Wanneer doet een producent er goed aan consumenten op te roepen om zijn product terug te brengen naa

‘Kleding Inwear en Part Two kankerverwekkend.’ In augustus 2011 schreven verschillende (internet)kranten over kleding die mogelijk kankerverwekkende en allergie opwekkende stoffen bevatte en daarom moest worden teruggebracht naar de winkels. Eerder, in juni 2011, waarschuwde een groot warenhuis haar klanten, omdat de decoratieve knoopjes van twee modellen babypakjes onvoldoende stevig waren bevestigd. Als de knoopjes loslieten konden kinderen de knoopjes inslikken met gevaar voor verstikking. Klanten werden verzocht de pakjes terug te brengen naar de winkel.

Met terughaalacties als deze proberen producenten te voorkomen dat consumenten schade lijden door een gebrek in hun product. De producent is daarvoor in beginsel namelijk aansprakelijk. Wanneer nadat een product in het verkeer is gebracht blijkt dat het product gebreken vertoont, kan dan ook een waarschuwings- of zelfs een terughaalplicht op de producent rusten.

Producent
Als producent wordt in dit verband niet alleen de fabrikant van het eindproduct (bijvoorbeeld een jurk) aangemerkt, maar ook de producent van een grondstof die in het eindproduct is verwerkt (bijvoorbeeld de stof) of de fabrikant van een onderdeel. Ten slotte wordt een ieder die zich als producent presenteert door zijn naam, merk of een ander onderscheidingsteken op het product aan te brengen als producent aangemerkt.

Gebrekkig product
De volgende vraag is dan: wanneer is een product gebrekkig? Dat is het geval wanneer het product niet de veiligheid biedt die men daarvan gelet op alle omstandigheden van het geval mag verwachten. De gebrekkigheid van een product kan bijvoorbeeld worden veroorzaakt door verkeerde montage of het gebruik van verkeerde materialen. Bij de beantwoording van de vraag of een product gebrekkig is, zijn in het bijzonder de volgende drie omstandigheden relevant.

Ten eerste is de presentatie van het product van belang. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de verpakking van het product en de gebruiksaanwijzing daarbij. De gebruiker moet daarin gewezen worden op de mogelijke gevaren van het product. Zo moet de bijsluiter bij een medicijn de gebruiker wijzen op mogelijke schadelijke bijwerkingen. In de zaak Tegretol, waarin de producent van dat geneesmiddel werd aangesproken door een gebruiker, overwoog de rechtbank dat het enkele feit dat aan een geneesmiddel bijwerkingen kleven, op zichzelf niet tot het oordeel leidt dat het product gebrekkig is. De gebruiker moet uiteraard wel op eventuele schadelijke bijwerkingen worden gewezen. Om dichtbij de textielbranche te blijven; gedacht kan worden aan vlekkenverwijderende wasmiddelen die in de gebruiksaanwijzing vermelden dat het middel niet gebruikt mag worden op wol, zijde of leer. Gebruik van het product op wol, zijde of leer kan schade tot gevolg hebben. Het product is daarmee op zichzelf natuurlijk nog niet gebrekkig.

Ten tweede is het redelijkerwijs te verwachten gebruik van het product van belang. De producent moet er rekening mee houden dat zijn product niet altijd zal worden gebruikt zoals dat bedoeld is. Hierbij dient de persoon van de gebruiker in aanmerking te worden genomen. Zo moet een producent van babykleding- of babyschoenen er rekening mee houden dat jonge kinderen deze producten in hun mond zullen stoppen. Ook moet een producent er rekening mee houden dat niet iedere gebruiker, alle mogelijke voorzorgsmaatregelen in acht zal nemen. Dit blijkt uit de uitspraak van Nederlands hoogste rechtscollege in de bekende lekkende kruik zaak. Een bedkruik gevuld met heet water was gaan lekken in een wieg. Een pasgeboren baby liep daardoor ernstige brandwonden op.

De derde relevante omstandigheid is het tijdstip waarop het product in het verkeer werd gebracht. Of een product gebrekkig is, moet namelijk worden beoordeeld aan de hand van de op dat moment geldende veiligheidsnormen. Het in het verkeer brengen van asbesthoudende vinylvloerbedekking zou vandaag de dag als onrechtmatig moeten worden aangemerkt, terwijl dit in de jaren veertig van de vorige eeuw bijvoorbeeld niet zo was. Destijds was men niet op de hoogte van de gezondheidsrisico’s van asbest. Een rechter zal de aanvaardbaarheid van het in de jaren veertig in het verkeer brengen van asbesthoudende vloerbedekking moeten beoordelen aan de hand van de in de jaren veertig geldende veiligheidsnormen.

Schade die voor vergoeding in aanmerking komt
Als eenmaal vaststaat dat de producent aansprakelijk is voor de geleden schade, rijst de vraag welke schade voor vergoeding door de producent in aanmerking komt. Allereerst komt schade door dood of lichamelijk letsel voor vergoeding in aanmerking. Ook immateriële schade die het gevolg is van het lichamelijke letsel, komt voor vergoeding in aanmerking. Daarnaast komt de schade die is toegebracht aan een andere zaak voor vergoeding in aanmerking. Deze andere zaak moet dan wel in de privésfeer worden gebruikt. Schade in de bedrijfssfeer is dus uitgesloten, behoudens een beroep op onrechtmatige daad. Bovendien moet de schade meer dan € 500,- bedragen wil die schade voor vergoeding in aanmerking komen.

Slotsom
Zolang een product de veiligheid biedt die men daarvan gelet op alle omstandigheden van het geval mag verwachten is er geen probleem. Een consument mag er bijvoorbeeld van uitgaan dat de kleding die hij koopt geen allergieopwekkende stoffen bevat. Als dit wel het geval is en de producent zich bovendien niet van zijn eventuele aansprakelijkheid voor de schade die als gevolg daarvan ontstaat kan vrijpleiten, doet hij er goed aan om zijn product terug te halen. Mogelijk is hij hiertoe zelfs verplicht. In elk geval kunnen daarmee schade en aansprakelijkheid hopelijk worden voorkomen. Ook imagoschade speelt in de praktijk natuurlijk een rol van betekenis.

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.