Wet Homologatie Onderhands Akkoord. Een nieuwe start?

De Tweede Kamer heeft gisteren (26 mei 2020) de Wet Homologatie Onderhands Akkoord (“WHOA”) aangenomen. De WHOA wordt een nieuwe procedure binnen de Faillissementswet gelijkend op een ‘Chapter 11-procedure’ in de Verenigde Staten of een ‘Scheme of Arrangement procedure’ in het Verenigd Koninkrijk, zoals die al geruime tijd succesvol bestaan in deze landen. De hoop van de wetgever is dat met deze nieuwe procedure het geheel stopzetten van (gedeeltelijk) levensvatbare bedrijven door een te zware schuldenlast, voorkomen kan worden. Hierdoor wordt de waarde van de onderneming als geheel beter behouden en kan de onderneming omzet blijven genereren. Door het voortzetten van de onderneming zal er niet alleen vermoedelijk meer terugbetaald worden aan alle schuldeisers, maar blijft ook de werkgelegenheid zoveel mogelijk behouden.

De kern van de nieuwe wet is de mogelijkheid voor bedrijven in nood om een akkoord aan te bieden aan haar schuldeisers. Hiervoor zullen de schuldeisers in klassen worden ingedeeld en per klasse biedt het bedrijf een bepaald percentage aan van de totale schuldenlast in die klasse die voldaan kan worden. Het restant van de schuld moet worden kwijtgescholden. Het uitgangspunt voor de verdeling in de klassen is dat schuldeisers die bij een faillissement een andere rang hebben, ook in een andere klasse moeten zitten. Denk hiervoor bijvoorbeeld aan schuldeisers met een eigendomsvoorbehoud, retentierecht of enige andere preferentie.

Een klasse heeft voor het akkoord gestemd op het moment dat het akkoord is aangenomen door tenminste twee derde van de totale waarde van de schulden in die klasse. Het maakt niet uit of die vordering aan één schuldeiser toebehoort en de overige 20 schuldeisers in die klasse hebben tegengestemd.

Indien minimaal één klasse voor het akkoord heeft gestemd, dan kan het bedrijf de rechtbank verzoeken om het akkoord te homologeren voor alle klassen die zijn opgenomen in het akkoord. Dit betekent dat ook schuldeisers die tegen het akkoord hebben gestemd gedwongen worden door de rechtbank om zich aan het akkoord te houden. Het gaat dan zowel om schuldeisers binnen klassen die voor het akkoord hebben gestemd als klassen die tegen het akkoord hebben gestemd. Dergelijke schuldeisers hebben wel de mogelijkheid om een beroep te doen op enkele gronden waarom zij vinden dat zij niet verplicht kunnen worden om zich te houden aan het akkoord. Het gaat dan om bijvoorbeeld de situatie dat zij met het akkoord minder krijgen dan bij een faillissement.

Onder andere ter bescherming van kleine bedrijven heeft de Tweede Kamer op 19 mei jl. een aantal amendementen op de WHOA aangenomen. De meest opvallende is het amendement van Van der Graaf c.s. (ChristenUnie) dat MKB-schuldeisers die ook leverancier zijn van de onderneming in principe minimaal 20 procent van hun vordering voldaan moeten krijgen. Indien deze schuldeisers niet minimaal 20 procent krijgen, moet de onderneming goed kunnen uitleggen waarom het niet mogelijk is. Indien de uitleg niet voldoende is, dan kan de rechter besluiten om het akkoord niet verbindend te verklaren. 

In de huidige Coronacrisis is het belangrijk om nog op te merken dat de WHOA bedrijven niet de mogelijkheid zal geven om ook te reorganiseren in het personeelsbestand of om de rechten van werknemers éénzijdig te wijzigen. Hiervoor zullen de gangbare arbeidsrechtelijke procedures gevolgd moeten worden.

Zoals geschreven, is de WHOA op dit moment alleen nog door de Tweede Kamer aangenomen. Op 2 juni aanstaande zal de Eerste Kamercommissie voor Justitie en Veiligheid in de Eerste Kamer bespreken hoe de procedure eruit zal zien. De ervaring leert dat het daarom nog wel enige tijd kan duren voordat bedrijven van deze nieuwe saneringsmogelijkheid gebruik kunnen maken, maar hopelijk zal de Eerste Kamer deze wet snel aannemen.

Jan Hendrik Vogelsang

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.