Wijzigingen van commerciële contracten onder Duits recht

Het gebeurt vaak: handelspartijen sluiten een schriftelijke overeenkomst met concrete afspraken en een aantal standaardclausules. Tijdens de uitvoering van werkzaamheden, levering of dienstverlening worden e-mails en brieven tussen partijen over specifieke details uitgewisseld en wordt overleg gevoerd. Al die tijd gaan partijen er van uit dat de voornoemde overeenkomst met concrete en vaststaande afspraken de basis vormt.

Bij grensoverschrijdende contracten die naar Duits recht worden afgesloten met Duitse partijen is daarbij echter voorzichtigheid geboden. Communicatie tussen de partijen kan zomaar worden gezien als een wijziging van het oorspronkelijke contract, zonder dat de partijen zich bewust zijn van deze wijziging of überhaupt hebben beoogd de inhoud van de overeenkomst te wijzigen. Dergelijke correspondentie tussen partijen kan verstrekkende gevolgen hebben wat betreft de (wijziging van) de inhoud van de overeenkomst. Dit blijkt maar weer eens uit twee recente uitspraken uit Duitsland.

Mondelinge wijzigingen ook bij een contractueel vormvereiste mogelijk 

De hoogste civiele rechterlijke instantie in Duitsland, het Bundesgerichtshof, heeft in een uitspraak van januari 2017 geoordeeld dat individuele afspraken tussen partijen altijd voorrang hebben boven algemene contractuele voorwaarden (BGH, Beschluss vom 25.01.2017, XII ZR 69/16). Zelfs een clausule met een expliciet vormvoorschrift opgenomen in het oorspronkelijke contract kan opzij worden gezet door een mondelinge afspraak, indien dit vormvoorschrift slechts onderdeel is van de set algemene voorwaarden. Naar Duits recht kwalificeert in dit verband in principe iedere standaardclausule die door partijen wordt opgenomen in een contract en waarover niet is onderhandeld door partijen als een algemene voorwaarde (het betreft dus niet enkel clausules die zijn opgenomen in een bijlage “Algemene Voorwaarden” of “Allgemeine Geschäftsbedingungen”). In de voornoemde zaak voor het Bundesgerichtshof ging het om een standaardclausule opgenomen in een huurcontract voor een winkelpand. Volgens de ter discussie staande clausule dienden wijzigingen bij schriftelijke overeenkomst geregeld te worden. Echter, de verhuurder heeft na het sluiten van het contract in twee brieven toegestaan dat de huurder het pand ook voor andere doeleinden zou mogen gebruiken dan zoals overeengekomen in de schriftelijke overeenkomst. Hoewel deze brieven niet voldoen aan het vormvereiste van een schriftelijke overeenkomst zoals bedoeld in de voornoemde clausule, heeft het Bundesgerichtshof geoordeeld dat individuele afspraken tussen partijen prevaleren boven de algemene voorwaarden, zelfs als deze afspraken mondeling zijn gemaakt en in strijd zijn met de algemene voorwaarden. Volgens het Bundesgerichtshof maakt het niet uit of de partijen zich al dan niet bewust zijn dat de afspraak afwijkt van de algemene voorwaarden.

Geldige wijziging vereist niet dat partijen deze wijziging beoogd hebben

In een uitspraak van het Oberlandesgericht Düsseldorf (vergelijkbaar met het gerechtshof in Nederland) stond de vraag centraal of in een ondertekend protocol voor de overdracht van een gebouw waarin onder meer sprake is van de duur van de garantieperiode, hetgeen afwijkt ten opzichte van de garantieperiode zoals overeengekomen in het oorspronkelijke contract, een wijziging van het oorspronkelijke contract tot gevolg heeft (OLG Düsseldorf, Urteil vom 09.02.2016, I-21 U 183/15). In de schriftelijke overeenkomst is namelijk een garantieperiode van tien jaar opgenomen, terwijl in het protocol na beëindiging van de werkzaamheden de garantieperiode is beperkt tot vijf jaar. Het protocol is namens de opdrachtgever getekend door een onbevoegde vertegenwoordiger. Het Oberlandesgericht Düsseldorf oordeelde in het vonnis dat het getekende protocol voldoende is om als wijziging van de oorspronkelijke overeenkomst te kunnen worden aangemerkt. Het is niet vereist dat partijen expliciet aangeven dat zij in afwijking van de oorspronkelijke garantieperiode een andere garantieperiode overeenkomen. Ook uit deze uitspraak volgt dat niet doorslaggevend is of beide partijen deze clausule bewust hebben gewijzigd en of zij deze wijziging ook daadwerkelijk hebben beoogd. Wat het gebrek van een volmacht betreft heeft het Oberlandesgericht Düsseldorf erop gewezen dat dat hier niet van belang was, omdat de opdrachtgever het protocol op een later moment heeft ontvangen en niet heeft weersproken. Dat moet als een aanvaarding van het protocol worden gezien.

Aanbeveling

Bij grensoverschrijdende contracten onder Duits recht is het raadzaam om in het bijzonder aandacht te schenken aan afspraken die in aanvulling op of in afwijking van het contract tussen de partijen naderhand worden gemaakt. De Duitse rechters kijken nauwkeurig naar alle omstandigheden van het geval en nemen vrij snel aan dat een wijziging in de oorspronkelijke overeenkomst aangebracht wordt. Partijen moeten dus de communicatie met de contractuele partner continu in de gaten houden en daarbij bedacht zijn op mogelijke wijzigingen in de oorspronkelijke overeenkomst. Daar waar nodig moeten deze wijzigingen expliciet weersproken worden of moeten partijen een verhelderend gesprek met elkaar aangaan.

Niko Oertel, advocaat en Rechtsanwalt, internationaal handelsrecht

 

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.