Wet modernisering personenvennootschappen – Less is more

Op 21 februari 2019 is het ontwerpvoorstel Wet modernisering personenvennootschappen voor internetconsultatie vrijgegeven. Dit ontwerpvoorstel geeft een modern wettelijk kader voor personenvennootschappen: de maatschap, de vennootschap onder firma (VOF) en de commanditaire vennootschap (CV). Het ontwerpvoorstel beoogt een moderne toegankelijke regeling te creëren die ondernemerschap faciliteert, zekerheid aan het handelsverkeer biedt en in een passende bescherming voorziet voor zowel vennoten als schuldeisers. De belangrijkste vernieuwing ziet op het feit dat de personenvennootschap rechtspersoonlijkheid verkrijgt. Hiernaast wordt een voorziening gecreëerd voor intredende en uittredende vennoten en zal voor de CV een aantal regelingen versoepeld worden. De vennootschap zal net als onder het huidige recht ontstaan door een overeenkomst tussen de beoogde vennoten, die elkaar verplichten tot inbreng, met als doel om gezamenlijk voordeel te behalen. Echter, de verplichting tot het opmaken van een akte vervalt, waardoor de vennootschap vormvrij kan worden aangegaan. Aangezien het om een bijzondere overeenkomst gaat, is gekozen voor uitwerking van het wetsvoorstel in een nieuwe titel 13, ter aanvulling op Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

Rechtspersoonlijkheid en aansprakelijkheid

De nieuwe titel 7.13 BW voorziet in twee rechtsvormen, namelijk de vennootschap (VOF of maatschap) (art. 7:800 e.v. BW ontwerpvoorstel) en de CV (art. 7:820 e.v. BW ontwerpvoorstel). Het ontwerpvoorstel voorziet in rechtspersoonlijkheid voor alle vennootschappen, resulterend in duidelijkheid voor zowel vennoten als schuldeisers. Om de belangen van het handelsverkeer tegemoet te komen, wordt voor het verkrijgen van registergoederen en het zijn van erfgenaam, de eis van inschrijving in het handelsregister gesteld. Verder is de keuze voor inschrijving in het handelsregister overgelaten aan de personenvennootschap.

Voor zowel bedrijfs- als beroepsactiviteiten zullen de vennoten naast de vennootschap hoofdelijk verbonden zijn voor de schulden. Richting derden zullen vennoten namens de vennootschap kunnen handelen. Derden kunnen vorderingen zowel op de vennootschap als op de individuele vennoten verhalen, voor zover aannemelijk is dat de vennootschap niet aan de verbintenis zal voldoen. Indien het gaat om uitvoering van een opdracht die door de wederpartij uitdrukkelijk is toevertrouwd aan één van de vennoten, zal alleen de betrokken vennoot naast de vennootschap aansprakelijk zijn.

Toetreding en uittreding van vennoten

Op grond van de artt. 7:812 en 813 BW ontwerpvoorstel wordt het toe- en uittreden van vennoten tot de vennootschap vergemakkelijkt. Een toetredende vennoot zal pas na het toetreden aansprakelijk worden voor de op dat moment opeisbare vorderingen. Een uittredende vennoot is vanaf vijf jaar na uittreding bevrijd van de verplichtingen richting derden.

Versoepeling voor commanditaire vennootschap

Het ontwerpvoorstel voorziet in een mogelijkheid voor de commanditaire vennoot (ook wel stille vennoot genoemd) om voortaan handelingen voor de vennootschap te verrichten op basis van een door de andere vennoten verstrekte volmacht. In het huidige recht geldt juist een verbod op dergelijke handelingen (het bestuursverbod). Schuldeisers zullen voldoende beschermd zijn wanneer stille vennoten aansprakelijk zijn, voor zover hun handelen heeft geleid tot het faillissement van de CV.

Zekerheidsrechten

Het vestigen van een zekerheidsrechten op vorderingen van de vennoot op de vennootschap wordt met het ontwerpvoorstel vereenvoudigd. Een pandrecht of recht van vruchtgebruik kan worden gevestigd op een recht op uitkering, een vergoeding bij uittreding en, voor zover overdraagbaar, de rechtsverhouding van de vennoot.

Overgangsregeling

Met het ontwerpvoorstel zullen alle bestaande ingeschreven vennootschappen vanaf de inwerkingtreding van de wet rechtspersoonlijkheid verkrijgen. Goederen die op dit tijdstip aan de vennootschap zouden toebehoren, gaan vanaf de inwerkingtreding van rechtswege op haar over. Een concrete overgangsregeling voor het ontwerpvoorstel is nog niet gepubliceerd.

Kritiek op het ontwerpvoorstel

Het ontbreken van formele eisen zoals dat er geen notariële akte of verplichte inschrijving in het handelsregister nodig is, worden als praktische bezwaren aangevoerd. De Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht (GCV) stelt dat inschrijving in het handelsregister het bestaan en de wijze van vertegenwoordiging van de vennootschap bewijst. Aangezien het in de praktijk vaak is vereist om een bewijs van inschrijving te tonen, wordt voorspeld dat het niet vaak zal voorkomen dat een vennootschap niet is ingeschreven. De Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB) voert aan dat aandacht is vereist voor enkele fiscale aspecten, zoals fiscale transparantie en overdrachtsbelastingaspecten, die nog niet aan bod zijn gekomen in het ontwerpvoorstel.

Slotopmerkingen

Het ontwerpvoorstel Wet modernisering personenvennootschappen bevindt zich op dit moment nog in de voorbereidingsfase. De internetconsultatie is per 31 mei 2019 gesloten. Het resultaat van de consultatie en de verwerking daarvan in het wetsvoorstel moeten nog bij de Tweede Kamer worden ingediend.

 

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.