Vrijhandelsovereenkomst Europese Unie - Japan per 1 februari 2019 in werking

Vrijhandelsovereenkomst Europese Unie - Japan per 1 februari 2019 in werking

Na vier jaar onderhandelen is op 1 februari 2019 de economische partnerschapsovereenkomst tussen de EU en Japan in werking getreden. De vrijhandelsovereenkomst met Japan is het grootste vrijhandelsakkoord dat de EU ooit heeft gesloten. Het doel van deze vrijhandelsovereenkomst is om de handel tussen de EU en Japan te vergemakkelijken en zodoende te doen groeien. Voor internationaal opererende bedrijven, met name in de landbouw, de auto- en voedingsmiddelenindustrie, biedt deze vrijhandelsovereenkomst grote voordelen.

Afschaffing invoerrechten

Een van de belangrijkste overeenstemmingen in de handelsovereenkomst is dat zowel Japan als de EU het overgrote deel van hun invoerrechten schrappen. Op termijn verdwijnen ze bijna allemaal. 90% van alle invoerrechten wordt afgeschaft, wat neerkomt op bijna €1 miljard aan invoerrechten. Voor sommige producten verdwijnen de invoerrechten direct, voor andere producten geldt dat dit geleidelijk zal gaan. Zo geldt dat de EU de heffingen op in Japan gemaakte auto’s geleidelijk afschaft. Over acht jaar zijn de heffingen geheel verdwenen.

Aan de andere kant schrapt of verlaagt Japan de heffingen op de populaire kwalitatief hoogwaardige producten van Europese oorsprong. Hierbij valt te denken aan producten als kaas, wijn en chocola. Het invoerrecht percentage voor kaas kon voorheen oplopen tot wel 40% en voor wijn gold een invoerrecht van 15%. Ook voor andere luxe producten, zoals chocola (30%) en rundvlees (38,5%), werden in Japan hoge invoerrechten geheven. Deze hoge invoerrechten zijn met de inwerkintreding van de vrijhandelsovereenkomst verleden tijd.

Bedrijven in de EU exporteren jaarlijks meer dan €58 miljard aan goederen naar Japan en voor €28 miljard aan diensten. De vrijhandelsovereenkomst creëert een handelszone van 635 miljoen mensen en dekt bijna een derde van het mondiale BBP (Bruto Binnenlands Product), met ongeveer 40 procent van de wereldhandel. 

Invoer en oorsprong

Om te kunnen profiteren van de voordelen van de handelsovereenkomst is het van belang dat de te exporteren goederen van preferentiële EU of Japanse oorsprong zijn. Om te bepalen of een product als preferentieel goed kan worden aangemerkt, zijn in de handelsovereenkomst specifieke voorwaarden opgenomen. De eerste stap is het bepalen van de status van het product, de goederencode (HS code) en het preferentiële tarief. Hierbij is van groot belang dat het product geheel en al verkregen of geproduceerd is met materialen die hun oorsprong hebben in de EU of in Japan. Is dit niet het geval, dan zijn er mogelijk alternatieve regels of eisen van toepassing. Hierbij moet u denken aan het waarde criterium, de tariefpostverspringing, bewerkingsregels of een combinatie hiervan.

Het aantonen van preferentiële oorsprong bij het vrijhandelsakkoord met Japan gebeurt overigens niet door overlegging van een EUR.1-certificaat, maar aan de hand van een REX-verklaring (attest van oorsprong) of door een beroep op “importer’s knowledge”. In het eerste geval gaat het om certificering door de exporteur zelf. Gaat het om een zending met een waarde van boven de €6.000, dan is het van belang dat u geregistreerd staat in het REX-systeem. Met een beroep op de importer’s knowledge is de importeur zelf volledig verantwoordelijk voor het aantonen van de oorsprong van de goederen. De importeur kan dan op basis van zijn eigen kennis over de oorsprong van de goederen een verzoek doen om de toepassing van een preferentiële tariefbehandeling.

Kneppelhout kan uw bedrijf assisteren bij het doorgronden van en gebruik maken van de voordelen van de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Japan.

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.