Zwaarwegende (ruimtelijke) belangen en het vertrouwensbeginsel

In een uitspraak van 1 april 2020, http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2020:956 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) overwogen dat ondanks dat er sprake is van gewekt vertrouwen zwaarwegende belangen aan een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel in de weg kunnen staan.

Casus

Een agrarisch bedrijf heeft een verzoek ingediend om een intensieve veehouderij in Harreveld te kunnen starten. In 2011 is er door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oost-Gelre in principe aan het bedrijf medewerking toegezegd voor het vestigen van een nieuw vleeskuikenbedrijf. De toezegging was gebaseerd op een wijzigingsbevoegdheid uit het bestemmingsplan voor het mogelijk maken van nieuwe intensieve veehouderijen.

Het ontwerpbestemmingsplan (in 2018) strekte er vervolgens toe deze wijzigingsbevoegdheid te schrappen. Er zijn geen zienswijzen tegen dit ontwerpbestemmingsplan naar voren gebracht. Het bestemmingsplan is vervolgens aldus vastgesteld.Omdat er in het gewijzigde bestemmingsplan geen wijzigingsbevoegdheid om mee te werken aan nieuwvestiging van intensieve veehouderijen meer bestond, heeft het college besloten om geen medewerking te verlenen aan de plannen voor het vleeskuikenbedrijf in Harreveld.

Het bedrijf stelt zich op het standpunt dat het college hiermee in strijd met het vertrouwensbeginsel heeft gehandeld, omdat het college een principeakkoord heeft gegeven voor de vestiging van het vleeskuikenbedrijf.

Oordeel Afdeling

Om te kunnen beoordelen of er een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel kan worden gedaan wordt er door de Afdeling getoetst aan de drie stappen zoals deze zijn geformuleerd in de nieuwe jurisprudentielijn van de Afdeling van 29 mei 2019 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2020:956 over het vertrouwensbeginsel.  

De eerste stap is de vraag of er een toezegging is gedaan. Ten tweede moet de vraag worden beantwoord of de toezegging aan het bevoegde bestuursorgaan kan worden toegerekend. Indien stap 1 en stap 2 bevestigend zijn beantwoord, dient te worden beoordeeld of het gewekte vertrouwen nagekomen moet worden.

De Afdeling overweegt in dit geval dat er door het college een toezegging is gedaan en dat deze toezegging aan het college kan worden toegerekend. Het feit dat er strikt genomen nog niet aan alle voorwaarden voor de principemedewerking was voldaan, doet daar niets aan af. Dat sprake is van gerechtvaardigde verwachtingen betekent echter niet dat daaraan altijd moet worden voldaan. Zwaarder wegende belangen, zoals het algemeen belang of de belangen van derden, kunnen daaraan in de weg staan. Hierbij kunnen door de betrokkene verrichte handelingen of nalaten als gevolg waarvan schade is geleden of nadeel is ondervonden eveneens een rol spelen.

Er wordt door de Afdeling opgemerkt dat de wijzigingsbevoegdheid uit het bestemmingsplan is geschrapt wegens een zwaarwegend ruimtelijk belang, namelijk het terugdringen van intensieve veehouderijen in het gebied. Tegen het schrappen van de wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan is door het bedrijf geen zienswijze naar voren gebracht. Daarnaast heeft het bedrijf na 2011 ruim de tijd gehad om een aanvraag tot wijziging in te dienen, maar heeft dit nagelaten. Het college mocht daarom, naar het oordeel van de Afdeling, afzien van medewerking aan het vestigen van het vleeskuikenbedrijf.

Conclusie

Hoewel door het college het vertrouwen is gewekt dat medewerking zou worden verleend aan nieuwvestiging van het vleeskuikenbedrijf, hoeft dit niet te betekenen dat hier niet meer van af kan worden gezien. Zwaarwegende belangen, zoals het ruimtelijk belang van het terugdringen van intensieve veehouderij in het gebied, dienen te worden afgewogen tegenover het gewekte vertrouwen. Daarnaast is blijkens deze uitspraak ook het nalaten van het bedrijf om tegen het schrappen van de wijzigingsbevoegdheid op te komen een factor die dient te worden meegewogen en aan een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel in de weg kan staan. Dat laatste feit staat ook (mede) in de weg aan toekenning van de door het bedrijf gevorderde schadevergoeding.

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.