ZZP = Zelfstandige Zonder Patent?

De Rijksoctrooiwet in Nederland bepaalt dat voor werknemers, stagiairs en onderzoekers de aanspraak op octrooi na het doen van een uitvinding bij de werkgever ligt. Belangrijk daarbij is dat sprake is van een dienstverband. Met de trend dat veel werknemers als ZZP’er aan de slag gaan is er nu juist een grote groep die zijn best doet om geen dienstverband te hebben. Maar wat is nu hun octrooipositie en wat spreek je dan af?

Uitvinding in dienstverband

De standaard regel is dat een octrooi toekomt aan de uitvinder. Maar als je als werknemer in dienst bent van een werkgever en het behoort tot je takenpakket om uitvindingen te doen of daar een belangrijk aandeel in te hebben, denk aan R&D managers, dan maakt de wet hier een uitzondering op. Dit gebeurt dus automatisch – van rechtswege – zonder dat er iets over in je arbeidsovereenkomst hoeft te staan. De meeste werkgevers nemen echter geen risico. Het is bijvoorbeeld vrij gebruikelijk dat in de arbeidsovereenkomst (of een cao) een (standaard)bepaling is opgenomen waarin staat dat de aanspraak op octrooi (en trouwens ook alle overige Intellectuele Eigendomsrechten) altijd bij de werkgever ligt.

De wet maakt ook een uitzondering voor een stagiair die in het kader van een opleiding werkzaamheden uitvoert tenzij de uitvinding geen verband houdt met de werkzaamheden die worden verricht. Ook onderzoekers van een universiteit, hogeschool of onderzoeksinstelling moeten accepteren dat hun werkgever octrooi mag aanvragen. Bij deze laatste groep hoeft de uitvinding overigens helemaal geen verband te hebben met het onderzoek.

Als tegemoetkoming voor het feit dat een werknemer zijn aanspraak op octrooi verliest aan de werkgever is bepaald dat sprake moet zijn van een billijke vergoeding door de werkgever. Dit klinkt echter leuker dan het in de praktijk is. De Hoge Raad heeft namelijk in twee zaken duidelijk gemaakt dat deze vergoeding in principe in het salaris zit. Niet alleen jammer voor werknemers, maar ook jammer voor werkgevers, want in andere landen waar wel vergoedingen naast het salaris worden uitgekeerd, zoals Duitsland, is bewezen dat werknemers meer uitvindingen doen.

Inhuren van ZZP’er

De trend is dat veel werknemers (noodgedwongen) kiezen voor een carrière als ZZP’er. Een positie met zowel voor- als nadelen ten opzichte van een werknemer. Om het voor een opdrachtgever aantrekkelijk te maken om een ZZP’er in te huren, wil de ZZP’er niet dat zijn opdracht gezien wordt als verkapt dienstverband. Dit om te voorkomen dat achteraf loonbelasting en sociale premies verhaald worden op de opdrachtgever en om te kunnen profiteren van ondernemersaftrekposten. 

Kortom, als ZZP’er wil je dat er geen sprake is van een dienstverband. Bijkomend voordeel is dat de opdrachtgever dan ook geen aanspraak kan maken op octrooi op uitvindingen gedaan tijdens de opdracht. De uitzonderingen zijn namelijk niet van toepassing door het ontbreken van een dienstverband en dan geldt de standaard regel dat het octrooi toekomt aan de uitvinder.

Toch komt hier in de praktijk weinig van terecht. Net als bij het dienstverband staat er standaard in een opdrachtovereenkomst dat alle aanspraken op octrooi toekomen aan de opdrachtgever. En een ZZP’er die de opdracht graag binnen wil halen zal dan ook niet snel proberen iets te veranderen aan deze situatie. Bovendien is hij vaak gewend aan deze situatie vanuit zijn tijd als werknemer en daarom niet attent op dit soort punten. ‘In the end’ is een ZZP’er dus vaak een zelfstandige zonder patent. Toch kan een ZZP’er zijn positie relatief makkelijk verbeteren en profiteert ook de opdrachtgever.

Tip: maak goede afspraken

Waar het naar alle waarschijnlijkheid niet zo makkelijk is een opdrachtgever zo ver te krijgen dat de aanspraak op octrooi bij de ZZP’er blijft, kunnen vaak wel verbeterde of andere afspraken worden gemaakt.

Aan te raden is in ieder geval de standaard IE-clausule in de opdrachtovereenkomst voldoende te specificeren. Dit begint bij het voldoende specificeren van de opdracht en vervolgens de standaardclausule aan te passen zodat alleen sprake is van een overdracht van de aanspraak op octrooi bij de uitoefening van die specifieke opdracht bij die opdrachtgever. Dit om te voorkomen dat alle uitvindingen, ook die gedaan bij andere opdrachtgevers of in privé, onder deze standaardclausule worden geveegd.

Daarnaast kan altijd een afspraak worden gemaakt over een mogelijke aanvullende vergoeding als de uitvinding een bepaald minimaal succes behaald. Acceptatie van een dergelijke afspraak heeft de meeste kans als de vergoeding afhankelijk wordt gemaakt van het resultaat dat behaald wordt met de uitvinding, rekening houdend met de kosten en inspanningen van de opdrachtgever en rekening houdend met de bijdrage van de ZZP’er. In de praktijk kom je dan uit op hooguit een aantal procenten van de behaalde omzet of winst, maar de uitvinder profiteert wel mee van het succes en is dus gemotiveerd om goede uitvindingen te doen tijdens de opdracht. Daar profiteert ook de opdrachtgever van.

Marc van der Velden, Nederlands en Europees octrooigemachtigde

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.