Wet Collectieve Afwikkeling Massaschade (WCAM)

Het onderwerp massaschade en de afwikkeling daarvan staat hoog op de Europese agenda getuige de openbare consultatie door de Europese Commissie “naar een coherente aanpak op het gebied van collectief verhaal” (consultatiedocument SEC (2011) 713 final).

Nederland kent al wetgeving hierover in de vorm van de Wet collectieve afwikkeling massaschade (Wcam). Die wet is van kracht sedert 2005 en er zijn goede resultaten mee geboekt. Voorbeelden zijn de financiële afwikkeling van het Softenondrama (de zogenaamde Des-dochterszaak) en de Dexia aandelenlease kwestie. De Europese interesse is aanleiding de Wcam toch ook nog eens voor het voetlicht te brengen. Met behulp van deze wet kan een groep benadeelden voor een massaschade met behulp van hun belangenbehartiger een overeenkomst met verstrekkende gevolgen sluiten met de schadeveroorzakende partij(en).

Er is sprake van een massaschade als een groep door één gebeurtenis schade lijdt. Via de Wcam kan de belangenbehartiger van de benadeelden (meestal een daartoe in het leven geroepen stichting) een overeenkomst sluiten met de schadeveroorzakende partij(en). Die overeenkomst kan dan aansluitend op grond van de Wcam door het gerechtshof te Amsterdam algemeen verbindend worden verklaard. Dat houdt in dat de overeenkomst komt te gelden voor alle benadeelden, óók die benadeelden die niet betrokken zijn bij de totstandkoming van de overeenkomst. Helemaal zwart/wit is dat niet. Als een individuele benadeelde geen onderdeel van het collectief wil uitmaken, dan kan deze binnen een door het gerechtshof te stellen termijn (die tenminste minstens drie maanden moet bedragen) laten weten niet met de gezamenlijke overeenkomst mee te willen doen. Dat staat bekend als de opt out regeling. Ingeval daarvan gebruik wordt gemaakt staat het de benadeelde vrij zelf onderhandelingen te voeren en eventueel zelf een procedure te beginnen. Individuele procedures die al lopen worden op verzoek van de partij die onder de overeenkomst zal moeten betalen opgeschort totdat het gerechtshof de overeenkomst algemeen verbindend heeft verklaard.

De voordelen van de Wcam zijn duidelijk. De benadeelden weten dat zij binnen afzienbare tijd uitzicht hebben op een reële schadevergoeding, zonder jarenlange juridische procedures. Voor de schadeveroorzaker geldt dat alle schadeclaims in principe in één keer kunnen worden afgehandeld. Talloze individuele procedures kunnen zo worden voorkomen.

De Wcam heeft ondanks de successen die er mee worden geboekt ook zwakke plekken. De meest in het oog springende is dat de Wcam uitgaat van de situatie dat de betrokken partijen een schikking treffen. Het is niet altijd eenvoudig een schikking te bereiken, zeker niet wanneer fundamenteel verschillend wordt gedacht over de aansprakelijkheidsvraag. In de praktijk wordt in dat geval veelal gebruik gemaakt van een al langer bestaand juridisch instrument, de collectieve actie van art. 3:305a BW. Dat artikel geeft een voorziening voor een collectieve procedure (die dan ongetwijfeld door dezelfde belangenbehartigende stichting zal worden gevoerd) om een uitspraak van de rechter te vragen over juridische vraagstukken. Alleen een zogenaamde verklaring van recht kan met een collectieve actie worden gevraagd. Het indienen van geldvorderingen is niet mogelijk. De financiële afwikkeling zal aansluitend via de Wcam lopen. Dat is omslachtig en tijdrovend, zeker als er over het onderwerp van de collectieve actie in meerdere instanties wordt geprocedeerd. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid bezint zich dan ook op verdere faciliteiten en heeft in dat kader inmiddels ook concrete eerste stappen gezet. Zo is er een voorstel ingediend voor een wet op basis waarvan de lagere rechter belangrijke rechtsvragen direct aan de Hoge Raad kan voorleggen (zogenaamde prejudiciële vragen). Dan weten partijen direct waar de piketpalen staan en zijn zij beter in staat een geschil vlot onderling op te lossen en een overeenkomst te sluiten die dan verbindend kan worden verklaard. Ook wordt gedacht aan verplichte comparities van partijen (een samenkomst van partijen), zelfs vóórafgaand aan de daadwerkelijke procedure. Tenslotte wordt gedacht de Wcam zo aan te passen dat deze ook in faillissementssituaties bruikbaar is. Denk aan een geval als de ondergang van  DSB bank. De curator zou dan met schuldeisers overeenkomsten over de afwikkeling van massaschade kunnen sluiten die aansluitend verbindend kunnen worden verklaard voor de gehele groep schuldeisers. Nu onderzoekt de curator nog iedere vordering afzonderlijk. Dat kan stukken efficiënter!  Of dat er allemaal echt van komt is niet met zekerheid te zeggen, maar het is zeker het overdenken waard. De Wcam is een succes. Deze nadere juridische instrumenten kunnen dat succes alleen nog maar verhogen.

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.