Waterschap en onteigening – onteigening voor dijkversterking – procedurele valkuilen?

Een onteigeningsprocedure hangt van veel regels (inhoudelijk en procedureel) aan elkaar. Wie de bijna 40 pagina’s aan regels uit de Handreiking Administratieve Onteigeningsprocedure van de Corporate Dienst van Rijkswaterstaat (in het onteigeningsrecht: de Kroon) wel eens heeft gelezen, weet wat ik bedoel. Over de ingewikkelde regels in de Onteigeningswet en diverse verwijzingen daarnaar in specifieke wetgeving als bijvoorbeeld de Waterwet en de Tracéwet hebben we het dan nog niet eens gehad.

Regels ter discussie

Deze ingewikkelde regels geven meer dan eens aanleiding voor discussie. In een advies van 3 maart 2017 bespreekt de advocaat-generaal bij de Hoge Raad een cassatieberoep tegen een vonnis waarin de vervroegde onteigening (dijkversterking Eemdijk-Zuid, Eemlandsedijk en Slaagsedijk van het waterschap Vallei en Veluwe) is uitgesproken. Dat vonnis zou om twee redenen niet deugen:

  1. Het verzoek aan de Corporate Dienst is niet gedaan door het binnen het waterschap bevoegde orgaan (college van dijkgraaf en heemraden)
  2. De rechtbank heeft de vervroegde onteigening en de betaling van het voorschot op de schadeloosstelling ten onrechte uitvoerbaar bij voorraad verklaard

Uitvoerbaar bij voorraad mogelijk?

Op dat laatste punt geeft de advocaat-generaal de onteigende alle gelijk van de wereld. Een vonnis tot vervroegde onteigening en de betaling van het voorschot vanwege die vervroegde onteigening heeft pas effect, nadat het vonnis tot vervroegde onteigening in kracht van gewijsde is gegaan, het voorschot op de vanwege de onteigening verschuldigde schadeloosstelling is voldaan en de notaris (omdat die rechtsfeiten zich hebben voorgedaan) het vonnis tot vervroegde onteigening heeft ingeschreven. Een vonnis tot vervroegde onteigening met nevenveroordelingen kan om die reden niet uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. Overigens kan dit om dezelfde reden niet tot cassatie leiden. Of het vonnis nu wel of niet uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, het verandert aan het moment van inschrijving van het vonnis niets. Daarvoor moeten dus eerst steeds de stappen uit de Onteigeningswet doorlopen zijn.

Juiste orgaan – mogelijkheid herstel en hoe is het bedoeld in de Onteigeningswet?

Op het eerste punt gaat de advocaat-generaal niet mee met het cassatieberoep. Volgens hem heeft de rechtbank op juiste wijze geoordeeld. Wat speelde er?

De algemeen directeur had namens het dagelijks bestuur het verzoek om onteigening ingediend. Uit de Organisatieverordening en het daarop gebaseerde Organisatiebesluit van dit waterschap volgde echter niet dat hij die bevoegdheid gemandateerd had gekregen. Omdat de Kroon als uitgangspunt heeft dat het dagelijks bestuur het verzoek doet als het gaat om een titel II of titel IIa-onteigening, verzocht de Kroon daarop aan het college (als dagelijks bestuur) om met dit verzoek in te stemmen en die instemming is ook gegeven door het college.

Wat dit een juiste handelwijze van de Kroon en kon het ‘gebrek’ op deze manier geheeld worden?

De advocaat-generaal zet op heldere wijze uiteen waar de onteigeningstitels II en IIa (kort gezegd: de onteigeningstitels voor infrastructuur, zoals dijken in dit geval) zich onderscheiden van de onteigeningstitel IV (kort gezegd: onteigening op grond van een bestemmingsplan of ander planologisch besluit). Anders dan bij titel IV-onteigeningen, behoeft er bij de titels II en IIa geen verzoekbesluit te worden genomen en dus is de wijze waarop de Corporate Dienst wordt verzocht om de onteigening toe te staan (grotendeels) vormvrij.

De procedure moet echter uiteraard ergens mee worden ingeleid en dat kan niet anders zijn dan een brief aan de Corporate Dienst waarin wordt verzocht te komen tot een Koninklijk Besluit tot onteigening. Zoals alles wat een overheid doet, moet dat verzoek zorgvuldig worden voorbereid en daarvoor is, aldus de advocaat-generaal, relevant wat de Handreiking Administratieve Onteigening daarover zegt. Dit met name ook, omdat die handreiking het gevolg is van een jarenlange praktijk die in zoverre ook borgt dat de onteigeningsprocedure correct wordt doorlopen. Kort en goed (en een beetje tussen de regels door gelezen): de advocaat-generaal acht de Corporate Dienst zorgvuldig in de wijze waarop deze zich ervan vergewist dat het verzoek ook daadwerkelijk door het betreffende overheidslichaam wordt gedaan.

Oordeel Hoge Raad

De Hoge Raad was het klaarblijkelijk eens met de advocaat-generaal dat het cassatieberoep niet kon slagen en vond het voor het overige niet nodig om daar nog een inhoudelijke overweging aan te wijden (81 RO).

Gert-Jan de Jager, advocaat onteigeningsrecht

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.