlenging overeenkomst, mogelijkheden van indeplaatsstelling, een voorkeursrecht voor de pachter bij verkoop van de stal door de eigenaar etc.). Bij een pachtovereenkomst moet de pachter zorgen voor de verzorging van de dieren, het beschikken over voldoende dierrechten, de opgave van de dieren bij de Gecombineerde opgave, het bijhouden van de mestboekhouding en de afvoer van mest.

Het enkele feit dat partijen een voergeldovereenkomst hebben afgesproken, maakt niet dat er daarom ook altijd een voergeldovereenkomst is. De wet kent een zogenoemde strekkingsbepaling van wat onder pacht moet worden verstaan. Zolang een overeenkomst (of de uitvoering daarvan) voldoet aan de definitie van pacht, is de pachtwetgeving van toepassing en helpt het dus niet om een overeenkomst anders te noemen.

Mengvormen en afwijken van de voergeldovereenkomst

Zolang een voergeldovereenkomst wordt uitgevoerd op de wijze die hiervoor is omschreven, zal geen sprake zijn van een pachtovereenkomst. Voergeldovereen-komsten zijn bovendien over het algemeen relatief makkelijk opzegbaar, waardoor partijen snel van elkaar af kunnen.

De praktijk laat echter zien dat er ook mengvormen van voergeld- en pacht-overeenkomsten bestaan. Ook zijn er situaties waarin voergeldovereenkomsten in het geheel niet wordt nageleefd en het bijvoorbeeld zo is dat varkenshouder die de dieren heeft aangeleverd, ook de verzorging van de dieren heeft. De papieren werkelijkheid is dan anders dan de praktijk. Recent speelde zo’n zaak bij de Pachtkamer van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwaren en werd door de pachtkamer vastgesteld dat niet de overeengekomen voergeldovereenkomst gold, maar dat sprake was van een pacht-overeenkomst. Beide situaties kunnen dus voor problemen zorgen.

Als de mengvorm (voergeld/pacht) zodanig is dat pachtaspecten de overhand hebben, zal de overeenkomst kunnen worden aangemerkt als een pachtovereenkomst. Over de gevolgen daarvan kom ik hierna nog te spreken. Op het moment dat een voergeldovereenkomst zo wordt uitgevoerd dat degene die de varkens van zijn bedrijf heeft gestald bij de derde (de staleigenaar) alle verzorgingstaken op zich neemt en het risico draagt van de varkens, is er sprake van een pachtovereenkomst. Het feit dat op papier een voergeldovereenkomst is overeengekomen doet daar dan dus niet meer aan af. Dat heeft grote consequenties.

Als een staleigenaar wil stoppen met het ter beschikking stellen van de stal en de gebruiker van de stal wil dat niet, dan kan de gebruiker (lees: (dus) pachter) zich in beide gevallen op pachtbescherming beroepen. Ook andersom kan het natuurlijk spelen. Als de gebruiker (lees: pachter) wil stoppen met het opleggen van varkens in de stal, zou de staleigenaar zich op het standpunt kunnen stellen dat dat vanwege de pacht niet kan. Hij kan er immers belang bij hebben nog voor een aantal jaren de inkomsten te hebben. 

Pachtbescherming gaat ver. Voor pachtovereenkomsten die niet zijn goedgekeurd door de grondkamer, geldt (voor beide partijen) een opzegverbod. Een al schriftelijk vastgelegde overeenkomst kan worden goedgekeurd door de grondkamer. Punt is echter dat als er nog niet voldoende op papier staat (omdat de uitvoering afwijkt van wat op papier staat) er eerst ook nog een procedure bij de pachtkamer moet volgen om de afspraken goed vast te leggen. Pas daarna kan dan de pachtovereenkomst worden goedgekeurd door de grondkamer.

Dat is echter nog altijd niet het moment dat de overeenkomst opgezegd gaat worden. Regel is dat de wettelijke duur van een pachtovereenkomst (bij los land en een of meer gebouwen: zes jaar en bij een geheel complex van gebouwen (in pachttermen een hoeve): 12 jaar), pas ingaat in het jaar volgend op het jaar waarin de overeenkomst ter goedkeuring is ingezonden aan de grondkamer. Bovendien kan er enkel worden opgezegd tegen het einde van de duur van de overeenkomst, niet tussentijds.

Vervolgens zijn er nog mogelijkheden van indeplaatsstelling (door een bedrijfsopvolger aan de zijde van de pachter) en mogelijkheden van verlenging. Mogelijkheden van verlenging zijn weer groter als er een jonge pachter in de plaats is gesteld voor een al wat oudere pachter.

Oplossingen

Vaak is het doemscenario hiervoor reden om dan maar voor een voergeldovereenkomst te kiezen. Op papier ziet er dan uit alsof er geen pachtovereenkomst is. De ogen sluiten voor de juridische realiteit is iets wat voorkomen moet worden en wat ook niet hoeft. Het feit dat een varkenshouder de eigen biggen wil afmesten op de manier die hij/zij wil en dus zelf aan de knoppen wil zitten in de stal van een ander, kan ook onder pachtregelgeving goed geregeld worden. Er zijn mogelijkheden om te pachten voor een kortere dan de wettelijke duur, waarbij het aangaan van de overeenkomst voor de duur van een jaar de voorkeur heeft. Dat is niet de zogenoemde geliberaliseerde pachtovereenkomst, omdat geliberaliseerde pachtovereenkomsten alleen maar mogelijk zijn voor los land en niet voor gebouwen. Dat betekent dat de afwijkende termijn goedkeuring behoeft van de grondkamer. De grondkamer kan in het belang van de landbouw dergelijke overeenkomsten goedkeuren. Als die goedkeuring komt, hoeven partijen dus niet te vrezen voor een ongewenste verlenging van de overeenkomst. Partijen zijn na dat jaar van elkaar af en kunnen desgewenst nog een keer kiezen voor zo’n soort overeenkomst. Let er wel op dat als er een duur van langer dan een jaar wordt overeengekomen, verlenging wel weer in beeld komt.

Uiteraard lossen zaken als deze zich in de praktijk vaak praktisch op. Het zijn echter die gevallen waar het net niet goed loopt, waar juridisch gedoe ontstaat. Tegenvallende prestaties, gedoe over geld, verkeerde verwachtingen over en weer, het zijn allemaal potentiele problemen waar partijen uiteindelijk tegenover elkaar komen te staan. De belangrijkste tip om dit te voorkomen, is afspraken te maken en vast te leggen die weergeven wat daadwerkelijk wordt gedaan. Ga niet werken met een papieren werkelijkheid en maak gebruik van de mogelijkheden die de pachtwetgeving biedt om de gewenste uitvoering vast te leggen. Zo worden er geen valse verwachtingen geschapen en wordt voorkomen dat een partij misbruik kan maken van de situatie.

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.