Wie is auteursrechthebbende op bedrijfskleding; de ontwerper of het bedrijf?

Dit artikel verscheen oorspronkelijk in Texpress van 31 maart 2017


In veel bedrijven wordt gebruik gemaakt van freelancers. De keuze voor een freelancer kan te maken hebben met bijvoorbeeld financiele aspecten, maar ook met het soort project wat bijvoorbeeld maar een paar maanden duurt. Wat werkgevers echter vaak vergeten is dat indien gebruik gemaakt wordt van een freelancer, goed gekeken moet worden naar de intellectuele eigendomsrechten die door een freelancer in het leven worden geroepen. Alhoewel de organisatie de freelancer betaalt voor zijn of haar werkzaamheden, betekent dit niet dat de werkgever automatisch rechthebbende is op de intellectuele eigendomsrechten die zijn gemaakt door de freelancer.. Dit wordt vaak aangenomen, maar is dus niet het geval. Integendeel, indien er niets is geregeld ten aanzien van de overdracht van de intellectuele eigendomsrechten, blijft de freelancer de rechthebbende en heeft het bedrijf uiteindelijk niets in handen, alhoewel er door het bedrijf wel is betaald.

Voor ondernemers  die gebruik maken van speciale bedrijfsmode is het vrij gebruikelijk om een ontwerper in te huren op basis van een freelance contract. In de wereld van de mode, waaronder we ook bedrijfskleding kunnen scharen,  zijn de ontwerpen één van de belangrijkste assets van de onderneming. Het ontwerp is de basis van kleding, schoenen en accessoires. Wie rechthebbende is van het ontwerp mag op basis van het ontwerp de producten (produceren) en verhandelen. Deze rechten, de auteursrechten, op het ontwerp zijn in de mode dus van groot belang.

Hoofdregel auteursrecht

Het ontwerp van bedrijfskleding valt onder het begrip ‘werk waarop auteursrecht bestaat’ in de zin van artikel 10 van de Auteurswet (Aw). Op een werk in de zin van artikel 10 Aw rusten van rechtswege auteursrechten. Deze rechten ontstaan automatisch bij het maken van het werk. De auteursrechten op een werk komen van rechtswege toe aan de maker van het werk (artikel 4 Aw). In het auteursrecht kennen we geen register, dus het is niet mogelijk om in een register na te gaan of iemand auteursrechthebbende is. Als auteursrechthebbende heb je het uitsluitend recht om het werk openbaar te maken en te verveelvoudigen (artikel 1 Aw).

Uitzondering: werkgeversauteursrecht

Op bovenstaande regels bestaat een uitzondering, namelijk het werkgeversauteursrecht. Deze uitzondering is geregeld in artikel 7 Aw. In dit artikel is bepaald dat wanneer arbeid, die bestaat uit het vervaardigen van werken, wordt verricht in dienst van een ander (werkgever) als de maker van het werk degene wordt aangewezen in wiens dienst de werken zijn gemaakt. De werkgever dus. De auteursrechten op een in dienst vervaardigd ontwerp komen ingevolge artikel 7 Aw dus automatisch toe aan de werkgever, en niet aan de daadwerkelijke maker van het werk (de werknemer). Hierbij is wel van belang, dat het vervaardigen van het betreffende werk ook echt de valt binnen de werkzaamheden zoals omschreven in de arbeidsovereenkomst van de werknemer. Het goed omschrijven van de werkzaamheden van werknemers in arbeidsovereenkomsten is dus van essentieel belang.

Freelancers zijn toch geen werknemers?

Freelancers werken op basis van een overeenkomst van opdracht in plaats van een arbeidsovereenkomst. Bij freelancers gaat de uitzondering van artikel 7 Aw niet op, wat betekent dat de ‘hoofdregel’ geldt en de maker van het werk (de freelancer dus) de (auteurs)rechthebbende op het werk is. Als een freelancer dus een kleding voor uw bedrijf ontwerpt, komen de auteursrechten dus toe aan de freelancer en niet aan het bedrijf zelf. Zonder toestemming van de freelancer mag de onderneming in dat geval de ontworpen kleding niet openbaar maken of verveelvoudigen.

Door goede contracten met freelancers te sluiten, waarin overdracht van auteursrechten is opgenomen of een sprake is van een licentie kunnen dergelijke problemen voorkomen worden.

Onderscheid is van belang

Daarnaast is het eveneens van belang om een duidelijk onderscheid te maken tussen een freelancer en een werknemer. De praktijk leert dat dit onderscheid vaak niet zo helder is als het lijkt. Dit kan eveneens voor problemen zorgen.  Dit laatste was onder andere onderwerp van geschil in de procedure tussen De Culinaire Makelaar en Bi-Wear Clothing Company, die ging over (het ontwerp van) kokskleding Gerechtshof Arnhem 3 mei 2011, nr. 200.064.095/01 (De Culinaire Makelaar B.V. tegen BI-WEAR Clothing Company B.V.). De ontwerper van de kokskleding was (ook) managing director van Bi-Wear, toch namen rechtbank en hof een dienstverband aan op basis van de overige variabelen: in de ontwerpperiode was de ontwerper in loondienst en het ontwerpen was uitdrukkelijk één van de hoofdtaken van de ontwerper. Het hof stelt dat de enkele omstandigheid dat [ontwerper] indirect bestuur en aandeelhouder, alsook managing director, is van Bi-Wear er niet aan in de weg staat dat tussen Bi-Wear en [ontwerper] met betrekking tot de voor Bi-Wear verrichte ontwerpwerkzaamheden een gezagsverhouding aanwezig was. De rechten op het de kokskleding kwamen dus toe aan Bi-Wear als werkgever op grond van het werkgeversauteursrechr en niet aan de ontwerper.

Er wordt door de rechters dus goed gekeken naar de praktijk. Het verschil tussen ‘freelancer’ en ‘werknemer’ heeft dus grote gevolgen voor de intellectuele eigendomsrechten die samenhangen met de werkzaamheden van de freelancer of werknemer.

Ady van Nieuwenhuizen, advocaat Intellectueel Eigendomsrecht

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.